GenBronnen

digitalisering

maas

genealogie van Eymeren


auteur: Andreas W.D. Driessen op ten Bulten

mede bewerker en pdf: Bert Berings


april 2021 [aanvullingen ... 2021 - laatste voetnoot 76]


Deze genealogie ter hand genomen over een belangrijke familie in Arnhem gedurende de 15e en 16e eeuw.

Ook omdat uit hun een opmerkelijke mystieke schrijfster zou voortkomen [zie generatie IVa nr. 3], die zelfs nu behoorlijk wat stof

opwaait en ook door ons terecht aandacht aan wordt geschonken.

 

De heilige Petrus Canisius (1521-1597) aan wie Theodorica van Eymeren (?-1540) in 1534 de voorspelling had gedaan dat de Jezuiet

orde zou worden opgericht en dat hij een Jezuiet zou worden [toegetreden in 1543] is ZOON van :

Jacob Kanis en Aegidia van Houweningen [1e huwelijk anno 1519]

Jacob Kanis hertrouwt 1530 met Wendel van den Bergh [zij is dochter van Fenne van Eymeren, de zuster van Theodorica van Eymeren].

Dus werd Wendel van den Bergh stiefmoeder van Petrus Canisius, en kwam aldus in kontakt met Theodorica van Eymeren.

Hiermee is de "geestelijke" relatie bewezen van Theodorica van Eymeren met Petrus Canisius.

Petrus moet enorm in vervoering zijn geweest van zo'n vrome vrouw en enorm geinspireerd.

 

Gens Nostra [maart 1971 p.65] heeft er nog een oudere generatie aangeplakt, alsmede een latere Frans, waar ik geen bewijs van

hebt gezien, zo verstrekking van die bronnen welkom, dan kan ik onderzoeken en verder bepalen wat te doen.

 

Aan het einde is nog geplaatst aantal van Eymeren die ik nog niet kon plaatsen in deze genealogie, lijkt erop een andere tak te zijn.

 

Heeft u aanvullingen en/of andere interessante feiten, geef het ons door met bewijs c.q. bronvermelding.

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


I      Rolof van Eymeren

           geb. ??? - † ???

           tr. NN

 

Uit dit huwelijk: [bewezen 1 kind]

 

1.    Arnt van Eymeren Rolofszoon  -  volgt II

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


II      Arnt van Eymeren Rolofszoon [60]

            geb. ??? - leeft in Arnhem 1410 [60] - † ???

            tr. NN

 

voetnoot:

[60] 7 october 1410 des dinxdaiges nae sent Remeys dach: Giesbert ter Hove en Gerit die Gruter Derixzoon, schepenen te Aernhem,

        oorkonden, dat Arnt van Eymeren Rolofszoon in erfpacht heeft overgedragen aan Jacop van Batenborch een "schuurstede" binnen

        de stad Aernhem, voor één oud groot ’s jaars. [Gelders archief - Commandarij van Sint-Jan Arnhem toegangsnummer 0306 inventaris-

        nummer 201 regest 312]

 

Uit dit huwelijk: [bewezen 1 kind]

 

1.    Roloff van Eymeren  -  volgt III

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


III      Roloff van Eymeren Aerntssoen [58]

             geb. ??? - † ??? -

             tr. voor 1425 met Weyndelmoit van de Nijenhuijs - dr. van Borchart van de Nijenhuis

 

[48] 1424 feria quarta post Agathe: Roloff van Eymeren en Weyndel, zijn vrouw, sub et re Henrick Monichuyss ad usus [gebruik] van Arnoldus

         van Presinchave, nepos suus, de 4 oude schilden ‘s jaars, die jaarlijks gaan uit huis en hofstede van Johannes van 2 Kranenborch,

         gelegen tussen huis en hofstede van Johannes van Gerrishem ab una en Arnt van Beeck ab alia, [te betalen] Martini hiemalis toekomen-

         de eerstaan en zo voort, in alre de mate als de schepenbrief inhoudt, die zij daarvan sprekende hebben, met de zegels van Gercilius [van]

         Aller en Wynandus [van] Doernick, schepenen, en te lossen binnen dit en festum Petri ad Cathedram toekomende over een jaar met 100

         Arnhemse gl. [enz.]; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 369 folio 4r regest 131]

[46] 1426 die nativitatis Marie: Borchart van den Nyenhuyss bekent schuldig te zijn Roloff van Eymeren 100 Arnhemse Rijnse gl. [te betalen]

         Petri ad Cathedram toekomende, sub expandatione omnium bonorum. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 369

         folio 8r regest 721]

[47] 1426: Roloff van Eymeren bekent schuldig te zijn Johan van den Nyenhuyss Borchardi 100 gl. [te betalen] Petri ad Cathedram toekomende;

         si non, tunc obtinebit de festo Petri ad Cathedram toekomende 3 jaar lang, quolibet anno pro 8 florenis, solvendo quolibet Petri ad Cathe-

         dram en theyndens; si non solvetur principalis cum redditu, expandare ex omnibus bonis; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inven-

         tarisnummer 369 folio 8r regest 722]

[45]  ca 1428: [ut supra] Arnt Thomaess, Roloff van Eymeren en Jacob van den Nyenhuyss bekennen schuldig te zijn Kirstianus voorzegd 24

         oude schilden, te betalen ut supra; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 370 folio 45v regest 567]

[64] 1429 augustus 25: Johan Mynschart en Wynant Ridder, schepenen te Arnhem, oorkonden, dat Roloff van Eymeren en diens vrouw Weyn-

         del-Moit overgedragen hebben aan Kirstiaen Noerdonck een rente van 2 oude schilden ’s jaars, gaande uit een huis en hofstede, vroeger

         van Henrich Kaeikens. Gegeven int jair onss heren dusent vyerhondert negen ende twyntich des donresdaiges na sente Bartholomeus

         dach des heiligen apostels. [Gelders archief - Gasthuizen en Gilden Arnhem toegangsnummer 2001 a) inventarisnummer 185 en b) af-

         schrift inventarisnummer 23 folio 43 regest 75]

[44] 1429 feria quinta post Bartholomei: Roloff van Eymeren en Weyndelmoit, zijn vrouw, sub et re Kirsten Noerdonck 2 schilden [’s jaars] uit

         huis en hofstede quondam van Henrick Kaelken, gelegen tussen Engelbert Butken de sadelmaker ab una en Johannes Pennynck ab

         alia, [te betalen] op Pasen naar vermogen van een schepenbrief met de zegels van Johan van Angeren en Gersilius [van] Aller; Item is

         bevoorwaard dat, wanneer hij voorzegde schild wil verkopen, hij Rodolphus eerst de koop zal gunnen en dat Rodolphus de koop aan

         zich zal mogen nemen 1 schilling minder dan waarvoor iemand anders om kopen zal mogen; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003

         inventarisnummer 371 folio 13r regest 174]

[58] 1 juli 1437 op onser liever vrouwenavont visitationis Marie: Aernt van der Lawijc Roeloffssoen oorkondt dat Roeloff van Eymeren Aernts

         soen en Gheryt Haghen, laatstgenoemde uit naam van de huismeesters en broeders van de Broederschap, een verdeling gemaakt heb-

         ben van het aan hem leenroerige goed c.a., waarbij de Broederschap ontvangt een kamp land, genaamd "die Ghrenencampe" onder

         Elden, groot 5 morgen, 4 hont, 35 roeden, 3 morgen, 1 hont en 5 roeden aldaar, genaamd "de Noert", en ½ morgen in Elderwey, 7 mor-

         gen 20 roeden op de Praest, genaamd "het Stompe Stuck", het huis en erf van Johan Kelreweert, 5 hont bij de Scherper rijt, 3½ hont op

         de Praest, en een rente van 26 schellingen en 6 hoenders ’s jaars uit een huis en erf op de Praest. [st. Nicolai broederschap Arnhem

         toegangsnummer 2072 inventarisnummer 770 regest 194]

[42] 1443 feria secunda post festum may: Arnt van Presinchave als een momber van Wychman en Styne, Roloffss kinderen van Eymeren

         heeft gesonnen Arnt Roloffss zoon, hun broeder, hem uit te reiken tot der kinderen behoef goed als hij van hen onder zich heeft en hun

         schuldig is naar uitwijzing des maaggescheids, tussen de kinderen gemaakt. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer

         372 folio 54v regest: 471]

[36] 1453 feria secunda post misericordias dm.: Dieberich, uxor quondam van Jacob van den Nyenhuyss, en Borchgart, haar zoon, sub et re

         Arnt van Leyden 6 goede oude schilden ’s jaars keizers of frankrijks uit hun huis en hofstede, dat zij nu ter tijd bewonen, gelegen tussen

         de gemene weg ab una en huis en hofstede van Pelgrom Peterss zoon ab alia, et ex omnibus bonis, [te betalen] Martini hiemalis toeko-

         mende eerstaan en zo voort en te lossen elke schild ’s jaars met 16 schilden [enz.]; si defectus in domo et bonis Dieberigen en Borch-

         garts, professus est Wychmoit van Eymeren expandare uit de 3 oude schilden ’s jaars, die Wychmoit heeft uit huis en 4 hofstede

         quondam van Johan die Meye, gelegen tussen de gemene straat ab una en huis en hofstede van Willem van Ryswick ab alia, uit een

         morgen lands in Palude in de Rikerlude weyde et ex omnibus bonis; Item professi sunt Dieberich en Borchgart dat Arnt van Leyden en

         diens erven gebruiken de 2 morgen lands in Velperbroek, geheten dat Werfft, na datum des briefs 5 jaar lang zonder enige huur of pacht

         daarvoor te geven, uitgescheiden van het laatste jaar; daarvan zullen Arnt en diens erven Borchgart geven 4 oude schilden en niet weer.

         [ORA Arnhem: toegangsnummer: 2003 inventarisnummer 375 folio 35r regest: 476) 

 

Uit dit huwelijk: 3 bewezen kinderen Wichman, Styna en Arnt [42]

 

1.    Wichman van Eymeren  -  volgt IVa

 

2.    Styna (Styne) van Eymeren, dochter van Roloff van Eymeren, nicht van Arnt van Presinchave en Jut van den Nyenhuyss [39, 40, 42] -

          geb. ??? - † ??? - tr. voor 1454 [37] met Wyllem van der Borch

 

voetnoten:

[42] 1443 feria secunda post festum may: Arnt van Presinchave als een momber van Wychman en Styne, Roloffss kinderen van Eymeren

         heeft gesonnen Arnt Roloffss zoon, hun broeder, hem uit te reiken tot der kinderen behoef goed als hij van hen onder zich heeft en hun

         schuldig is naar uitwijzing des maaggescheids, tussen de kinderen gemaakt. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer

         372 folio 54v regest: 471]

[40] 1447 feria quarta post Anthony: Arnt van Presinchave en [Jut] van den Nyenhuyss ex parte van Styne van Eymeren Roloffs dochter, hun

         nicht, sub et re Gherit Hagen een schuur met de hofstede, gelegen tussen de schuur van Ermgart van der Weyden ab una en erfenis

         van Helmich van Schevick ab alia [enz.]; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 373 folio 16v regest: 225] 

[39] 1447 feria secunda post Kiliani: Coenrait Henricks dixit se pandasse sabbato verleden ex parte van Arnt van Presinchave als momber

         ad usum van Styne, zijn nicht, dochter van Roloff van Eymeren, aan de kamer van Derick van Bleeck met zijn toebehoor, voor 4 oude

         schilden en 1 blauwe gl. 's jaars naar vermogen van een schepenbrief cum damnis; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventaris-

         nummer 373 folio 30v regest: 419] 

[37] 1453 feria quarta post reminiscere: Arnt van Eymeren, Wychmoit van Eymeren en Wilhem van der Borch en Styna, zijn vrouw , sub et

         re Wilhem van Daitseler 2 schilden 's jaars, die zij hadden uit een stuk lands, gelegen extra portam Reni [genaamd] den Blickerss, toe-

         gehorende Aleide van Mekeren en haar kinderen, te betalen op Petri ad Cathedram naar vermogen van een schepenbrief met de zegels

         van Ridder en Herman van Wye; Wychmoit heeft beloofd te vrijen en te waren sub expandatione bonorum omnium; [ORA Arnhem: toe-

         gangsnummer 2003 inventarisnummer 375 folio 31r regest: 417] 

[38] 1453 ut supra: Arnt van Eymeren sub et re Wilhelmus van der Borch en Styne, zijn vrouw, zijn huis en hofstede met de stal, gelegen

         tussen huis en hofstede van [Symon] Cock en kinderen ab una en huis en hofstede van Derick van den [Bleeck] ab alia, met 2 scharen

         in Palude in Arnt Roloffss zoon slach; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 375 folio 31r regest: 419] 

[62] 15 maart 1462: Wyllem van der Borch en zijne vrouw Stine verkoopen aan Maes Morren een stuk land in het schependom van Aernhem,

         grenzende aan de straat en aan den Galghenberch. Gegeven in den jair onss Heren dusent vyerhondert twee ende tsestich des Ma-

         nendages in der vasten post Dominicam Reminiscere. [Gelders archief - Gasthuizen en Gilden Arnhem toegangsnummer 2001 a) inven-

         tarisnummer 125 en b) afschrift inventaris nummer 23 folio 85 regest 169]

 

3.    Arnt van Eymeren  -  volgt IVb

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


IVa      Wichman van Eymeren Roleffss [16, 42]

               geb. ??? - schepen 1476 [13] en 1494 [30] van Arnhem - rentmeester 1477 [11] van godshuis st. Catharina te Arnhem - ambtman

               1479 [27, 28] van de heren van Prumen - draagt over in 1481 aan Jan van Munster zijn huis geheten den Clock met een plaats

               daaraan gelegen in platea Porcurum [20] - verkoopt in 1482 zijn huis en hofstede gelegen bij de Oort te Arnhem - vermeld 1485

               [3, 4] - heeft 1486 deel in huis in de Koningstraat uitgaande in de Kerkstraat [6] - ambtman van Prüm [bij Klarenbeek] 1475-1491 -

               woont 1492-1494 op de Koningstraat te Arnhem - rentmeester 1492 [31] van stad Arnhem - medeprovisor 1492 [32] des hospitaal

               van st. Peter te Arnhem - † na 11-2-1502 -

               tr. voor 1456 met Bartrade(n) (Bartraet, Bartrait, Bartruyt) NN - dr. van ???

 

voetnoten:

[42] 1443 feria secunda post festum may: Arnt van Presinchave als een momber van Wychman en Styne, Roloffss kinderen van Eymeren

         heeft gesonnen Arnt Roloffss zoon, hun broeder, hem uit te reiken tot der kinderen behoef goed als hij van hen onder zich heeft en hun

         schuldig is naar uitwijzing des maaggescheids, tussen de kinderen gemaakt. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer

         372 folio 54v regest 471]

[35] dominica cantate 1455: Wichman van Eymeren dedit (gaf) Bartrade uxori 100 oude schilden uit hun beider goed; [ORA Arnhem: inventa-

         risnummer 375 folio 77v regest 1145] 

[62] 15 maart 1462: Wyllem van der Borch en zijne vrouw Stine verkoopen aan Maes Morren een stuk land in het schependom van Aernhem,

         grenzende aan de straat en aan den Galghenberch. Gegeven in den jair onss Heren dusent vyerhondert twee ende tsestich des Ma-

         nendages in der vasten post Dominicam Reminiscere. [Gelders archief - Gasthuizen en Gilden Arnhem toegangsnummer 2001 a) inven-

         tarisnummer 125 en b) afschrift inventaris nummer 23 folio 85 regest 169]

[9] 1474 des zaterdags post Bartholomei: Wychman van Eymeren, rentmeester indertijd, heeft Jonffr. Alyt van Poelwyck de los geboden aan

         Jacop van Lynden alzo hij gepeind had aan haar huis, gelegen bij Sunte Jan bij het huis van Ott van den Gruythuyss aan de ene zijde

         en heer Arnt van Middachten aan de andere zijde; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 377 folio tussen 81v-82r

         regest 715] 

[61] 15 september 1474 gedaan te Arnhem: de stadhouder-generaal en de president en raadslieden van het Hof van Gelre verpachten voor

         4 jaren aan Wychman Roeloffz. van Eymeren, Jan van Cranenborch en Goert van der Hair de accijnsen op het bier en den wijn, gelijk de

         kerk en later de stad Arnhem placht te ontvangen, op nader omschreven voorwaarden voor het geval de Kamer van den Raad mocht

         worden verplaatst of veranderd. [Gelders archief - oud archief Arnhem toegangsnummer 2000 regest 1083]

[15] 1475 feria sexta post Ambrosii: Wichman van Eymeren en Bartraden, zijn vrouw, sub et re dominus Herbertus van Buderick, presbyter,

         procurator indertijd des convents Monalium in Redinchem, ordinis Regularissen, ad usum van dat convent die 2 oude schilden 's jaars,

         die zij jaarlijks hadden uit huis en hofstede quondam Golden van Wedinchem.gelegen in platea Littoris tussen huis en hofstede van

         Steven van der Hoeven ab una en huis en hofstede van Roloff van der Lawyck ab alia, en uit een halve morgen in Palude bij Sent Kathe-

         rinen Camp, te betalen Martini hyemalis naar vermogen van een schepenbrief, daarvan gemaakt, en te lossen op alle Martini met 50

         gouden Rijnse gl. [enz.]; si defectus in de waarschap [sub] expandtione uit hun huis en hofstede, geheten die Clock, gelegen in platea

         Porcorum; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 377 folio tussen 22r regest 188]

[13] 1476 des dinsdags post reminiscere: Item Jacop Geerlich heeft opgedragen voor schepenen Wynant van Arnem en Henrick Byerwyss

         Wychman van Eymeren tot behoef van het gasthuis van Sunt Katrynen te Arnhem al zijn goed, reed en onreed, niet daarvan uitgeschei-

         den; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 377 folio tussen 41v-42r regest 375] 

[14] 1476 feria 3a post reminiscere: Wichman van Eymeren en Bartraet, zijn vrouw, aan de ene zijde en Herman van Haelderen en Luytgarden,

         zijn echte wijf, en Johan Beltghen en Mechtelden, zijn vrouw, op de andere zijde, hebben gezegd en verlijd met vrije moedwille als erfge-

         namen van zal. Arnt van Presichave en Aleide, zijn vrouw, dat zij een erfmaagescheid gemaakt hebben van het versterf en nagelaten

         goed van Arnt en Aleide voorzegd, waar dat ook gelegen mag zijn; alzo dat Wichman en Bartraet voorzegd daarvan hebben en behou-

         den zullen alle alzulke erve en goed als dezelve Arnt en Aleit te hebben plachten te Ysseloorde in den lande van den Berge en Herman

         en Luytgarden en Johan Beltghen en Mechtelt voorzegd zullen hebben en behouden alle alzulke erve en goed als Arnt en Aleit voorzegd

         gegeven was in huwelijksvoorwaarden door Derick van Ass, Aleiden voorzegd vader, binnen de stad Rees gelegen; met zulke voorwaar-

         den dat Wichman en Bartraet de anderen voorzegd toegeven en betalen zullen tussen dit en Sent Peter ad Cathedram avond toekomende

         18 Rijnse gl. zonder langer uitstel; Indien dan niet betaald wordt, zullen zij hun 1 Rijnse gl. te rente geven en dan mogen zij nog dat onder

         zich houden om rente [enz.]; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 377 folio 41v regest 366]

[10] 1477 sabbato post Martini hyemalis: Wichman van Eymeren en Bartrait, zijn vrouw, hebben gezegd en verlijd - alzo zij en hun erven een

          losse hebben aan zulke 2 oude schilden ’s jaars als het klooster van Redinchem te hebben placht uit huis en hofstede wilner van Golde

          van Wedinchem, gelegen in de Oeverstraat, en uit een halve morgen lands, daartoe gehorende, in Arnhemmerbroek gelegen, die zij het

          voorgemelde klooster verkocht en opgedragen hebben en nu gekomen is aan de vicarie van Senter Claess in de oude kerk te Arnhem,

          waarvan heer Arnt Gruter, presbyter, ter tijd bezitter is, - zo bekennen zij dat zij die losse daarvan de voorgemelde vicarie om Gods wille

          kwijtgescholden hebben en hebben mede overgegeven de schepenbrief, die zij daarvan hebben, en, alzo dan in dezelve schepenbrief,

          waarvan er 2 zijn, al eens sprekende, hun huis en hofstede, geheten den Clock, te waar staat voor deze 2 oude schilden ’s jaars en zij

          voor schepenen niet genoemd hebben hoeveel uit de Clocken zal gaan, zo zeggen zij dat daar uitgaat 1 schilling en niet meer waring en

          vóóruitgang; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 377 regest 668]

[11] 1477 feria 4a post festum passche: Wolterus, zal. Herman Wichmanss zoon, sub et re Wynandus van Arnhem en Gersilius van Aller,

          huismeesters indertijd des godshuis van Sent Katherinen te Arnhem, ad usum van dat godshuis alle versterf en nagelaten goed, roerend

          en onroerend waar ook gelegen, hem door de dood van Henrick van der Praist, zijn oom, aangekomen, schuld en wederschuld, nihil

          exemptum, en ook al zijn goederen, roerende en onroerende; voorts bekent hij en geeft over met vrije wil dat hij in voortijden Henrick van

          der Praist, zijn oom, voorzegd gebeden had een brief over hem te bezegelen, waarin Wolter voorzegd Wichman van Eymeren als een

          rentmeester des voorzegden godshuis gemachtigd en overgegeven had ad usum van dat huis te manen, te vorderen en te boeren al

          zijn goed naar vermogen van die brief, en dat hij in het voorzegde godshuis zijn pravenden toen ook ontvangen en daarvoor belofte op

          gedaan had naar gewoonte en ordinantie van hetzelve godshuis; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 377 regest 581]

[12] (1477) ut supra: Wichman van Eymeren vanwege het hospitaal van Sent Katherinen te Arnhem heeft ook een voorvank gedaan naar recht

          en gewoonte der stad Arnhem en naar erfhuisrecht aan het versterf en nagelaten goed van Henrick van den Praist, zoals hetzelve hospitaal

          dan aangekomen is van Wolter Herman Wichmanss; en voor hem heeft beloofd Wynant van Arnhem, schepen, tuigende over hem zelf, als

          een huismeester; si defectus expandare ex omnibus bonis suis mobilibus et immobilibus;

          Wichman van Eymeren vanwege het hospitaal van Sent Katherinen in Arnhem, gemachtigde van Walter Herman Wichmanss, heeft ook een

          voorvank gedaan naar erfhuisrecht van het versterf en nagelaten goed van Henrick van den Praist voorzegd alzo hetzelve hospitaal dat

          aangekomen is van Walter voorzegd als een recht volger van Henrick voorzegd, zijn olde oom; voor hem hebben beloofd Claess Hugenss

          en Derick van Lier voorzegd sub expandatione; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventaris 377 folio 45v en 46v regest 411 en 419]

[55] 22 juli 1477: Walraven van Wamel, pastoor Arnhem, medegezel in het godshuis te Preume, erkent aan Johan Strubbe, mede optredende

          voor diens vrouw Griet en haar moeder Mette Romans, als tynsgoed te hebben gegeven een half erf, genaamd Ten Colck, 5 schaarweiden

          in het Arnhemerbroick in de Cruysweyden, 2 stukken land op Arnhemerenck, te vertynsen in den hof te Nyenbeeck, en aan Wychman van

          Eymeren een halve hoeve hout in het Arnhemerbosch en 2 stukken land boven den Oldenwyer en bij den Bossch. Gegeven int jaer ons

          Heeren duysent vierhondert sevenenseventig op St. Marien Magdalenen dach. [Gasthuizen en Gilden in Arnhem: toegangsnummer 2001

          inventarisnummer 130b afschrift inv. 23 folio 94] 

[29] 1478 feria 2a post Judica: Arnt van Megen en Geertruyt, zijn vrouw, sub et re Philippus Derickss huis en hofstede voortijds van Borchert van

          Megen, gelegen buiten Sente Johanspoort bij Emauss capell tussen huis en hofstede van de kinderen van zal. Henrick van der Weyden ab

          una en huis en hofstede van Jacob Vallick ab alia, achteruit aan de beek en vóór aan de gemene straat; Bovendien zijn gecompareerd

          Wychman van Eymeren en Bartraet, zijn vrouw, die sub et re Philippus Derickss voorzegd 3 oort oude schilds 's jaars die zij hadden uit het-

          zelve huis en hofstede, waarop zulks in erfpacht aangenomen was [enz.]; si defectus in warandaria expandare uit huis en hofstede van

          Wychman en Bartraet, genaamd die Clock, gelegen in platea Porcorum, et ex omnibus suis bonis mobilibus et immobilibus; [ORA Arnhem:

          toegangsnummer 2003 inventaris 378 folio 3v regest 23] 

[28] 1479: Is gekomen Henrick Foel en heeft Wychman van Eymeren, ambtman der heren van Promen, verborgd de Monichuser tiende met

          Jan van Delen en Arnt van den Sande en elk één voor al voor 17 oude schilden en hiervan te betalen 3 schilden binnen 14 dagen en

          7 schilden hiervan op Sunte Martensdag naast toekomende en 7 schilden op Sunte Petersdag ad Cathedram daarnaastvolgende [enz.];

          [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 378 folio tussen 13v-14r regest 130]

[27] 1479 feria quinta in die divisionis apostolorum: Arnt van den Zande heeft aan Wychman van Eymeren als ambtman van de heren van

          Prumen verborgd de Cattepoelsche thiende met Johan van den Sande en Reyner van den Zande en elk één voor al voor 22½ oude

          schilden, te betalen hiervan 3½ schild payments voorzegd binnen 8 dagen na datum van dezen en 10 oude schilden op Martini hiemalis

          toekomende en nog 10 oude schilden op Petri ad Cathedram daarnaastvolgende; si defectus in aliquo termijn solutionis expandare ex

          omnibus eorum bontis, mobilibus et immobilibus. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer: 378 folio: 14r-14v regest 132]

[26] 1479: Henrick Foll heeft verborgd aan Wychman van Eymeren als ambtman der heren van Pramen de Monichuss[er] tiende met Johan van

          Delen en Arnt van den Zande en hebben daarvoor beloofd te betalen in solidum 17 oude schilden, te betalen hiervan 3 oude schilden

          voorzegd binnen 14 dagen en 7 oude schilden op Martini hiemalis toekomende en nog 7 oude schilden voorzegd op Petri ad Cathedram;

          si 7 defectus expanda re immobilibus; [ORA Arnhem: toegangsnummer: 2003 inventarisnummer 378 folio 14v regest 133]

[25] 1480 feria 2a post Petri et Pauli apostolorum: Comparuit Henrick Monichuyss[en] en heeft een voorvank gedaan aan het versterf en nage-

          laten goed, door zal. Koene van Lair achtergelaten, roerende en onroerende, waarvan Meester Lambert Schout, pastoor te Sent Qwyntyn

          binnen Doirnick, erfgenaam is, die dat de voorzegde Henrick Monichuyss[en] opgedragen en overgegeven heeft naar vermogenvan een

          machtigingsbrief, aan schepenen getoond, en hebben beloofd pro hereditate en één voor al Wychman van Eymeren en Borchart van

          den Nyenhuyss in hoc modo; si defectus expandare ex domi bus et are is suis et omnibus eorum bonis mobilibus et immobilibus.

          [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 378 folio 22r regest 188]

[56] 13 nov. 1480 Arnt Ingen Nulandt en zijne vrouw Beerte erkennen ontvangen te hebben van Wychman van Eymeren de koopsom van vijf

          veerdel hoeven hout in het Arnhemerbosch en een veerdel van een morgen land in Arnhemerbroick in de Rijckerluydenweyde, behooren-

          de tot het Willem Buerssenguet, dat zij in leen hebben van de heeren van Preumen. Gegeven int jaer onsses Heeren duysent vierhondert

          ind tachtentigh op den neesten Manendach nae St. Martens daege in den wynter des Heyligen bisschops. [Gasthuizen en Gilden in Arn-

          hem: toegangsnummer 2001 inventarisnummer 130c afschrift inv. 23 folio 95] 

[24] 1481 dominica post Valentini: Henrick van Monichusen heeft beloofd binnen een vierde jaars na de "zwonen" met zijn huisvrouw op te dra-

          gen en te vestigen Gadert van der Haer zulke 2 oude schilden ’s jaars als hij jaarlijks heeft uit huis en hofstede voortijds van Jan Alartss,

          gelegen in platea Ripe, die Gadert voorzegd te betalen placht Pauwels van Lair en diens moeder en horende tot het versterf dat Henrick

          van Monichusen gekocht heeft van Meester Lambert Schoitt, pastoor te Sent Qwyntyns binnen Doirnick, en daarvan de schepenbrief

          mede over te geven en te leveren in handen van Gadert voorzegd [enz.]; en daarvoor hebben mede beloofd Wychman van Eymeren en

          Borchert van den Nyenhuyss dat dat alzo geschieden zal sub expandatione suorum bonorum mobilium et immobilium; [ORA Arnhem:

          toegangsnummer 2003 inventarisnummer 378 folio 28v regest 242]

[23] 1481 dominica post Mathie apostoli: Henrick van Monichusen, Wychman van Eymeren en Borchart van den Nyenhuyss bekennen - alzo hij

          [Henrick] gekocht heeft van Meester Lambert Schout, pastoor Sent Qwyntinss binnen Doirnick, alle alzulke versterf, erve en goed, rede

          en onrede, als hem aangekomen en aanbestorven is overmits dode van Koene van Lair, zijn nicht, die God genade, naar uitwijzing der

          brieven, daarvan wezende - dat de koop van het voorzegde versterf, erve en goederen Wychman van Eymeren en Borchart van den

          Nyenhuyss gelijk hem mede aangaat en dat zij daartoe tezamen gerechtigd zijn; en of het zaak waar dat enige van hun drieen last,

          hinder of schade daarvan aankwam, dat zullen zij gelijkerhand met malkander uithelpen dragen en daarvan schade en bate te verwach-

          ten. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 378 folio 29r regest 248]

[22] 1481 feria quinta post Marci, resp. post Mathie apostoli: Henrick van Monichusen, en Aleit, zijn vrouw, Wychman van Eymeren en Bartrait

          zijn vrouw, en Borchart van den Nyenhuyss en Lysbeth, zijn vrouw, sub et re Gerit then Loe en Wouben, zijn vrouw, huis en hofstede,

          voortijds van Pouwelss van Lair en Koene, zijn moeder, gelegen in platea Reni tussen huis en hofstede wilner Gerit Brouwer nu Roetart

          Goessenzoon ab una en de steeg ab alia, strekkende achteraan erfenis van Henrick Haemakers kinderen, alzo als Pouwelss en diens

          moeder voorzegd dat te gebruiken plachten [enz.]; si defectus in warandaria en in de brieven televeren, expandare, ex domibus 8 et

          areis suis Henrici et Aleiden, site apud portam Reni, et ex domo et area Wychmans et Bartraden nominatim die Clock, et ex domo et

          area Borcharts en Lysbethen uxoris, sita apud Sent Johans plaats, et omnibus eorum pertinentis tot 100 oude schilden. [ORA Arnhem:

          toegangsnummer 2003 inventarisnummer 378 folio 29v regest 251]

[21] ut supra (ca 1481) Gerit then Loe en Woube, zijn vrouw, bekennen schuldig te zijn Henrick van Monichusen, Wychman van Eymeren en

          Borchart van den Nyenhuyss 150 gouden keurvorster overlenssche Rijnse gl., te betalen daarvan 75 gl. op Pasen toekomende na

          datum van dezen en de andere helft als 75 gl. op Petri ad Cathedram daarna met de rente daarvan van 16 penningen; si defectus in

          aliquo termino solutionis en mede in de rente van de leste termijn, [sub] expandatione ex predicta domo et area van Gerit en Woube,

          zijn vrouw, et ex omnibus suis bonis mobilibus et immobilibus [enz.]; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 378

          folio 29v regest 252]

[19] 1481 dominica post Thome apostoli: Henrick van Monichusen en Aleit, zijn vrouw, Wychman van Eymeren en Bartruyt, zijn vrouw, Borchart

          van den Nyenhuyss en Lysbeth, zijn vrouw, sub et re Claess van den [+] 4 oude schilden ’s jaars uit huis en hofstede voortijds van

          Symon Arntss mesmaker en Jutte, zijn vrouw, dat nu Jan Peterss toebehoort, en uit een halve schaarweide, daarin gehorende, in Palude

          te betalen op Pasen naar vermogen van een schepenbrief [enz.] en te lossen op alle Pasen met 100 Rijnse gl., en comparanten geven

          over dat dezelve 4 oude schilden met andere goederen hun van het versterf van Koene van Lair, die God genade, aangekomen zijn,

          die zij gekocht hebben van Meester Lambert Schout, pastoor Sent Qwyntynss binnen Doirnick, ut assebant; si defectus in de betaling

          expandare uit huis en hofstede van Henrick en Aleide, gelegen apud portam Reni, en uit huis en hofstede van Wychman, genaamd die

          Clock, en dat van Borchart, gelegen apud S.ctum Johannem, et ex omnibus bonis suis mobilibus et immobilibus. [ORA Arnhem: toegangs-

          nummer: 2003 inventarisnummer 378 folio 39r regest 368]

[18] 1481 dominica post Thome apostoli: Henrick van Monichusen en Aleit, zijn vrouw, Wychman van Eymeren en Bartrait, zijn vrouw, en Borchart

          van den Nyenhuyss en Lysbeth, zijn vrouw, sub et re Claess van den Cruyss een hof, die Koene van Lair te wezen placht, gelegen buiten

          de Rijnpoort tussen Peter Borchartss ab una en hof van Steven then Westenenge en Claess voorzegd ab alia, strekkende voor aan de

          gemene straat bij de Kraan. [ORA Arnhem; toegangsnummer 2003 inventarisnummer 378 folio 39v regest 370]

[20] des woensdag post Lamberti 1481: Wichman van Eymeren en Bartruyt, zijn echte wijf, hebben opgedragen Jan van Munster hun huis,

          geheten den Clock, met de plaats daaraan, gelegen in platea Porcorum tussen erfenis van Reyner van den Zande voortijds van Aleit van

          Aken , dat een gang is, ab alia en erfenis van Henrick Egbertss wilner ab alia [enz.]; [ORA Arnhem; toegangsnummer 2003 inventaris-

          nummer 378 folio tussen 35v-36r regest 332] 

[54] voor 1482: Walraven van Waemel, pastoor te Arnhem, Wychman Eymeren, ambtman en en houtrichter van de Arnhemmerhout, vanwege de

          heren van Prüm, en de eigenaren van de Arnhemmerhout komen overeen om de Arnhemmerhout te delen in de Mussenberg, de Hesseler

          en Beekbergen [toegangsnummer 2064 huis Klarenbeek 17e eeuw afschrift inventarisnummer 24 regest 5]

[17] 1482 feria 4a post festum ponciani: Wychman van Eymeren en Bartrait zijn vrouw, sub et re Arnoldus van Megen en Geertruyt, zijn vrouw,

          huis en hofstede, gelegen bij de Oort tussen huis en hofstede quondam Reyner Scheperts ab una en Communis platea ab alia, strek-

          kende achter aan erfenis van Reyner van den Zande, op 2 oude schilden ’s jaars keizers of frankrijks, die Wychman en Bartrait daaruit

          behouden zullen, te betalen op Petri ad Cathedram toekomende na datum van dezen eerstaan en zo voort en te lossen op Petri toekomen-

          de over 2 jaar of hierbinnen op Petri een halve schild met 11 enkele keurvorster gouden overlenssche Rijnse gl. en de andere 11 oude

          schild te lossen op Petri ad Cathedram elke halve schild met 12 gouden Rijnse gl. [enz.]. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventaris

          nummer 378 folio 53r regest 441]

[65] 1482 sexta post Passche: heer Gerit van Lochem, procurator des kloosters van Belhem, in den lande van Zutphen gelegen, Reguliers orden

          sub et re vanwege dat klooster Bartraden, vrouw van Wychman van Eymeren, ad usum van haar zelf en van Wychman, haar man, 6 oude

          schilden ’s jaars uit huis en hofstede van Jonffr. Aleide Gruterss, uxor quondam Johannis de Moirza, gelegen in platea Regis tussen Com-

          munis platea ab una en huis en hofstede nu van Pelgrum Peterss ab alia; [en dan boven op fol. 60r een inlas, die kennelijk op deze akte

          betrekking heeft, luidende:] met een schaarweide, daartoe gehorende, in Palude van Arnhem in de Begynenweyde, te betalen op Petri ad

          Cathedram naar verder inhoud van een schepenbrief, bezegeld door Wolter van Herwen en Kerstiaen Kyvit, met zulke achterstedige pacht

          als daarop van 5 jaar verschenen zijn, ut assebat Dominus Gersrdus, en bekende nil juris aan de 6 schilden en achterstedige pacht van-

          wege het convent; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 378 folio 60v regest 534]

[16] 1483 in festo crucis invencionis: Jacob then Westeneng Geritss en Geertruyt, zijn vrouw, sub et re Reyner van den Zande een hofstede met

          het land daaraan, gelegen bij Monichuser beke, houdende tezamen 1 molder zaads te goeder mate, tussen erfenis van Wychman van

          Eymeren Roleffss ab una en erfenis van Reyner voorzegd ab alia, strekkende met de ene einde aan Monichuser beke en met de andere

          einde aan de [Vicus]steeg, alzo als dat daar gelegen en voortijds in erfpacht aangenomen is door Wolter van Aller en Johan Koster, die

          God genade, als van elk een halve molder zaads naar vermogen van een schepenbrief [enz.]; si defectus expandare uit hun 4 kamers,

          gelegen in Spanckermannsteeg, et ex omnibus suis bonis mobilibus et immobilibus; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventaris

          nummer 378 folio 73r regest 692] 

[59] 23 augustus 1484 op sunte Bartholomeus avont des hilligen apostels: Wichman van Eymeren, ambtman der heeren van Proemen, beleent

          Johan Keppelman met de helft van het goed, genaamd Teynck, in het kerspel Warnsfeld en de buurschap Eeffde, leenroerig aan het Gods-

          huis te Proemen, na opdracht door diens vader Ceele Keppelman, van welk goed de wederhelft aan de oudste dochter van wijlen Jan

          Huernynck toebehoort. [Gelders archief Arnhem - Fraterhuis te Doesburg toegangsnummer 0327 inventarisnummer 95 regest 1099]

[7] 1485 feria sexta post Mathias: Willem Ingennyelant en Jerefaes van Lynden en Joffr, Joest Ingennyelant, zijn echte wijf, hebben opgedragen en

          met hun vrije wil vertegen Wychman van Eymeren alle hun aandeel, als met name het zevendeel, van huis en hof, gelegen in de Kerkstraat

          tussen huis en hofstede van Ott van Hoeckelom aan een zijde en huis en hofstad van N. op de andere zijde, en uitgaande in de Koning-

          straat met een grote poort, met 5 schaarweiden, daarin gehorende, omtrent 2 morgen lands; zoals dat Johan Ingennyelant zal. gedachten

          vader van Willem en Joffr. Joest voorzegd, aangeerfd is van zal. Gelis Ingennyelant, zijn oom, en Joffr. Ingennyelant, wilner echte huisvrouw

          van Gelyss voorzegd, dat nog in tocht bezit [enz.]. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 379 folio 4v regest 24] 

[3] 1485 op sunte Thomasdag: Willem Haigedoirn, juratus procursor, heeft op zijn eed gegicht dat hij vanwege Wychman van Eymeren Arnt Ingen-

          nyewelant een richtersweetbrief in zijn hand gegeven heeft, inhoudende dat hij besating gedaan heeft aan alle goederen van Arnt Ingennye-

          welant en Henrick, zijn broeders kind, naar vermogen des signaats op de guesdag in festo Thome omtrent tussen 6 en 7 uur voormiddage in

          de stad Arnhem achter het Oude kerkhof voor het huis van zal. Johan van Brienen. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnum-

          mer 379 folio 90r regest 527]

[4] 1485 feria quarta post dominicam quasimodo [geniti]: Burchgert van den Nyenhuyss juratus heeft op zijn eed gegicht dat hij vanwege Wychman

          van Eymeren 4 veertiendagen na de ander volgende in de kerk besating gedaan heeft aan alle erven en goederen, roerende en onroerende,

          rede en onrede, niet daarvan uitgescheiden, als zal. Willem en Henrick Ingen Nyewelant en hun erven hebben in de gerichte en vrijheid van

          Arnhem, voor alzulke schuld als zij hem schuldig zijn naar vermogen van zijn zegel en brief. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventaris

          nummer 379 folio 90r regest 525]

[5] 1486 feria quarta post decollationis Johannis: Wychman van Eymeren en Bartruyt, zijn echte wijf, hebben opgedragen en overgegeven Macha-

          ryss die Heert huis en hofstad, gelegen bij Sente Claess hospitaal tussen huis en hofstad van Willem Kemerlinck ab una en huis en hofstad

          van Johan van Beerss ab alia, zoals Wychman het voorgemelde huis en hofstad aangekomen en aanbestorven is van zal[iger] Styn van der

          Borch [sic: Berch] zijn zuster [enz.]; et si defectus fuerit xpandare uit een kamp lands, gehorende Wychman en Bartruyt voorzegd, gelegen

          opten Peerdmerckt, en uit alle andere erven en goederen van Wychman en Bartruyt voorzegd, nihil exemptum; met zulke voorwaarde dat

          Macharyss die Heert of zijn erven de 8 Rijnse gl. ’s jaars, die Wychman en Bartruyt uit het voormelde huis en hofstad hebben en behouden,

          als nu op sente Johansdag te midzomer toekomende over 3 jaar of hierbinnen tot 2 termijnen half of heel tot hun [keur] lossen en afkopen

          zullen mogen met 138 Rijnse gl.; waar het zaak dat in de betaling der 8 Rijnse gl. ’s jaars of in de lossing der jaarrente voorzegd enig gebrek

          of hinder waar of kwam, heeft Macharyss verlijd en overgegeven dat de richter indertijd te Arnhem Wychman van Eymeren en diens erven

          altijd zal mogen doen verhalen aan het voorzegde huis en hofstad en aan en uit een kamp lands op Arnhemmer enge, geheten den Doernen

          kamp, met het land, daartoe gehorend [enz.]. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 379 folio 65r regest 404] 

[6] 1486 feria septima post dominicam invocavit: Sander Ingennyewelant Janss heeft opgedragen Wychman van Eymeren zijn aandeel van huis en

          hofstad, dat Joffr. zal. Gelyss wijf Ingennyewelant nog in tucht bezit, gelegen in de Koningstraat en uitgaande in de Kerkstraat, gelijk en en

          alremate als zijn broeder en zuster die vóór opgedragen en overgegeven hebben naar vermogen der schepenbrieven, daarvan wezende [enz.].

          [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 379 folio 49r regest 293]

[66] Wigman van Eymeren zegelde 1491 met 3 molenijzers. [Heraldieke bibliotheek 1882 p. 242]

[33] 1492 op de witte donderdag: Johan van Worchem bekent van goede gerechte wettelijk bekende schuld schuldig te wezen Reyner van den

          Sande 200 gouden Rijnse gl. en Wychman van Eymeren en Hermannus van Berck 108 gouden Wilhelmus schilden, die hij belooft te betalen

          op Sente Petersdag ad Cathedram naastkomende na datum 's briefs zonder langer vertooch; et si defectus fuerit sub expandatione van huis

          en hofstede, dat Johan voorzegd nu ter tijd bewoont, gelegen in de Koningstraat, et ex omnibus, nihil exemptum; [idem tussen fol. 8v-9r];

          [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 381 folio 9r regest 51] 

[32] 1492 dominica post vincula Petri: heer Jacop Vaick, priester, als provisor met Arnt Jeger zijn gekozen momber en Sander Tengnagell en Willem

          van Doirnynck als overste provisoren en Wychman van Eymeren en Rycquin Floryss als medeprovisoren des hospitaals van Sente Peter

          binnen Arnhem gelegen, hebben vanwege het hospitaal opgedragen en met hun vrije wil vertegen Johan Gruyter als een toevenger en in

          behoef van Jonffr, Geertruyt van Schevick 18 enkele keur vorster overlenssche Rijnse gl. 's jaars uit 3 kampen lands, gehorende het hospitaal

          voorzegd, geheten Sente Peterss Campen, gelegen in Velperbroek, en voorts uit zulke jaarrente als het voorgemelde hospitaal jaarlijks heeft

          uit huis en hofstede, nu ter tijd gehorende Egbert [Cuper], gelegen tegenover de Bakkerstraat tussen huis en hofstede van Hille sBoesen ab

          una en huis en hofstede van Ulent van Ede ab alia, te betalen op ons liever Vrouwendag Assumptionis naastkomende na datum 's briefs over

          een jaar eerstaan en zo voort [enz.] en te lossen met 300 enkele gouden Rijnse gl. payments [enz.]; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003

          inventarisnummer 381 folio 14v regest 108] 

[31] 1492 op de heilige kerstdag: Alyt van Blytterswyck heeft in handen van Wychman van Eymeren als rentmeester der stad Arnhem gelegd 15

          gouden Rijnse gl. naar inhoud van een cedul, waarin de "valuencien" geschreven staan in behoef van Johan Schoermouwe en Kaerll [!] of wie

          daartoe gerechtigd mag wezen en dat in zulke mate tot wat tijden Alyt voorzegd opdracht en waarschap geschied is van zulke 4 schaarweiden

          als zij van Johan Schoermouwe gekocht heeft, waarmede zij zij naar der stad rechten bewaard is, zal Wychman de voorzegde penningen over-

          geven aan degene, die daartoe gerechtigd is en niet eer, zoals Derick van der Ho[e]ven als burgemeester de voorzegde Wychman datzelve

          bevolen heeft de penningen zolang in zijn "behalt" te houden; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 381 folio 21r regest 174] 

[67] Van 1492 tot 1494 staat hij vermeld als woonachtig in de Koningstraat. 1515 Mei 7. (Koningstraat). Broeder Wilhem ingen Nulandt, rector van het

          zusterconvent te Huissen, Johan ingen Nulandt en Wilhem ingen Nulandt dragen aan Bernt van Presickhave over „huyss ende hoffstede,

          gelegen myt eenrer poerten uytgaende in der Konynckstraten tusschen huyss ende hoffstede wilneer Wichmans van Eymeren op die een

          zyde ende huyss ende hoffstede Bernt Negels op die ander zyde, achter uytgaende in der Kerkstraten. [Schepensignaat Arnhem, 1514 ’25

          folio 51 bis - mededelingen Gelre 1958 blz. 79]

[30] 1494 feria quarta post conceptionis Marie: Peter van Steenbergen, Willem van Steenbergen, gebroeders, Andriess Schymelden en Johan

          Gruyter ter eenre- en Peter Borch[er]ss met zijn vrienden, ter andere zijde verlijden - zo twist en schelinge tussen de voorgemelde partijen

          geweest is en nog is, herkomende van zekere schulden, die Peter Borch[er]ss aan de voorgemelde personen ten achteren is naar vermogen

          van zegel en brieven - dat zij hun tweeer schelinge gebleven zijn aan Reyner van den Sande, Henrick Andriess, Johan Verweren Geryt van

          Silvolden, zo wes die tussen beide partijen met [invordering] van de 2 schepenen Wychman van Eymeren en Hermen van Berck daarvan uit-

          sprekende worden, zullen de voormelde partijen minnelijk en vriendelijk verleken en gescheiden wezen en daarbij een pene als de voorge-

          melde 4 zegsluiden noemen en genieten zullen; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 381 folio 56v regest 493]

[63] 17 mei 1494: Jacop Ridder en Sander Tengnagell, schepenen te Arnhem, oorkonden, dat ELizabeth van Wylp, weduwe, overgedragen heeft

          aan Wychman van Eymeren een hoeve hout, gelegen in Arnhemermerck aan den Mussenberch, door wijlen heer Wynant van Arnhem ridder,

          aan het klooster Monichusen verpand. Gegeven int yair ons Heren dusent vierhondert vier ende tnegentich des satersdages opten heyligen

          Pynsteravont. [Gelders archief - Gasthuizen en Gilden Arnhem toegangsnummer 2001 a) inventarisnummer 129 en b) afschrift inventaris-

          nummer 23 filio 96v regest 222

 

Uit dit huwelijk: 3 bewezen kinderen Roloff, Theodorica en Fenne

 

1.    Roloff van Eymeren  -  volgt V

 

2.    Theodorica van Eymeren - geb. ??? - leeft begijn-achtig leven thuis in haar vaders huis in de Koningstraat te Arnhem - schrijfster van

            twee mystieke werken "Der Evangelishche Peerle" (Margarita evangelica) en "Van den Tempel onser Sielen" [door anderen wordt

            haar de auteurnaam naam Reinalda [Reinalda pdf] toegekend, waar ik Andreas geen bewijs voor zie] - † Arnhem 28 jan. 1540 en

            begraven in de broerenkerk Arnhem [kerk allang afgebroken en grafzerken geruimd] 

 

voetnoten:

[50] 22 aug. 1555 met verwijzing naar 1539: Derisken Prynsen, weduwe van zal. Derick van Berck, sub et re heer Henrick Thonyss, provisor

           des hospitaals van sente Peter binnen Arnhem, als een toevenger en in behoef des hospitaals voorzegd alle alzulke gerechtigdheid als

           zij enigszins heeft aan een hoeve lands, gelegen buiten Arnhem in den Mussenberch, zoals die Gaert van der Haer toe te horen placht

           en Roloff van Eymeren, Theodorica van Eymeren en Fenne van Eymeren, broeder en zusters, als erfgenamen van Gaert Verhaer op-

           gedragen hebben voor schepenen van Arnhem aan Henrick Prynsen, Deriskens voorzegd vader zal., inhoud zegel en brief, daarvan

           sprekende; voorbehouden dat de uitdrift in en door de Mussenbergh met schapen, koen en andere beesten erfelijk en eeuwelijk blijven

           zal aan Deriskens voorzegd erf en goed, geheten dat guet ther Inden, gelegen opter Beken op deze zijde van Bethanien [enz.]; [ORA

           Arnhem: toegangsnummer 2003 inventaris 396 folio 257r-257v regest 1297]

[75] 2013 Kees Schepers heeft met "Wat zeggen de vroegste edities over de auteur van Die evangelische peerle" de problematiek en aan-

           nemingen goed onderzocht en uitgelegd.

 

Opsomming en uitleg:

1) In 1e helft van 16e eeuw kwam naar buiten twee opmerkelijke mystieke werken a) "De Evangelische Peerle" of "Margarita evangelica"

           (1535) en b) "Van den Tempel onser sielen" (1543) die in sommige kringen enorm populair bleek in die jaren, werd herdrukt en uit-

           gegeven in 4 talen. Ze werden gelezen door begijnen en kloosterzusters, maar ook door mannelijke religieuzen, en zelfs als gebeden-

           boek gebruikt door koningin Mary Stuart van Schotland (1542-1587) en de heilig verklaarde bisschop Francois de Sales (1567-1610).

           Ook in Rome werd het aanbevolen voor lezing door kardinaal Pierre de Berulle (1575-1629).

2) Wat is mystiek? Dat is een proces waarbij mensen - meestal prive - proberen hun ziel te verenigen met God. [bron: woordenboek]

3) Het eerste werkje werd voor het eerst uitgegeven in 1535 door Diederich Loer [1495-1554] vicaris van de karthuizers in Keulen [Vlaande-

           ren 1981 jaargang 30 p. 176] die banden hadden met de st. Agnes of st. Agnieten klooster in Arnhem. Ook dat klooster had speciale

           schrijfkamers, waarin de zusters doel hadden evangelie uit te spreiden door anonieme werken. Lijkt erop dat hij via hun de 1e proef-

           werken kreeg van "De evangelische peerle" / "Margarita evangelica" en toestemming kreeg dat uit te geven. Diederich Loer die de

           eerste edities verzorgde verklaart later [van horen zeggen, wellicht van Nicolaus] dat zij op 28 januari 1540 was overleden in de leef-

           tijd van 77 [gekozen als heilig nummer?] jaar, nooit was gehuwd en komende van een voorname familie.  

4) Het tweede werkje werd in 1542 gedrukt door Nicolaus Eschius in Oisterwijk die ook begijnenleider was in Diest [B] een wel bekende be-

           gijnen plaats in die tijd [Vlaanderen 1981 jaargang 30 p.176]. Nicolaus van Esch die in 1542 de 3e uitgave verzorgde van de "grote

           Peerle" verklaart [in de inleiding van het boek] dat de schrijfster geinspireerd door de heilige Geest, een deugdzame maagd en vanaf

           jongsaan belooft had geestelijk gehoorzaam te zijn, ze woonde in haar vaders huis. Zo daarmee is zij een religieuze vrouw en niet als

           zuster. Bijna altijd worden vrouwen van meest rijke families uitgezonden voor een religieuze leven in een klooster, ze werden zuster

           met een andere naam. Nicolaus geeft later aan dat de schrijver een vrouw was, maar niet toegestaan was haar naam te verklaren,

           omdat zij bij leven vasthield aan nederigheid en bescheidenheid, geen eer en roem, dan alleen aan God. Toch geeft zij wat prijs in

           haar latere hoofdstukken wanneer ze veel steun had van een vriendin [= Maria van Oisterwijk] en een vriend [= Nicolaus van Esch].

           Het is begrijpelijk dat na haar overlijden [1540] Nicolaus wat meer over haar kon vertellen, maar niet haar naam kon onthullen,

           waarschijnlijk had Theodorica dat perse aan haar vrienden gevraagd.

5) Met een 1545 editie was de inleiding van Nicolaas van Esch, vervangen door een opdrachtbrief aan Borchardus van den Bergh die ka-

           nunnik van st. Walburg was te Arnhem en hofkapelaan van keizer Ferdinand I. Dat is een belangrijke aanwijzing omdat Borchardus

           tot de zelfde familie behoort als Theodorica van Eymeren, zij is namelijk de zuster van zijn moeder Fenne van Eymeren.

6) De beroemde en later heilige Petrus Canisius [= Kanis] [1521-1597] dicht toe over zijn tante als een zeldzame vroomheid, opmerke-

           lijk door haar Goddelijke verlichtingen, en hem als kind voorspelde dat een orde zou worden opgericht, en dat hij Petrus "een van

           hen" zou worden. Inderdaad in 1540 werd de Jezuiet orde opgericht met toestemming van de paus, en ja Petrus Kanis had die

           voorspelling van zijn tante Theodorica goed begrepen en werd een Jezuiet. Die 2 werken, voorspellingen en Jezuiet orde bracht de

           mensen in verrukking en Petrus Canisius kreeg in 1576 een brief van karthuizer Laurentius Surius de vraag of dat zij de mystieke

           schrijfster was en of zij een bloedverwant was? Die antwoord weten we niet [is niet bewaard gebleven]. Toch heeft Petrus zijn tante

           Theodorica van Eymeren erkend in zijn testament die hij als maagd groet, en aan hem de voorspelling had gedaan.

7) P.J. Begheyn [die vele jaren had besteed om achter naam van de mystieke werken te komen] bericht in "Ons Geestelijk Erf" van 1989

           (p. 176-179) dat hij bij bezoek aan Muenchen [Archiv Oberdeutsche Provinz SJ, codex I, 29 nr. 51] een brief had ontdekt van Jezuiet

           Joannes Hasius (1543-1634) aan Matthias Raderus van Jesu sociteit, gedateerd Emerik 28 november 1613. Waarin hij mededeelt

           dat hij een brief van Goessen van Steenler had ontvangen gedateerd 15 oktober 1613 waarin hij hem schreef dat de Arnhemse

           zieneres de moederszuster was van de moeder van Derick Kanis. [de moeder van Derick Kanis was Wendelina van den Berch, en

           haar moeder was Fenne van Eymeren die zuster was van Theodorica van Eymeren]. Die Hasius was niet alleen hecht met Petrus

           Canisius maar ook met andere Kanis en van den Bergh familie leden ("Ons Geestelijk Erf" van 1969 p. 384-385), dat maakt zijn

           betrokkenheid betrouwbaar en beslist.  

8) Sinds 1987 is er in sint Bavo kathedraal te Haarlem een portret van Theodorica van Eymeren [als "Reinalda"] in de gallerij tussen Thomas

           a Kempis en Petrus Canisius, toch is dat niet Theodorica van Eymeren, omdat het aan het einde van de 20e eeuw werd gefabriceerd

           op denkbeeldige  voorstelling van de ontwerper van hoe een gelovige vrouw in die jaren zou hebben uitgezien. [ik hoop dat st. Bavo

           dat als zodanig heeft vermeld].

 

Conclusies:

 

1) Dat Theodorica een gelovige vrouw was en thuis woont, want zij is als vroom en maagd verklaard door Petrus Canisius [haar neef] en

            door Nicolaus van Esch dat zij thuis woont bij haar vader [in de Koningstraat te Arnhem].

2) Theodorica van Eymeren leefde een uiterst vrome leven, onderhevig aan normale aanvechtingen en verleidingen, doorstaan door Gods

            hulp en verder verrijkt door de heilige Geest van God en opgeheven door onze here Jezus Christus. In dat leven, heeft God geeft tal

            van giften aan haar geschonken om het evangelie uit te breiden, en dat heeft Theodorica gehoorzaam en eerbiedig gedaan.  

3) Dat Theodorica ook geestelijk verbonden was met 2 van haar vrienden door hun vriendin [= Maria van Oisterwijk] en vriend [= Nicolaus

            van Esch] te noemen in haar latere hoofdstukken, beiden in begijnen kring.

4) Door Nicolaus van Esch werd zij nederig en bescheiden genoemd en dat past in Theodorica's leven als vrome vrouw en maagd, en ook

            dat zij geen roem wilde dan alleen aan God, en dus ook haar naam niet vermeld wilde zien als schrijfster van de 2 mystieke werken.

            Ook Petrus Canisius heeft dat gerespecteerd en juist begrepen.

5) Doordat Theodorica van Eymeren voorspellingen deed, kan ze terecht worden gezien als zieneres, als verklaard door Petrus Canisius

            en Goessen van Steenler. Met dat gift worden ongetwijfeld ook andere gaven geschonken.

6) In dat geestelijk leven van Theodorica van Eymeren met vooral God, heeft God haar opmerkelijk dingen getoond en gegeven, zodat ze

            haar mystiek leven kon verwoorden in tekst, wat God natuurlijk schittered heeft gedaan via Theodorica van Eymeren.

7) Het is daarom juist om Theodorica van Eymeren als schrijfster te erkennen van de 2 mystieke werken a) "De Evangelische Peerle" (Mar-

            garita evangelica) en b) "Van den Tempel onser sielen" - en NIET als Reinalda, want dat wekt verwarring. Hasius maakt Reinalda

            bekend ("Ons Geestelijk Erf" van 1969 p. 388). Alhoewel die 2 namen NIET met elkaar zijn verbonden door dokumenten, maar de

            aanwijzigingen zijn behoorlijk sterk. We weten ook nu dat schrijvers een fictieve naam gebruiken, zo dat zou kunnen.

  

3.    Fenne (Fenna) van Eymeren  -  geb. ??? - † na 1525 - tr. ca. 1500 met Gerrit van den Bergh - schepen van Arnhem - † Nijmegen 25

           jan. 1530 - zn. van ???

           hieruit:

           1) Borchard van den Bergh - geb. ??? - kanunnik 1545 van st. Walburg te Arnhem [8] - † 28 okt. 1566 - begr. in st. Eusebius te Arnhem

           2) Andrea (Trees) van den Bergh - geb. ??? - † Nijmegen 8 jan. 1555 [ongehuwd] - begr. in Mindersbroederskerk te Arnhem

           3) Wichman (Wychman) van den Bergh - geb. ??? - schepen en burgemeester - † Nijmegen 1565 - tr. Nijmegen voor 1533 met

                  Lysbeth Kanis - geb. ??? - † Nijmegen na 1572 - dr. van Otto Kanis en Luytgen van Hellu

           4) Wendel van den Bergh - geb. ??? - † Nijmegen sept. 1557 - tr. Nijmegen ca. 1530 met Jacob Kanis - geb. ??? - † Nijmegen

                 25 dec. 1543 - begr. in st. Steven te Nijmegen - zn. van Derick Kanis en Wendel Visscher

 

voetnoten:

[69] 1508 juli 28 [des vrijdaiges nae Sent Jacopsdach des Heyligen Apostels] Derick van der Hoeven en Wijnant van Doirnynck, schepenen

           te Arnhem, oorkonden dat Wolter Teetz en zijn vrouw Sophia overgedragen hebben aan Gerit van den Berghe ten behoeve van Stijne,

           natuurlijke dochter van Roloff van Eymeren, een stuk zaailand buiten de Velperpoirte op de Steenberch, groot 10 schepel, gelegen

           tussen het land van Derick van der Hoeven en dat van Johan van Bockhorst, begrensd door het land van het Sint-Petersgasthuis

           binnen Arnhem en door het land van Johan van Bockhorst voornoemd. [Gelders archief - st. Nicolai broederschap toegangsnummer

           2072 inventaris 931 regest 289] 

[70] 1542 quinta post quasimodo geniti: Ffenna, nagelaten weduwe van zal. Gerryt van den Berch, sub et re Elizabeth Ensynck, procuratrix,

           en zuster Griet van Keppel als tot behoef Sunt Agnyetenklooster een halve morgen lands, gelegen in Arnhemmerbroek in de anderde

           Beghynenweyde, met voorwaarde dat Ffenna en haar erven die halve morgen lands altijd op Sunt Petersdag ad Cathedram weder zullen

           mogen lossen met 60 goud gl. [enz.]; et si defectus fuerit in enig punct of zaak sub expandatione van huis en hofstad, Ffenna toebeho-

           rende, gelegen in de Koningstraat, Wynant van Presickhave ab una en een 16 gemene steeg ab alia; [ORA Arnhem toegangsnummer

           2003 inventarisnummer 390 folio 24v regest 120]

[68] ut supra: Fenne voorzegd potentiavit Wychman van den Berg, haar zoon, alledesgene dat zij te doen heeft in het schependom van Arnhem,

           met recht daarom te spreken [enz.]. [ORA Arnhem toegangsnummer 2003 inventarisnummer 389 folio 110r regest 675]

[8] 1545 op gudesdag post assumptionis Marie virginis: Meester Borchart van den Berghe, canonick van Sente Walburgen te Arnhem,

           Wychman van den Berghe en Wendell van den Berge, nagelaten weduwe van zal. Meester Jacob Caniss, sub et re Roloff en Styn

           van Eymeren, broeder en zuster, alle hun gerechtigdheid, recht en toezeggen als zij hebben aan huis en hofstede dat Roloff, hun

           vader zal., hun tevoren in lijftocht gemaakt had, gelegen in de Nystad aan de stadmuur, Meester Borchart voorzegd ab una en Lambert

           Pandecker ab alia, gelijk hun vader zal. vánr en zij na dat voorgemelde huis en hofstede bezeten en gebruikt hebben. [ORA Arnhem:

           toegangsnummer 2003 inventarisnummer 391 folio 123r regest 643]

[71] 8 maart 1546: meester Burghardt van den Bergh theologus potentiavit Roeleff van Eymeren alle alzulke zaken, rechtsvorderingen en schul-

           den als hij binnen de stad en vrijheid van Arnhem, in Veluwezoom en op Veluwe enigszins te doen hebben mag of te doen krijgen mag,

           diezelve in te vorderen en met recht daarom te spreken. [ORA Arnhem toegangsnummer 2003 inventaris 392 folio 23v regest 118]

[72] 1549 maart 18 Missive van het hof aan Fenna van Eymeren, wed. Gherrit van den Bergh te Nijmegen met verzoek om bericht op het hierbij

           gaande request van Arndt van Hoeckelum. [0124-808 brieven van en aan het kwartier van Nijmegen toeg.nr: 0124 Hof van Gelre en

           Zutphen inventaris 808 regest 1355]

[73] 1549 het request van Arndt van Hoeckelum. Hertog Karel heeft het goed van suppliants vader bij diens dood geconfisqueerd en een kamp

           land door suppl. in pacht bezeten op grond van een vermeende actie aan Roeloff van Eymeren toegewezen. Hij is nu in gebruik bij diens

           zuster Fenna. supplicante vraagt restitutie op grond van spolium [toeg.nr: 0124 Hof van Gelre en Zutphen Inv.nr: 808 Regest 1355

           Arnhem, Rijksarchief, Archief Rekenkamer Gelderland, lnv. no. 1327, Thinsboek van Wageningen 1624-1667, f. 111: "Item Jor ’ Gijsbert

           van Hardenbroick quondam Goessen van Varick Rekenmr. bevorens Joncker Cairll van Gelder, eertijts Fenna vanden Berghe toe

           Nimegen dochter Andrea, voorhen Weindelmoit filia Borchardi de Nijenhuijss de bonis paternis eius ibidem." 

[50] 22 aug. 1555 met verwijzing naar 1539: Derisken Prynsen, weduwe van zal. Derick van Berck, sub et re heer Henrick Thonyss, provisor

           des hospitaals van sente Peter binnen Arnhem, als een toevenger en in behoef des hospitaals voorzegd alle alzulke gerechtigdheid als

           zij enigszins heeft aan een hoeve lands, gelegen buiten Arnhem in den Mussenberch, zoals die Gaert van der Haer toe te horen placht

           en Roloff van Eymeren, Theodorica van Eymeren en Fenne van Eymeren, broeder en zusters, als erfgenamen van Gaert Verhaer op-

           gedragen hebben voor schepenen van Arnhem aan Henrick Prynsen, Deriskens voorzegd vader zal., inhoud zegel en brief, daarvan

           sprekende; voorbehouden dat de uitdrift in en door de Mussenbergh met schapen, koen en andere beesten erfelijk en eeuwelijk blijven

           zal aan Deriskens voorzegd erf en goed, geheten dat guet ther Inden, gelegen opter Beken op deze zijde van Bethanien [enz.]; [ORA

           Arnhem: toegangsnummer 2003 inventaris 396 folio 257r-257v regest 1297] 

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


IVb      Arnt Roloffss [41-43] van Eymeren

               geb. ??? - † ??? -

               tr. voor 1447 met Jutt NN

 

voetnoten:

[43] 1440 feria secunda post Gregorii: Arnt Rolofss van Eymeren kiest tot zijn momber Egidius Ingen Nuwelant 6 jaar lang en heeft beloofd bij

          een pene van 1000 Rijnse gl. aan handen van Egidius niet te hilicken of iets ten handen te trekken of geenrehande goed te verkopen

          of iets te doen in enige stukken buiten raad, weten en goeddunken van Gelyss Ingen Nuwelant en van Jacob en Arnt, zijn omen; dede

          hij iets daarenboven, dat zal van geenre waarde wezen en daartoe waar hij Gelyss voorzegd vervallen van de voorzegde pene; sub

          expandatione bonorum omnium; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 372 folio 18v regest 171] 

[42] 1443 feria secunda post festum may: Arnt van Presinchave als een momber van Wychman en Styne, Roloffss kinderen van Eymeren

          heeft gesonnen Arnt Roloffss zoon, hun broeder, hem uit te reiken tot der kinderen behoef goed als hij van hen onder zich heeft en hun

          schuldig is naar uitwijzing des maaggescheids, tussen de kinderen gemaakt. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer

          372 folio 54v regest 471]

[41] 1446 in vigilia annunciationis Marie: Arnt Roloffss van Eymeren en Jutt, zijn vrouw, sub et re Henrick Smacht 2 schilden frankrijks ['s jaars]

          uit hun huis en hofstede, dat wilner Derick Weynskenss te wezen placht, gelegen in de straat tegenover Senter Claess gasthuis en tussen

          huis en hofstede van Johan van der Grebben ab una en huis en hofstede van Johan van der Locht de wever ab alia, [te betalen] Pasen

          toekomende over een jaar eerstaan [enz.]; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 373 folio 4r regest 44]

[37] 1453 feria quarta post reminiscere: Arnt van Eymeren, Wychmoit van Eymeren en Wilhem van der Borch en Styna, zijn vrouw , sub et

          re Wilhem van Daitseler 2 schilden 's jaars, die zij hadden uit een stuk lands, gelegen extra portam Reni [genaamd] den Blickerss, toe-

          gehorende Aleide van Mekeren en haar kinderen, te betalen op Petri ad Cathedram naar vermogen van een schepenbrief met de zegels

          van Ridder en Herman van Wye; Wychmoit heeft beloofd te vrijen en te waren sub expandatione bonorum omnium; [ORA Arnhem: toe-

          gangsnummer 2003 inventarisnummer 375 folio 31r regest 417] 

[38] 1453 ut supra: Arnt van Eymeren sub et re Wilhelmus van der Borch en Styne, zijn vrouw, zijn huis en hofstede met de stal, gelegen

          tussen huis en hofstede van [Symon] Cock en kinderen ab una en huis en hofstede van Derick van den [Bleeck] ab alia, met 2 scharen

          in Palude in Arnt Roloffss zoon slach; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 375 folio 31r regest 419] 

 

Uit dit huwelijk: ?

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈

 

V      Roloff van Eymeren

              geb. ca. 1466 - ambtman van Prüm 1504 - werd 1513 beleend met Prüm goed - † voor 1546 [8]

              had een relatie met NN        

 

voetnoten:

[74] 1482 feria 3a post servacii episcopi: Claess Peterss en Aleit, zijn vrouwt sub et re Egbert Floriss van der Erwe 2 stuksken lands, gelegen

          buiten de Rijnpoort, dat ene opten Galgenberch langs de weg, die opten oever van de Rijn gaat, en het ander tussen land voortijds

          van Gerit Bongert, nu Egbert voorzegd ab una en land quondam van Roloff van Eymeren ab alia. [ORA Arnhem toegangsnummer:

          2003 inventarisnummer 378 folio 59v regest 527]

[57] 1508 juli 28 des vrijdaiges nae sent Jacopsdach des heyligen apostels: Derick van der Hoeven en Wijnant van Doirnynck, schepenen

           te Arnhem, oorkonden dat Wolter Teetz en zijn vrouw Sophia overgedragen hebben aan Gerit van den Berghe ten behoeve van Stijne,

           natuurlijke dochter van Roloff van Eymeren, een stuk zaailand buiten de Velperpoirte op de Steenberch, groot 10 schepel, gelegen

           tussen het land van Derick van der Hoeven en dat van Johan van Bockhorst, begrensd door het land van het Sint-Petersgasthuis

           binnen Arnhem en door het land van Johan van Bockhorst voornoemd. [st. Nicolai broederschap Arnhem toegangsnummer 2072

           inventaris 931 regest 289] 

[53] 8 juni 1520 des vrydaiges na sunt Bonifacius doet: Wijnant van Arnhem, doctor in beide rechten, dijkgraaf van het Arnhemer ende

           Velperbruecken, oorkondt, dat jonker Ghijsbrecht, broeder tot Wisch, het klooster Monickhuysen en Roloff van Eymeren aan Arnt

           Bitter overdragen enige van hun goederen om hun aandeel in de kosten van het herstel van dijken en hoofden in het Arnhemer

           ende Velperbruecken te betalen. Oorspr. (inv. no. 1280); de zegels van de oorkonder en de heemraden zijn verloren gegaan.

           [Gelders archief - Polderdistrict het Arnhemsche en Vepsche broek toegangsnummer 2144 inventarisnummer 2 folio 166 regest 4] 

[34] 1539 3a post letare Jeruzalem: Zijn gekomen Roeloff van Eymeren, Bernt Negel en Mael Dryvers met recht gebaad om een getuigenis

           der waarheid te geven en heeft Roeloff voorzegd getuigd en gezegd woe hem wittig en kondig is en een tijd van jaren geleden is dat

           Wychert then Have, Sweder van Angeren, Hermannus van Berck en Claes ther Hoeven vanwege ons genedige lieve heer, hooghof-

           felijker gedachten, door Albert van der Lawyck met de zijnen in de nacht gevangen zijn, op het "Hoff" "geleyt" en van daar uit de

           Sabelspoort een deel te Wageningen en een deel ten Rosendael gebracht en hun huizen "gepluystert" en "gespolyert" zijn geworden;

           tuigt en zegt Bernt Negel dat hem wittig en kondig is dat diezelve als voorzegd vanwege ons genedige lieve heer gevangen en hun

           huizen "gespolyert" zijn geworden; tuigt en zegt Nael Dryvers woe haar wittig en kondig is dat deels "luyde" gekomen zijn voor huizing

           en hofstad van Hermannus van Berck met "busschen schieten" en hem vangende, hoorde zij dat Hermannus zei: "Slaet my nyet, ick

           wyl gern medegaen"; volunt jurare; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer: 388 folio: 22v regest 102] 

[1] 1541 in vigilia annunciationis Marie virginis: Roloff van Eymeren potentiavit Roloff, zijn zoon, dat hij zal mogen doen ontzating tegen alzulke

           besating als gedaan en in de kerk uitgeroepen is aan zijn deling en hout in Aanstoterbos en hout, staande op zijn erf then Aanstoot, en

           voorts wes hij aan de rechten te doen heeft op Veluwe aan alle banken met recht daarom te spreken. [ORA Arnhem: toegangsnummer

           2003 inventarisnummer 389 folio 87v regest 538]

[2] 1541 op maandag post reminiscere: Roloff van Eymeren Wychmanss sub et re Styn, zijn natuurlijke dochter, voor verdiend loon en trouwe

           dienst, die zij hem en zijn voorouders menigvuldiglijk bewezen en gedaan heeft, het huis, alrenaast zijn huizing gelegen, ab una en Wynant

           van Prisichave ab alia, met een halve morgen lands, gelegen in Arnhemmerbroek aan Malborgenveerstad, geheten Bonynckxkempken,

           haar leven lang te bewonen, te bezitten en te gebruiken, en nog een huisken, gelegen in de Nystad, dat de horen placht Steven Henrickss,

           met ingang en uitgang, te bezitten en te gebruiken woe voorzegd, beheltlick dat na dode van Styntgen voorzegd Steven Henrickss huisken

           voorzegd komen zal op Roloff, Styntgens voorzegd broeder [enz.]. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 389 folio 82v

           regest 507]

[49] na 1543: de waardige, hooggeleerde, edele, erentveste, vrome en eerbare hoofwijze heren cantzler en raden Ko. en Key. Matt., onze alre-

           genedigste heer, in Gelderland verordend,: toont en geeft ootmoedelijk in alles onderdanigheid te kennen Weindell van den Bergh,

           weduwe van zal. Meester Jacob Kanis, ingezeten burgerse der stad Nijmegen, woe dat zij aangeerfd is onder andere als patromoniaal

           goed, herkomende van zal. Roeloff van Eymeren, haar oom, aan een stuk lands onder erve, genaamd die Pertskuyll, gelegen in de

           schependom van Arnhem buiten Sente Johanspoort, welk voorgemeld land haar voorouders landweilig gebruikt en in possessie gehad

           hebben; [rest vrijwel onleesbaar]; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 395 folio 61r regest 173] 

[8] 1545 op gudesdag post assumptionis Marie virginis: Meester Borchart van den Berghe, canonick van Sente Walburgen te Arnhem,

           Wychman van den Berghe en Wendell van den Berge, nagelaten weduwe van zal. Meester Jacob Caniss, sub et re Roloff en Styn

           van Eymeren, broeder en zuster, alle hun gerechtigdheid, recht en toezeggen als zij hebben aan huis en hofstede dat Roloff, hun

           vader zal., hun tevoren in lijftocht gemaakt had, gelegen in de Nystad aan de stadmuur, Meester Borchart voorzegd ab una en Lambert

           Pandecker ab alia, gelijk hun vader zal. vánr en zij na dat voorgemelde huis en hofstede bezeten en gebruikt hebben. [ORA Arnhem:

           toegangsnummer 2003 inventarisnummer 391 folio 123r regest 643]

[50] 22 aug. 1555 met verwijzing naar 1539: Derisken Prynsen, weduwe van zal. Derick van Berck, sub et re heer Henrick Thonyss, provisor

           des hospitaals van sente Peter binnen Arnhem, als een toevenger en in behoef des hospitaals voorzegd alle alzulke gerechtigdheid als

           zij enigszins heeft aan een hoeve lands, gelegen buiten Arnhem in den Mussenberch, zoals die Gaert van der Haer toe te horen placht

           en Roloff van Eymeren, Theodorica van Eymeren en Fenne van Eymeren, broeder en zusters, als erfgenamen van Gaert Verhaer op-

           gedragen hebben voor schepenen van Arnhem aan Henrick Prynsen, Deriskens voorzegd vader zal., inhoud zegel en brief, daarvan

           sprekende; voorbehouden dat de uitdrift in en door de Mussenbergh met schapen, koen en andere beesten erfelijk en eeuwelijk blijven

           zal aan Deriskens voorzegd erf en goed, geheten dat guet ther Inden, gelegen opter Beken op deze zijde van Bethanien [enz.]; [ORA

           Arnhem: toegangsnummer 2003 inventaris 396 folio 257r-257v regest 1297] 

 

Uit een relatie [omdat kinderen als natuurlijk werden vermeld]: 2 bewezen kinderen Styn en Roloff

 

1.    Styn van Eymeren - vermeld 1508 - heeft 1541 een huis [in Koningstraat Arnhem] met een halve morgen land genaamd Bonynckxkemp-

          ken gelegen in Arnhemmerbroek aan Malborgenveerstad en nog een huis in de Nystad waar de huurder Steven Henrickss in woont [2]

 

voetnoten:

[57] 1508 juli 28 des vrijdaiges nae sent Jacopsdach des heyligen apostels: Derick van der Hoeven en Wijnant van Doirnynck, schepenen

           te Arnhem, oorkonden dat Wolter Teetz en zijn vrouw Sophia overgedragen hebben aan Gerit van den Berghe ten behoeve van Stijne,

           natuurlijke dochter van Roloff van Eymeren, een stuk zaailand buiten de Velperpoirte op de Steenberch, groot 10 schepel, gelegen

           tussen het land van Derick van der Hoeven en dat van Johan van Bockhorst, begrensd door het land van het Sint-Petersgasthuis

           binnen Arnhem en door het land van Johan van Bockhorst voornoemd. [st. Nicolai broederschap Arnhem toegangsnummer 2072

           inventaris 931 regest 289] 

[2] 1541 op maandag post reminiscere: Roloff van Eymeren Wychmanss sub et re Styn, zijn natuurlijke dochter, voor verdiend loon en trouwe

           dienst, die zij hem en zijn voorouders menigvuldiglijk bewezen en gedaan heeft, het huis, alrenaast zijn huizing gelegen, ab una en Wynant

           van Prisichave ab alia, met een halve morgen lands, gelegen in Arnhemmerbroek aan Malborgenveerstad, geheten Bonynckxkempken,

           haar leven lang te bewonen, te bezitten en te gebruiken, en nog een huisken, gelegen in de Nystad, dat de horen placht Steven Henrickss,

           met ingang en uitgang, te bezitten en te gebruiken woe voorzegd, beheltlick dat na dode van Styntgen voorzegd Steven Henrickss huisken

           voorzegd komen zal op Roloff, Styntgens voorzegd broeder [enz.]. [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 389 folio 82v

           regest 507] 

[8] 1545 op gudesdag post assumptionis Marie virginis: Meester Borchart van den Berghe, canonick van Sente Walburgen te Arnhem,

           Wychman van den Berghe en Wendell van den Berge, nagelaten weduwe van zal. Meester Jacob Caniss, sub et re Roloff en Styn

           van Eymeren, broeder en zuster, alle hun gerechtigdheid, recht en toezeggen als zij hebben aan huis en hofstede dat Roloff, hun

           vader zal., hun tevoren in lijftocht gemaakt had, gelegen in de Nystad aan de stadmuur, Meester Borchart voorzegd ab una en Lambert

           Pandecker ab alia, gelijk hun vader zal. vánr en zij na dat voorgemelde huis en hofstede bezeten en gebruikt hebben. [ORA Arnhem:

           toegangsnummer 2003 inventarisnummer 391 folio 123r regest 643]

[52] 1 september 1553: Styne van Eymeren sub et re Roloff van Eymeren als een toevenger en in behoef van Wychman van Eymeren, Roloffs

           voorzegd zoon, een stuk lands, gelegen buiten de Velperpoort opten steenweg, houdende 10 schepel zaads te goeder mate, gelegen

           tussen erfenis van Gysbert van der Hoeven ab una en erfenis van Johan van Bochorst ab alia, strekkende met de ene einde aan de

           erfenis des hospitaals van Sente Peter, binnen Arnhem gelegen, en met de andere einde aan erfenis van Johan van Bochorst voorzegd

           [enz.]; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 396 folio 148r regest 679] 

 

2.    Roloff van Eymeren  -  volgt VI

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈

 

VI      Roloff van Eymeren ook als Roloff Roloffsen [76]

              geb. ??? -  - † ???

               tr. voor 1554 met Jenneken [51] 

 

voetnoten:

[1] 1541 in vigilia annunciationis Marie virginis: Roloff van Eymeren potentiavit Roloff, zijn zoon, dat hij zal mogen doen ontzating tegen alzulke

           besating als gedaan en in de kerk uitgeroepen is aan zijn deling en hout in Aanstoterbos en hout, staande op zijn erf then Aanstoot, en

           voorts wes hij aan de rechten te doen heeft op Veluwe aan alle banken met recht daarom te spreken. [ORA Arnhem: toegangsnummer

           2003 inventarisnummer 389 folio 87v regest 538] 

[8] 1545 op gudesdag post assumptionis Marie virginis: Meester Borchart van den Berghe, canonick van Sente Walburgen te Arnhem,

           Wychman van den Berghe en Wendell van den Berge, nagelaten weduwe van zal. Meester Jacob Caniss, sub et re Roloff en Styn

           van Eymeren, broeder en zuster, alle hun gerechtigdheid, recht en toezeggen als zij hebben aan huis en hofstede dat Roloff, hun

           vader zal., hun tevoren in lijftocht gemaakt had, gelegen in de Nystad aan de stadmuur, Meester Borchart voorzegd ab una en Lambert

           Pandecker ab alia, gelijk hun vader zal. vánr en zij na dat voorgemelde huis en hofstede bezeten en gebruikt hebben. [ORA Arnhem:

           toegangsnummer 2003 inventarisnummer 391 folio 123r regest 643]

[71] 8 maart 1546: meester Burghardt van den Bergh theologus potentiavit Roeleff van Eymeren alle alzulke zaken, rechtsvorderingen en schul-

           den als hij binnen de stad en vrijheid van Arnhem, in Veluwezoom en op Veluwe enigszins te doen hebben mag of te doen krijgen mag,

           diezelve in te vorderen en met recht daarom te spreken. [ORA Arnhem toegangsnummer 2003 inventaris 392 folio 23v regest 118]

[51] 1553: Roloff van Eymeren en Jenneken, zijn vrouw, hebben overgegeven dat zij na dode van Stynen voorzegd de erfgenamen van Stynen

           voorzegd eens uitrichten, vernoegen en betalen zullen 100 rijder gl., waarmede Stynen voorzegd erfgenamen afgescheiden zullen zijn

           van hun gerede goederen, niet daarvan uitgescheiden; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventaris 396 folio 148v regest 680]

[52] 1 september 1553: Styne van Eymeren sub et re Roloff van Eymeren als een toevenger en in behoef van Wychman van Eymeren, Roloffs

           voorzegd zoon, een stuk lands, gelegen buiten de Velperpoort opten steenweg, houdende 10 schepel zaads te goeder mate, gelegen

           tussen erfenis van Gysbert van der Hoeven ab una en erfenis van Johan van Bochorst ab alia, strekkende met de ene einde aan de

           erfenis des hospitaals van Sente Peter, binnen Arnhem gelegen, en met de andere einde aan erfenis van Johan van Bochorst voorzegd

           [enz.]; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 396 folio 148r regest 679]

[76] 2 oktober 1574: Wichman van Eimeren Roleffs sub et re Arndt Brouwer en Willemken, zijn vrouw, 3 daler 's jaars uit een stuk lands, om-

           trent derdehalf molder gezaais, gelegen in de Enk, genaamd den Steenbergh, Willem van Boickhorst ab una en de erfgenamen van

           Gisbert van der Hoeven ab altera, te betalen op Victoris toekomende over een jaar eerstaan en te lossen met 50 daler [enz.]; [in mar-

           gine: 29-12-1614: Evert Alerts Eeckmuller als bloedmomber van Henrick Henrickxens kinderen heeft bekend dat Roloff Roloffsen hem

           afgekocht en afgelost heeft deze 3 daler jaarlijks met de achterstand van dien]; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnum-

           mer 402 folio 63r regest 394] 

 

Uit dit huwelijk: [waarschijnlijk meer kinderen niet als van Eymeren maar als Roloffsen]

 

 1.    Wichman van Eimeren

 

voetnoten:

[52] 1 september 1553: Styne van Eymeren sub et re Roloff van Eymeren als een toevenger en in behoef van Wychman van Eymeren, Roloffs

           voorzegd zoon, een stuk lands, gelegen buiten de Velperpoort opten steenweg, houdende 10 schepel zaads te goeder mate, gelegen

           tussen erfenis van Gysbert van der Hoeven ab una en erfenis van Johan van Bochorst ab alia, strekkende met de ene einde aan de

           erfenis des hospitaals van Sente Peter, binnen Arnhem gelegen, en met de andere einde aan erfenis van Johan van Bochorst voorzegd

           [enz.]; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnummer 396 folio 148r regest 679] 

[76] 2 oktober 1574: Wichman van Eimeren Roleffs sub et re Arndt Brouwer en Willemken, zijn vrouw, 3 daler 's jaars uit een stuk lands, om-

           trent derdehalf molder gezaais, gelegen in de Enk, genaamd den Steenbergh, Willem van Boickhorst ab una en de erfgenamen van

           Gisbert van der Hoeven ab altera, te betalen op Victoris toekomende over een jaar eerstaan en te lossen met 50 daler [enz.]; [in mar-

           gine: 29-12-1614: Evert Alerts Eeckmuller als bloedmomber van Henrick Henrickxens kinderen heeft bekend dat Roloff Roloffsen hem

           afgekocht en afgelost heeft deze 3 daler jaarlijks met de achterstand van dien]; [ORA Arnhem: toegangsnummer 2003 inventarisnum-

           mer 402 folio 63r regest 394] 

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈

 

nog onbekend waar te plaatsen:

a) 1425 uit regest 590 inv. 369 blijkt dat Johan van Eymeren zoon is van Tricus van Eymeren en zijn vrouw Geertrude.

b) 1476 worden Wyer van Eymeren genoemd met zijn vrouw Belia, uit hun kwam Henrica van Eymeren die is getrouwd met Adolph [Schy Heye]

     en werd genoemd Johan van Eymeren oom van Henrica. Uit Wyer en Belia was nog een dochter genaamd onmondige Esselen. [ORA 2003

      inv. 377 folio 42v regest 476]. Wyer en Belie komen ook voor in regest 442 inv. 381. [1494]  

c) 1476 komt voor Wyer van Eymeren en Johan van Eymeren. [ORA 2003 inv. 377 folio 42v regest 378 en 379]

d) 1476 komt voor Borre van Eymeren bewoont een kamer op ten Beke in de Nyerstad. [ORA 2003 inv. 377 folio 42r regest 371] 

e) 1477 Johan van Eymeren met Jutte zijn vrouw [ORA 2003 inv. 377 folio 75v regest 661, 657 en 625]. Uit regest 625 blijkt de achternaam van

       Jutte, zij is namelijk de zuster van Rutger Tolleken getrouwd met Hadewich, alsmede hun vader Arnt Tolleken. Plus inv. 378.

f) 1477 in andere regest wordt zij Jutta genoemd, vrouw van Johan van Eymeren. [ORA 2003 inv. 377 folio 63v regest 551 en 73 (1474)] Bij

      andere regest nr. 17 van inv. 378 wordt Jutta Tolleken [e.v. Johan van Eymeren] de zuster genoemd van Johan Tolleken,

g) 1485 komt voor Johan van Eymeren, die een huis en hofstad heeft in de Ketelstraat, met als buren Henrick van Monickhuyss en zijn echte

      wijf Lysbeth. [ORA 2003 inv. 379 folio 31v regest 195]

h) 1493 bekent Geertruyt van Eymeren weduwe, dat Jacop Bonert haar zwager haar schuldig is. [ORA 2003 inv. 381 regesten 225-227]

i) 1494 komen voor Derick van Eymeren en Jutte van EYmeren. [ORA 2003 inv. 381 folio 44r regest 399]  

j) 1541 komt voor Lyssbeth van Eymeren weduwe, waarin zij verklaart met Gysbert van den Berghe en zijn huisvouw hebben verkocht een

      huis en hofstede aan de Oude Markt [Arnhem] aan Byken van Leesten. [ORA 2003 inv. 389 folio 133r regest 802]

k) 1542 wordt Elizabeth van Eymeren zaliger, de moeder van Bernarda genoemd die is getrouwd met Jacob van Goch. [inv. 390 regest 318]

l) 1548 met regest 664 inv. 393 werd Lambert van Eymeren vermeld. Opnieuw 1556 met regest 129 inv. 397.

m) 1550 met regest 88 inv. 394 werd Derick van Eymeren vermeld.

n) 1559 met regest 1213 inv. 397 werd Henrick van Eymeren vermeld.

o) in latere regesten komen meerdere van Eymeren.

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ 

 

Deze bronnen nog opzoeken en onderzoeken [denk ik niet meer nodig]:

Beati Petri Canisii Epistolae et Acta I-VIII, O. Braunsberger ed. (Freiburg 1896-1923).

P. Begheyn, ‘Reinalda van Eymeren 1463-1540, mystiek schrijfster’, in: J.A.E. Kuys e.a. red., Biografisch woordenboek Gelderland 4 (Hilversum

       2004) 28-30 [met verwijzingen naar Begheyns eerdere publicaties].