GenBronnen

digitalisering

maas

genealogie Driessen d'Opheijden


auteur: Andreas W.D. Driessen op den Bulten

mede-samensteller: Bert Berings


augustus 2006 (aanvullingen september 2017)


Dit geslacht Driessen d'Opheijden kwam ik tegen bij mijn eigen onderzoek genealogie Driessen, toen ik stuitte op Driessen wonende

"auf Heidt" - ook wel Driessen op Heijden - in 1712 grensgebied noord Limburg met Duitsland.

Het wekte behoorlijke interesse om dat uit te zoeken.

 

We weten nog niet wanneer en op welke wijze "op Heijden" werd toegevoegd aan Driessen.

De oudste vermelding "Driessen op Heyde" is in 1651 met Herman [gen. IIIa].

Meestal werd een naam toegevoegd wanneer die naam/geslacht in mannelijke lijn was uitgestorven.

 

Deze tak Driessen in Nijmegen zijn begin 17e eeuw door huwelijk verwant aan de zilver/goudsmeden geslacht Palmers aldaar.

Opmerkelijk ook de hoeveelheid Pennincks als getuigen bij dopen en huwelijken van Driessens, vermoeden daar dat ze waren getrouwd

aan 1e genearatie of zelfs grootouders van de 2e generatie, wellicht online Penninks uitkomst?

 

Deze genealogie toont aan dat de familie Driessen adellijk zijn als lagere rank, waarbij Gerard Ignatius in 1712 tot ridder werd geslagen

met bijzondere bepaling dat deze erfelijke titel "ridder" op nazaten mag doorgaan.

Er is geruime tijd vermoeden dat de auteur aan hun is verwant.

 

Ontdekken voortdurend opmerkelijke vondsten, die telkens puzzels oplossen, maar dan ook weer vragens oproepen, dit komt ook

doordat nog veel verborgen is in archieven, onderzoek gaat door en aanvullingen welkom.

 

Dank gaat vooral uit aan Bert voor zijn onmisbare bijdrage en steun in deze...

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


I     NN - tr. ca. 1595 met NN [ws. Dries Janssen en Metgen NN]


Uit dit huwelijk:

 

1.    Jan Driessen [onzeker - erbij geplaatst op grond van getuigen]  -  volgt IIa

 

2.    Lubbert Dryssen [onzeker - erbij geplaatst op grond van getuigen]  -  volgt IIb

 

3.    Wolter Driesen [onzeker - erbij geplaatst op grond van getuigen]  -  volgt IIc

 

4.    Elijsabet Drieβen [later Andriessen] - geb. Nijmegen wanneer? - † 6 apr. 1652 als "Floris Palmers vrou" -

         ondertr. Nijmegen (NH) 3 sept. 1620 (getuigen: vader bruidegom en Jan Drieβen) als "Elijsabet Drieβen jongedochter van Niemegen" -

         met Floris Palmert "jongman van Niemegen" - tr. Nijmegen (NH) 10 okt. 1620 - geb. Nijmegen wanneer? - zilversmid later goudsmid -

         † 24 okt. 1658 - zn. van Frans Palmers en NN

         hieruit:

         1) Catryntken - ged. Nijmegen (NH) 19 mei 1622 (vader: Florens Palmert - moeder: niet vermeld - doopgetuigen: Metgen Palmers,

              Metgen Dryssen en Johan Beltjens)         

         2) Andries Palmers - ged. Nijmegen (NH) 18 mei 1624 (vader: Floris Palmert - moeder: niet vermeld - doopgetuigen: Johannes

              Palmerens, Wolter Driessen en Agneta van Amstel) - goudsmid - overl. ??? - ondertr. Nijmegen (NH) 19 sept. 1652 (getuige:

              lit. d. Borsty) als "Andries Palmers goutsmit jm van N" met Cristina Borne "jd van Dordrecht" - ws. getrouwt in Dordrecht -

              geb. Dordrecht wanneer? - overl. 23 febr. 1672

              hieruit:

              1) Jan/Johan Palmers - testament 27-12-1700 - overl. zonder wettige erven

              2) Elisabeth Palmers - huwelijksvoorwaarden 16 juli 1674 - ondertr. Nijmegen(NH) 19 juli 1674 met afkondigingen in Keulen (D) -

                  tr. Hees 2 aug. 1674 met Gerardus Voets van Keulen - beide overl. zonder erven na te laten

                  hieruit:

                  1) Andries Voets - overl. zonder wettige erven na te laten

 

voetnoot:

[- sub a]) ORA Nijmegen - stadsgerichten Nijmegen 1410-1811 – rubriek: 2.3.2.3 bijlagen bij het protocol schepengericht - 1141-1793 -

        inventarisnummer 1329 – 1707 appèl [protest door Jacobus DoH] op Aken – erfhuis geschil tussen Ian Palmers, Benjamin Palmers,

        Metjen Maessen [als weduwe van Claes Wolters] en Anna Heijkoop [als weduwe van Gabriel Palmers] als naaste neven en nichten

        van Andries Palmers wegens zijn vader Floris Palmers en Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus

        Driessen op Heijden, Fransciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden voor 5/10 deel als naaste neven nichten van

        Andries Palmers wegens zijn moeder Elisabeth Driessen aan de ene zijde, tegen Jacobus Driessen op Heijden testamentair universeel

        erfgenaam van Ian Palmers.

        - Elisabeth Palmers [dochter van Andries Palmers en Christina Borne] trouwde Gerard Voets en uit hun Andries Voets, die overleed

          zonder wettige erfgenamen. De erfenis van Gerard Voets en Elisabeth Palmers werd op 11 aug. 1680 in vertrouwen toegedaan aan

          Andries Palmers, omdat hun kind Andries Voets nog onmondig was.

       - volgens "fidei commissaire dispositie" d.d. 11 augustus 1680 had Andries Palmers 16.000 guldens nagelaten aan [zijn zoon] Jan

          Palmers en [onmondig kleinzoon] Andries Voets. [hieruit maak je op dat Elisabeth Palmers en Andries Palmers al waren overleden.

       - op 25 sept. 1687 was er een magescheid voor schepenen Nijmegen ten gevolge van uitspraak 24 sept. 1686.

       - Jan Palmers [zoon van Andries Palmers en Christina Borne] overleed zonder wettige erfgenamen en had op 27 dec. 1700 Jacobus

           Driessen op Heijden benoemd tot testamentair en universeel erfgenaam zijnde zijn neef.

       - Johan Palmers had eerder ge-erfd van Maria Bonen weduwe van Jan Driessen 1) meubelen 2) som van 1291 guldens en 3) een obligatie

            van 700 guldens ten laste van Gerard Grootsman.

       - Johan Palmers erfde ook van zijn oud-oom Derrick Driessen.

       - volgens uitspraak 16 febr. 1707 schepengericht van Nijmegen moet Jacobus Driessen op Heijden de helft van de erfenis uitkeren aan

           erfgenamen van vadersijde [d.i. Ian Palmers, Benjamin Palmers, Metjen Maessen en Anna Heijkoop] en 5/10 deel van de andere helft

           aan de erfgenamen van moederzijde [d.i. Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus Driessen op Heijden, Fran-

           ciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden] inclusief renten die Jacobus had genoten sinds [1702] overlijden van Jan Palmers.

[- sub b] In 1712 maakt Jacobus DoH een staat en komt hem toe: 1) obligatie van 800 ducatons d.d. 19-7-1693 t.w.v. f 2520 - 2) rente 4% op

           "het bosch van Jan Palmers" sinds 19 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 totaal f 1027.12 - 3) kapitaal obligatie 8/18 sept. 1690 t.w.v. f 3000 met

           rente 18 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 f 1376.50 en 4) nog een ander bedrag van f 25 – totaal komt hem toe f 7948.17. Ook heeft Jacobus

           DoH f 2147-15-7 uitbetaalt aan Ignatius DoH zijnde zijn aandeel op de erfenis ex Andries Palmers.

 

5.    Gerrit [Gerard] Driessen  -  volgt IId

 

6.    Dirck Drieβen  -  volgt IIe

 

7.    Catharina Drieβen - geb. Nijmegen wanneer? - † ws. Huissen wanneer? -

         ondertr. Nijmegen (NH) 7 nov. 1630 (getuigen: Floris Palmers goudsmid en Grietjen Verhouven) als "Catharina Drieβen jdr van N." -

         met Lucas Verhoeven "jm. van Huijβen" - tr. Huissen (RK) 1 dec. 1630 (getuigen: Hubert Verhoven en Margarita Rochars van Colla) -

         geb. Huissen wanneer? - † ??? - zn. van ???

         hieruit:

         1) Ursula - ged. Huissen (RK) 30 aug. 1632 (vader: Lucas Verhoeven - moeder: Trineke Driesen - doopgetuigen: Steven Verhoeven

              en Agnes van Amstel)

         2) Antonius - ged. Huissen (RK) 30 apr. 1634 (vader: Lucas Verhoeven - moeder: Trineke Driessen - doopgetuigen: Dirck Andriessen

             en Lisbet Andriessen)

         3) Joannes Lucassen - ged. Huissen (RK) 28 nov. 1635 (vader: Lucas van Hoeven van Doorwaert - moeder: Catharina Driessen -

             getuigen: Steven Peters en Maria van Isendoorn) - overl. jong

         4) Joannes - ged. Huissen (RK) 3 mei 1637 (vader: Lucas Verhoeven secretarius - moeder: Catharina Driesens - getuigen: Willem

              Scoonstien en Cunera van Amstel)

         5) Gerardus - ged. Huissen (RK) 21 sept. 1642 (vader: Lucas Verhoeven - moeder: Catharina Driessen - getuigen: Hermen Gerrits

              en Maria Driessen)

 

Als hun ouders inderdaad Dries Janssen en Metgen zijn dan hebben ze zeker nog een kind:

 

8.    Goosen - ged. Nijmegen (NH) 29 jan. 1609 (vader: Dries Janssen - moeder: Metgen - doopgetuigen: Jan Jansen den Byer, Henrick

          van Uijen en Machel Geints)

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


IIa   Jan Driessen (Dryβen) [onzeker - erbij geplaatst op grond van getuigen]

         geb. ??? - † ??? - tr. voor 23-6-1609 -

         met Marij (Maria) Janssen/Floris - geb. ??? - † ??? - dr. van ??? - later met Maria Bonen?

 

voetnoot:

[- sub a]) ORA Nijmegen - stadsgerichten Nijmegen 1410-1811 – rubriek: 2.3.2.3 bijlagen bij het protocol schepengericht - 1141-1793 -

        inventarisnummer 1329 – 1707 appèl [protest door Jacobus DoH] op Aken – erfhuis geschil tussen Ian Palmers, Benjamin Palmers,

        Metjen Maessen [als weduwe van Claes Wolters] en Anna Heijkoop [als weduwe van Gabriel Palmers] als naaste neven en nichten

        van Andries Palmers wegens zijn vader Floris Palmers en Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus

        Driessen op Heijden, Fransciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden voor 5/10 deel als naaste neven nichten van

        Andries Palmers wegens zijn moeder Elisabeth Driessen aan de ene zijde, tegen Jacobus Driessen op Heijden testamentair universeel

        erfgenaam van Ian Palmers.

        - Elisabeth Palmers [dochter van Andries Palmers en Christina Borne] trouwde Gerard Voets en uit hun Andries Voets, die overleed

          zonder wettige erfgenamen. De erfenis van Gerard Voets en Elisabeth Palmers werd op 11 aug. 1680 in vertrouwen toegedaan aan

          Andries Palmers, omdat hun kind Andries Voets nog onmondig was.

       - volgens "fidei commissaire dispositie" d.d. 11 augustus 1680 had Andries Palmers 16.000 guldens nagelaten aan [zijn zoon] Jan

          Palmers en [onmondig kleinzoon] Andries Voets. [hieruit maak je op dat Elisabeth Palmers en Andries Palmers al waren overleden.

       - op 25 sept. 1687 was er een magescheid voor schepenen Nijmegen ten gevolge van uitspraak 24 sept. 1686.

       - Jan Palmers [zoon van Andries Palmers en Christina Borne] overleed zonder wettige erfgenamen en had op 27 dec. 1700 Jacobus

          Driessen op Heijden benoemd tot testamentair en universeel erfgenaam zijnde zijn neef.

       - Johan Palmers had eerder ge-erfd van Maria Bonen weduwe van Jan Driessen 1) meubelen 2) som van 1291 guldens en 3) een obligatie

           van 700 guldens ten laste van Gerard Grootsman.

       - Johan Palmers erfde ook van zijn oud-oom Derrick Driessen.

       - volgens uitspraak 16 febr. 1707 schepengericht van Nijmegen moet Jacobus Driessen op Heijden de helft van de erfenis uitkeren aan

           erfgenamen van vadersijde [d.i. Ian Palmers, Benjamin Palmers, Metjen Maessen en Anna Heijkoop] en 5/10 deel van de andere helft

           aan de erfgenamen van moederzijde [d.i. Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus Driessen op Heijden, Fran-

           ciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden] inclusief renten die Jacobus had genoten sinds [1702] overlijden van Jan Palmers.

[- sub b] In 1712 maakt Jacobus DoH een staat en komt hem toe: 1) obligatie van 800 ducatons d.d. 19-7-1693 t.w.v. f 2520 - 2) rente 4% op

           "het bosch van Jan Palmers" sinds 19 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 totaal f 1027.12 - 3) kapitaal obligatie 8/18 sept. 1690 t.w.v. f 3000 met

           rente 18 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 f 1376.50 en 4) nog een ander bedrag van f 25 – totaal komt hem toe f 7948.17. Ook heeft Jacobus

           DoH f 2147-15-7 uitbetaalt aan Ignatius DoH zijnde zijn aandeel op de erfenis ex Andries Palmers.

 

Uit dit huwelijk: [blijkbaar deze kinderen jong overleden, omdat Jan Palmers erft van Maria Bonen weduwe van Jan Driessen]


1.    Volxken [erboven bijgeschreven: Florisken] - ged. Nijmegen (NH) 23 juni 1609 (vader: Jan Driessen - moeder: Marij Janssen -

         doopgetuigen: Wolter Driessen, Lysbet Penninck en Beeltgen Bartholomeus)

 

2.    Tryneken - ged. Nijmegen (NH) 27 sept. 1612 (vader: Jan Driessen - moeder: Maria - doopgetuigen: Gerrit Daems, Beeltgen Jacobs

        en Lysb. Driessen)

 

3.    Dries - ged. Nijmegen (NH) 26 dec. 1620 (vader: Jan Dryβen - moeder: Marij Floris - doopgetuigen: Gerrit Drieβen, Gysbert Artsen

         en Lysken Gysberts) 

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


IIb   Lubbert Dryssen (Driessen, Drieβen) [onzeker - erbij geplaatst op grond van getuigen]

         geb. ??? - † ??? - tr. voor 1-8-1610 -

         met Neeltgen Cornelissen - geb. ??? - † ??? - dr. van ???

 

Uit dit huwelijk:


1.    Adriaen - ged. Nijmegen (NH) 1 aug. 1610 (vader: Lubbert Dryssen - moeder: Neeltgen Cornelissen - doopgetuigen: Drys Janssen en

         Margriet van Heuckelom)

 

2.    Dirick - ged. Nijmegen (NH) 12 aug. 1612 (vader: Lubbert Driessen - moeder: Metgen [dit is foutief m.i. grootmoeder naam] - doopge-

         tuigen: Cornelis Wouter van Daal en Trijneken Stueers)

 

3.    Jan - ged. Nijmegen (NH 1 juni 1614 (vader: Lubbert Driessen - moeder: Neeltgen - doopgetuigen: Evert Hendricks, Dirck Joosten en

         Gysbertgen Jans)

 

4.    Judith - ged. Nijmegen (NH) 21 juli 1616 (vader: Lubbert Dryssen - moeder: Neeltghen Cornelissen - doopgetuigen: Cornelis Janssen,

         Lysbeth Pennincks en Maria Floris)

 

5.    Metgen - ged. Nijmegen (NH) 23 okt. 1621 (vader: Lubbert Drieβen - moeder: Neeltjen - doopgetuigen: Cornelis Gelaβmaker, Elisabeth

         Pennings en Elisabeth Driessen)

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


IIc   Wolter Drieβen (Driesen) [onzeker - erbij geplaatst op grond van getuigen]

         geb. Nijmegen wanneer? - † ??? -

         ondertr. Nijmegen (NH) 7 nov. 1619 (getuigen: Heijndrick Beijer en Aelken Franβ) als "Wolter Drieβen j.m. van Niemegen" -

         met Jenneken van Straelen "wed: van Jan van Arnhem" - tr. Nijmegen (NH) 19 jan. 1620 - geb. ??? - † ??? - dr. van ???        

 

Uit dit huwelijk:


1.    Maria - ged. Nijmegen (NH) 29 jan. 1623 (vader: Wolter Driesen - moeder: Jenneken van Stralen - doopgetuigen: Flores Palmers

         Gerritgen Lesters en Maria Enstephagen]

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


IId   Gerrit [Gerard] Driesen

         geb. Nijmegen wanneer? - † ??? -

         ondertr. Nijmegen (NH) 21 dec. 1623 (getuigen: Ott Pennings en Floris Palmert) als "Gerrit Driesen j.m. van N. [= Nijmegen]" -

         met Agnes van Amstel zijnde "j.d. van Arnhem woonende alhier" - tr. Nijmegen (NH) 6 jan. 1624 - geb. Arnhem wanneer? -

         † na 1681 voor 19-8-1682 - dr. van Herman van Amstel en Fenneke Kanis


          [38]


          [52]


voetnoten:

[38] Gelders archief: inv. 2089 wapenboek van het collegium vetus fraternitatis sancti Jodoci schutterij - wapen van Herman van Amstel

         waarvan we de 3 koeken later ook terug zien in een wapen van deze genealogie Driessen op Heijden.

[52] Gelders archief: toegangsnr. 0452 familie Brantsen 2.02.3 Rheden inventaris nr. 545 reg. nr. 82 - hier zien we de 3 koeken als wapen

         door Herman van Amstel gebruikt 11 november 1597. 

[-] Repertorium op de lenen van de hofstede Doorwerth, (1330) 1377-1743 (1758) door JC Kort) - een hegge hout in kerspel Oosterbeek

         genaamd Hillenbos met toebehoren nabij goed Sonnenberg - via Geertruida van Amstel [getr. met Jacob ten Holt] naar Willem Bentinck

         [1576] namens de onmondige Herman van Amstel wat in 1602 door Herman werd overgedragen aan Johan van Goltstein landrent-

         meester op de Veluwe.

[-] Arnhem archief 0124 hof van Gelre en Zutphen proces dossiernr. 1577/17 4985 - anno 1577 - hierin trad Agnes de nagelaten weduwe

         van Sibert van Amstel namens haar onmondige zoon Herman van Amstel aangaande leengoed Sonnenberg in kerspel Oosterbeek

         wat indertijd aangekocht was door Henricus van Amstel. Toen Henricus kwam te overlijden kwam dit goed naar Sibert van Amstel als

         enige mansoir [mannelijke erfgenaam] van zijn vader zaliger. Toen ook Sibert overleed ging dit over naar zijn onmondige zoon

         Herman. Later blijkt Willem Bentinck dit leengoed te hebben ontvangen van Herman van Amstel. 

[-] Agnes van Amstel was op 30 aug. 1632 in Huissen stad doopgetuige bij kind van Lucas Verhoeven en Trineke of Catharina Driesen

         [dat is bewijs dat Catharina schoonzus is van Agnes van Amstel]

[51] 0491 familie van Voerst van Lynden 1.1.2 van Lynden van Ressen en van Voerst van Lynden 21 - landerijen te Slijk Ewijk - verzoek

         van de kinderen van Heilwich Vijgh douariere van Waardenburg aan de ambtman van Overbetuwe [G.A. van Lynden van Ressen]

         om verantwoording te krijgen over verwin door Agnes van Amstel weduwe Driessen op goederen te Aalst en Slijk-Ewijk 1682.

         In zelfde stuk wordt erbij vermeld Nijmegen 19 augustus 1682 dat Herman en Peter erfgenamen zijn van hun moeder Agnes van Amstel.

[-] Agnes van Amstel weduwe van Gerrit Driessen verwerft de rechten op graf nr. 598 [st. Stevens kerk Nijmegen] van Derick Kivit, wat later

         doorging op Wichman Martini en erfgenamen Driessen op Heyden en na hun op Gerardus Ignatius Driessen op Heyden de secretaris

         in Echt.


Uit dit huwelijk:


1.    Hermen Gerrits later Driessen Opheyden  -  volgt IIIa


2.    Peter Canisius Driessen Opheyden  -  volgt IIIb


≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


IIe   Dirck Drieβen [later Andriessen]

         geb. Nijmegen wanneer? - † ??? -

         ondertr. Nijmegen (NH) 27 sept. 1629 (getuigen: Floris Palmers, Jan Schoeck en Gijsbertegn Rutges) als "Dirck Drieβen j.m. van N." -

         met Enneken Janβ zijnde "j.d. van N. beyde wonende alhier" - tr. Nijmegen (NH) 28 okt. 1629 -

         geb. Nijmegen wanneer? - † ??? - dr. van ???

 

Uit dit huwelijk: [geen erfgenamen nagelaten, want:]

 

voetnoot:

[- sub a]) ORA Nijmegen - stadsgerichten Nijmegen 1410-1811 – rubriek: 2.3.2.3 bijlagen bij het protocol schepengericht - 1141-1793 -

        inventarisnummer 1329 – 1707 appèl [protest door Jacobus DoH] op Aken – erfhuis geschil tussen Ian Palmers, Benjamin Palmers,

        Metjen Maessen [als weduwe van Claes Wolters] en Anna Heijkoop [als weduwe van Gabriel Palmers] als naaste neven en nichten

        van Andries Palmers wegens zijn vader Floris Palmers en Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus

        Driessen op Heijden, Fransciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden voor 5/10 deel als naaste neven nichten van

        Andries Palmers wegens zijn moeder Elisabeth Driessen aan de ene zijde, tegen Jacobus Driessen op Heijden testamentair universeel

        erfgenaam van Ian Palmers.

        - Elisabeth Palmers [dochter van Andries Palmers en Christina Borne] trouwde Gerard Voets en uit hun Andries Voets, die overleed

          zonder wettige erfgenamen. De erfenis van Gerard Voets en Elisabeth Palmers werd op 11 aug. 1680 in vertrouwen toegedaan aan

          Andries Palmers, omdat hun kind Andries Voets nog onmondig was.

       - volgens "fidei commissaire dispositie" d.d. 11 augustus 1680 had Andries Palmers 16.000 guldens nagelaten aan [zijn zoon] Jan

          Palmers en [onmondig kleinzoon] Andries Voets. [hieruit maak je op dat Elisabeth Palmers en Andries Palmers al waren overleden.

       - op 25 sept. 1687 was er een magescheid voor schepenen Nijmegen ten gevolge van uitspraak 24 sept. 1686.

       - Jan Palmers [zoon van Andries Palmers en Christina Borne] overleed zonder wettige erfgenamen en had op 27 dec. 1700 Jacobus

           Driessen op Heijden benoemd tot testamentair en universeel erfgenaam zijnde zijn neef.

       - Johan Palmers had eerder ge-erfd van Maria Bonen weduwe van Jan Driessen 1) meubelen 2) som van 1291 guldens en 3) een obligatie

            van 700 guldens ten laste van Gerard Grootsman.

       - Johan Palmers erfde ook van zijn oud-oom Derrick Driessen.

       - volgens uitspraak 16 febr. 1707 schepengericht van Nijmegen moet Jacobus Driessen op Heijden de helft van de erfenis uitkeren aan

           erfgenamen van vadersijde [d.i. Ian Palmers, Benjamin Palmers, Metjen Maessen en Anna Heijkoop] en 5/10 deel van de andere helft

           aan de erfgenamen van moederzijde [d.i. Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus Driessen op Heijden, Fran-

           ciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden] inclusief renten die Jacobus had genoten sinds [1702] overlijden van Jan Palmers.

[- sub b] In 1712 maakt Jacobus DoH een staat en komt hem toe: 1) obligatie van 800 ducatons d.d. 19-7-1693 t.w.v. f 2520 - 2) rente 4% op

           "het bosch van Jan Palmers" sinds 19 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 totaal f 1027.12 - 3) kapitaal obligatie 8/18 sept. 1690 t.w.v. f 3000 met

           rente 18 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 f 1376.50 en 4) nog een ander bedrag van f 25 – totaal komt hem toe f 7948.17. Ook heeft Jacobus

           DoH f 2147-15-7 uitbetaalt aan Ignatius DoH zijnde zijn aandeel op de erfenis ex Andries Palmers.


≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


IIIa   Hermen Gerrits [1642] later Driessen op Heyde [vanaf 1651]

         geb. ca. 1625 ws. (rk) Nijmegen - op 21 sept. 1642 noemde hij zich Hermen Gerrits als doopgetuige in Huissen  -

         in 1650 was hij handelaar, ook wel factoor genoemd 1650 te Nijmegen [2] [5] - burger [4] 1656 van Nijmegen [23] -

         eigenaar van de bouwhoeve de "Roode Beek" onder Well [23] - † voor 28-12-1692 ws. Nijmegen -

         ondertr. Nijmegen (NH) 2 febr. 1651 met afkondigingen in Doesburg (getuigen: ouders bruid, broer en oom van bruidegom) als

         "Herman Driessen op Heyde j.m. van N." - met Gerbrich Barbara Tielmans (Thijlmans [3], Tielemans) "j.d. van Doesborgh" -

         tr. ws. Doesburg? - geb. Doesburg - † ??? - dr. van ??? 


voetnoten:

[2] ORA Nijmegen - inv. 1317 cijnsboek - betaalt 1650 belastingen over de import van lakens, stoffen, wijn, bier,

      vis, graan, enz.

[3] Valburg - protocol 962 folio 270 - op 22 febr. 1675 worden "Herman Drijssen op Heijde ende Gerbergh Barbara

      Thijlmans echteluden" genoemd bij transport van een rente-brief.

[4] ORA Nijmegen Raadssignaat - nr. 1883 fol. 117v - als burger van Nijmegen vermeld 22 sept. 1680 - was katholiek

      en burger van Nijmegen 1680-1692 in een toen zwaar gereformeerde stad was bijzonder, blijkbaar koste het

      katholieken nogal wat moeite om het burgerschap te verkrijgen en/of te behouden.

[-] Ooij rijks RvN 0190-141-063v - op 6 december 1686 compareerde Hermen Driessen op Heiden voor Johan Triest stadhouder der leenen

      huis Heumen en leenmannen en erkent voor f 2100 te hebben verkocht "een camp weijlandt groot vierden halven mergen genoemt het

      Heeghkampken in der Oij aen de Heegstraet" en overgedragen aan de stadhouder wat aan hem was beleend op 23 okt. 1686.   

[5] stads-archief Amsterdam - archief Burlamacchi - sectie 73-792 ontvangen brieven met zakelijk inhoud - folio 174 -

      omslag 396 - samen met zijn zoon Jacob handelaar in goederen met o.a. handelshuis Benjamin Burlamacchi te

      Amsterdam, waarin zij volgens een bewaard gebleven brief van 13 okt. 1688 aan Burlamacchi mededelen dat zij

      2 zakken hebben ingeladen te Nijmegen met schipper Pieter Stevens op Dordrecht.

[23] Maasgouw (1898) p. 29.


Uit dit huwelijk: [geboren omgeving Nijmegen, Duffelt, Huissen???]


1.   Jacobus Driessen Opheyden  -  volgt IVa


2.   Agnes Maria Driessen Opheyden - geb. ??? - † na 3-4-1716 [6] -

       ondertr. Nijmegen 10 jan. 1697 (met attestatie naar Lent en afkondiging in Aken) -

       tr. Lent 24 jan. 1697 (NG en zelfde dag RK minderbroeders) (get. Jacobus Driessen en Joannes Wissenburgh

       kanunnik van Aken?) met Petrus W(e)issenburg [7] - ged. Aken (D) 8 apr. 1674 (get. ???) -

       † voor 5-2-1729 - zn. van Peter Weissenburg en Anna Clara Müsterus

       hieruit:

      1) Petrus Franciscus Wissenburg - ged. Aken (D) 3 dec. 1697 (get. Petrus Weissenburg en Margaretha Weissenburg) -

             † na 15 febr. 1718 [45]

       2) Hermannus Joseph Wissenburg - ged. Aken (D) 27 jan. 1699 (get. Johannes Wissenburg cann. st. Adalberti en

             Maria Cunera Drissen op Heyde dicta van den Berg)

      3) Gertruda Barbara Wissenburg - ged. Aken (D) 14 jan. 1702 (get. dominus Jacobus Driessen opHeyde en domina

             Anna Munsterens dicta Weisenburge) - † na 1-8-1764 [8]


voetnoten:

[41] Valburg - protocol van bezwaar van het schoutambt Valburg 1654-1759 nr. 65 - "besaet" - "Jacobus Driessen opHeijden, desselfs

       suster Gerarda Catharina Driessen Opheijden weduwe van Wighman Martini en swager Wissenbergh getrout aen juffrou Lutgardis

       Driessen Opheijden doen op heden dato de klocke elf uren ten allen rechten besaet op alle sodane gerede goederen, actien,

       obligatien, pachten en vruchten en erediten, en bij insuffisance op alle sodane ongerede goederen als vrouwe Maria Cunera

       Driessen Opheijden in den ampte van Overbetuwe mette doot ontruijmt heeften. breder bij het gerichtelijck signaet van Elst, quo

        relatio, registen den 11. april 1710. de klocke 12. uren.

        [in marge:] M. C. Weissenberg weduwe van Jacob Driessen bekent van dit besaet te renuntieren. reg: 26. april 1718 

[6] Valburg - protocol 484 folio 160 - verklaring op 3 apr. 1716: Jacob Driessen Opheijden,

      Peter Wissenburgh nomine uxoris Agnes Driessen Opheijden, juffrouw Lutgardis Driessen

      Opheijden, Diderick, Bernardus, Hermannus, Maria en Anna Martini, kinderen en erfge-

      namen van wijlen Wichman Martini en Gerhardina Driessen Opheijden, worden op heden,

      ter instantie van Ditmarus de Raedt nomine uxoris Wendelina van den Bergh, Henrick

      Carel van den Bergh en juffrouw Catarina Maria van den Bergh, beijde kinderen en erfge-

      namen van wijlen haeren vader Christiaen van den Bergh, mitsgaders joncker Louwis

      Rudolph en Alexander de Craene, erfgenamen en bloetmombers van haere broeders en

      susters van vrouwe Petronella Tresa van den Bergh douariere van wijlen Pieter de Craene,

      beneffens joncker Joris Roedolph Lantman, heere van Notax, als testamentaire vooght ofte

      momber over de minderjarige kinderen bij gemelte vrouwe douariere de Crane stervende

      nagelaten, alle erfgenamen van wijlen d'heer Henrick van den Berg, ten allen rechten besaet

      gedaen, als breder bij het gerichtelijck signaat van Elst, quo relatio, registratie 3e april 1716.

[45] Valburg - protocol van bezwaar van het schoutambt Valburg 1654-1759 - 'opdracht" - "Willem van Wichen en Willem van Trijst erf-

        pachteren des ampts Overbetuwe certificeren dat op den 15 febr: deses jaers 1718 voor haer gecompareert en erschenen is de

        heer Peter Weissenburgh den jonge in qualiteit als volmachtigde van de heer Francois Sebastiaen de Rouilje capiteijn ten dienste

        dese Nederlanden, alsmede van den heere Simon Michael Petit en vrouwe Maria Octavia de Rouilje echtelieden kinderen van wijlen

        den heere overste Philip de Roulje en erfgenamen ex testamento van wijlen vrouwe Maria Cunera Drijssens Opheijden in leven ehe-

        vrouwe van gemelde heer overste de Rouilje vermogens acte van volmaght voor Wilhelm van der Holt en Johan Banckhoven beijde

        schepenen van den gerichte van Maesniel Leuwen en Asenraet in de vrijheerlijckheijt Dolenbroeck ten desen eijnde mede specia-

        lijck gepasseert, met een opdracht segel in groen wasch en een witte papiere ruijt overdeckt en signaturen van gemelde schepenen

        neffens G. Geelen secretaris bekrachtight haer in originali gebleecken en voorgelesen, en bekende voor eene betaelde somme van

        vier duisent een hondert vijftigh guldens vercoft, gecedeert en opgedragen te hebben aen Jan Jansen de Haert den coren: wint en

        ros: meulen met huijs, hoff en bijgehorigh lant groot ongeveer eenen mergen met sijn gerechtigheden van dien althans bij den coper

        in pacht gebruijckt wordende en dannogh twee morgen weijlant beijde onder Hervelt gelegen, sijnde alles vrij erff en goedt uytgeno-

        men gemeijne dijcken en weteringen van outs en met recht daer toe gehorende, bekennende daer van ontgoedet te sijn, met belofte

        van vrijinge en waringh als erfkoop recht is, registen: den 8. martij 1718.

[7] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief nr. V738 - [foto DOP738-12/14]

      Nijmegen 24 mei 1720 - akkoord tussen Peter Weissenbourg, juffrouw Lutgardi Driessen

      Opheijden en Theod. Ign. Martini "met haeren neeft" Gerardt Driessen Opheijden in bijweesen

      van Willem van Trijst, "herkoemende van haeren respective vaeder en grootvaeder Herman

      Driessen opheijden zal(iger)" dat "haeren neeft Gerard Driessen voorn. als leenheffer van den

      voorn. Hermen Driessen opheijden naegelaeten leenen" aan hr. Weissenbourg, juffrouw Lut-

      gardi Driessen opheijden en de hr. Theod. Ign. Martini zal verkopen en afstaan in 3 parten:

      ten 1e - in ampt Overbetuwe in kerspel Driel waarde 700 guldens; en

      ten 2e - in den Saeijbredigen gelegen onder Bingeren omtrent Doesburg, afgedeeld met hr.

      Pabst waarde 500 guldens.

[8] ORA Nijmegen - inv. nr. 1960 fol. 366 d.d. 1-8-1764 - waarin zij samen met Maria Anna van

      Buijl universeel erfgenamen zijn van hun zieke neef Gerrit Frans Martini - kapitein.


3.   Berendina ook Gerharda Driessen Opheyden/op Heijden - geb. Weurt ???  - † na 11-4-1716 [41] -

       ondertr. Nijmegen (NH) 14 jan. 1672 (getuigen hun ouders) attestatie gegeven naar "Weurt" [gld] 28 jan. 1672 -

       met Wichman Marten ook Martini - geb. ??? - † voor 11-4-1710 [41] - zn. van Diderich Martini en Hester Buys

       hieruit:

       1) Maria Agnes Martini - geb. voor 1679

       2) Anna Elisabeth Martini - geb. voor 1679

       3) Diderick Marten ook Theodorus Ignatius Martini - ged. Nijmegen 22 aug. 1679 (RK minderbroeders) (get.

             Abraham Martini, Hermannus Driessen Opheijden voor Jacobus Driessen Opheijden en Lutgardis Buijs)

       4) Esther Theresia Martini - ged. Nijmegen 4 okt. 1681 (RK minderbroeders) (get. Gisbertus Moringh voor hem

            Jacobus Moringh en Maria Cunera Driessen op Heijden) - † voor 7-7-1726 [9]

       5) Bernhardus Marten ook Bernardus Franciscus Martini - ged. Nijmegen 29 mrt. 1683 (RK minderbroeders)

            (get. Franciscus Gilis en Richardis Tillemans) - uitlandig in 1726 [9]

       6) Gerardus Canisius Martini - ged. Nijmegen 2 febr. 1685 (RK minderbroeders) (get. Gerardus Driessen

            Opheijden en Joanna Theresia Martini)

       7) Godefridus Antonius Martini - ged. Nijmegen 26 aug. 1687 (RK minderbroeders) (get. Gerardus Driessen op

            Heijden en Gertrudis van Buul genaamd Martini) - † voor 7-7-1726 [9]

       8) Hermannus Aloijsius Martini - ged. Nijmegen 10 mrt. 1689 (RK minderbroeders) (get. Gerardus Driessen op

            Heijden en Gertrudis van Buul genoemd Martini) - uitlandig in 1726 [9] 


voetnoten:

[41] Valburg - protocol van bezwaar van het schoutambt Valburg 1654-1759 nr. 65 - "besaet" - "Jacobus Driessen opHeijden, desselfs

        suster Gerarda Catharina Driessen Opheijden weduwe van Wighman Martini en swager Wissenbergh getrout aen juffrou Lutgardis

        Driessen Opheijden doen op heden dato de klocke elf uren ten allen rechten besaet op alle sodane gerede goederen, actien,

        obligatien, pachten en vruchten en erediten, en bij insuffisance op alle sodane ongerede goederen als vrouwe Maria Cunera

        Driessen Opheijden in den ampte van Overbetuwe mette doot ontruijmt heeften. breder bij het gerichtelijck signaet van Elst, quo

        relatio, registen den 11. april 1710. de klocke 12. uren.

        [in marge:] M. C. Weissenberg weduwe van Jacob Driessen bekent van dit besaet te renuntieren. reg: 26. april 1718 

[9] ORA Nijmegen - inv. nr. 1922 fol. 65 d.d. 7-7-1726 - Philip Hengst namens Maria Agnes Martini, Anna Elisabeth Martini, Theodorus

        Ignatius Martini, Gerardus Martini en voor de afwezige en uitlandige broers Bernardus en Hermanus Martini, allen erven van wijlen

        Wichman Martini en wijlen Gerarda Driessen op Heijden, als mede-erfgenamen van hun "moeije" Lutgardis Driessen op Heijden,

        stellen hun goed tot borg in het proces tegen Willem van Trijst.


4.   Maria Cunera Driessen Opheyden - geb. ??? - † ws. st. Michielsgestel na 7-9-1706 was ziek op bed [47] -

        ondertr. Nijmegen 28 febr. 1692 (NG) (met attestatie naar Neerbosch 13 mrt. 1692) - tr. 1e Nijmegen 13 mrt. 1692 (Jesuiten) (get.

         Jacobus Driessens, Gerarda Steenslerer, Ditmarus de Raedt, Maria Wendelina van den Bergh en Henricus Pels) met Henricus

         van den Bergh - geb. ??? - † voor 7-1-1703 - zn. van ??? -

        ondertr. Nijmegen 7 jan. 1703 (NG) (met attestatie naar Hees op 9 jan. 1703) - tr. 2e Nijmegen 7 jan. 1703 (NG) (get. Jacobus

         Driessens op Heijden, NN de Raedt, NN Wissenbergh en Lutgardis Driessens) met Philippus de Roulje van Ruenberg - geb. ??? -

         luitenant-kolonel en commandant van het regiment van baron van Slangenborgh - † voor 2-8-1715 [44] - zn. van ???

         uit beide huwelijken: blijkbaar geen kinderen.

        Philip had blijkbaar uit eerder huwelijk met ??? aantal kinderen [44] waaronder:

        1) Maria Octava de Rouilje - tr. met Simon Michael Petit

        2) Anna Charlotte de Rouilje

        3) Philip de Rouilje

        4) Frans Sebastiaan de Rouilje - kapitein ten dienste deser Nederlanden - kolonel 26-5-1755 [doopgetuige Roermond] - kolonel

             commandant en kapitein van een compagnie infanterie van 1e bataillon van regiment van luitenant-generaal Kinschot ten

             dienste van Nederland - begr. [in koor Nederduits Gereformeerd en 20x geluid] st. Michielsgestel 7 jan. 1763

 

voetnoten:

[46] Nijmegen - vermoedelijk geregistreerd in bijlagen tot het signaat van testamenten 1664-1811 - Nijmegen 25 febr. 1692 [waarvan

        kopie gemaakt 1699 door notaris Jord: van den Pavert] huwelijks voorwaarden tussen Henrick van den Bergh jongman en Maria

        Cunera Drissens op Heijde jongedochter waarbij de bruidegom inbrengt f 8000 en de bruid f 3000. Behalve ondertekening van

        het paar tekenen aan kant van bruidegom Christianus van den Bergh en Ditmaris de Raedt Hels en aan de kant van de bruid

       Jacobus Drissen op Heijden, Wichman Martini en Peter Drissen op Hijden.

[47] Nijmegen - signaat van testamenten en andere uiterste willen van het ambt Overbetuwe 1687-1811 - Nijmegen registratie d.d. 3

        februari 1710 door Diderick van Lijnden tot Ressen amptman richter en dijkgraaf van ambt Overbetuwe op verzoek van Francois

        de Rouilje het testament Maria Cunera Driessens Opheijden vrouw van Philip de Rouilje colonel van een regiment voetknechten

        ter dienste van de Verenigde Nederlanden als volgt: 1) aan haar zuster Lutgaerde Driessens Opheijde de "tafel rinck" die Maria

        Cunera van hun moeder had gekregen; 2) echter wanneer haar zuster Lutgaerde voor haar kwam te overlijden dan aan Marie

        Octave en Anna Charlotte de Rouilje dochters van haar man, die ook alle kleren krijgen alsmede "gout, silverwerck ende juwelen

        mijn toillet met 't silver" en toebehoren "mitsgaders alle mijne lijwaet en kanten" 3) aan haar man vruchtgebruik van al haar goederen;

        4) aan Marie Octave de Rouilje f 3000; 5) aan Anna Charlotte de Rouilje 5000 ducatons; 6) aan haar broer Jacobus Albertus

        Driessens opheijden 100 carolus guldens; 7) aan Gerarda Catharina Driessens weduwe Wighman Martini 100 carolus guldens;

        8) aan Maria Agnes Driessens huisvrouw van Peter Wissenburg 100 carolus guldens; 9) aan Lutgaerde Driessens 100 carolus

        guldens. Die voorgenoemde legaten van 100 guldens worden alleen uitgereikt na overlijden van haar man de kolonel de Rouilje,

        alsmede een gouden "souvereijn" aan Antonij Meijnserts en 1 aan Barbara Jansen haar man wel bekend. Alle andere goederen,

        obligaties, schulden, akten komen toe aan de 4 kinderen van haar man: Frans Sebastiaen, Philip, Maria Octava en Anna Charlotte

        de Rouilje. Verklaard op 7 sept. 1706 op Ruenberg te st. Michielsgestel.  

[41] Valburg - protocol van bezwaar van het schoutambt Valburg 1654-1759 nr. 65 - "besaet" - "Jacobus Driessen opHeijden, desselfs

        suster Gerarda Catharina Driessen Opheijden weduwe van Wighman Martini en swager Wissenbergh getrout aen juffrou Lutgardis

        Driessen Opheijden doen op heden dato de klocke elf uren ten allen rechten besaet op alle sodane gerede goederen, actien,

        obligatien, pachten en vruchten en erediten, en bij insuffisance op alle sodane ongerede goederen als vrouwe Maria Cunera

        Driessen Opheijden in den ampte van Overbetuwe mette doot ontruijmt heeften. breder bij het gerichtelijck signaet van Elst, quo

        relatio, registen den 11. april 1710. de klocke 12. uren".

        [in marge:] M. C. Weissenberg weduwe van Jacob Driessen bekent van dit besaet te renuntieren. reg: 26. april 1718

[42] Valburg - protocol van bezwaar van het schoutambt Valburg 1654-1759 - "besaet" - "de heer overste Philip de Rouilje wort op heden

        door Jacob Driessen Opheijden pro se et qq: besaet gedaen, als breder bij 't gerichtelijck signaet van Elst, quo relatio registen den

        23. febr: 1713". [in marge eronder:] Margareta Clara Weissenburgh weduwe Driessen bekent op den 29 feb: 1718 van dit besaet te

        renuntieren sign: den 8. mert 1718.

[43] Valburg - protocol van bezwaar van het schoutambt Valburg 1654-1759 - "besaet" - "de heere overste Philip de Rouilje weduwenaer,

        tochtenaer en boedelhouder van wijlen sijn weledele ehevrouwe Maria Cunera Driessen Opheijden wort op heden door de heere

        Ditmarus de Raedt als momber van de onmundige kinderen van de heer Christiaen van den Bergh, mitsgaders joffer Johanna Bruijns

        als volmachtigerse van vrouwe Petronella Theresa van den Berg douariere de Craen, alle erfgenamen van wijlen de heer Hendrick

        van den Bergh, ten allen rechten besaet, als breder bij 't gerichtelijck signaet van Elst, quo relatio, registen: den 8. meij 1713".

        [in marge:] afgeschreven om redenen als folio 68 te sien, registen den 23. feb: 1718.

[44] Valburg - protocol van bezwaar van het schoutambt Valburg 1654-1759 - "besaet" - "de heer Petit getrout aen Octava de Rouilje,

        Charlotte de Rouilje, Philip de Rouilje en de heer capiteijn de Rouilje samentlijcke kinderen en erfgenamen van de heere overste

        Philip de Rouilje worden op heden dato door Jacob Driessen Opheijden cum suis besaet gedaen, als breder bij het gerichtelijck

        signaet van Elst, quo realtio, registen: den 2. augustus 1715".

[45] Valburg - protocol van bezwaar van het schoutambt Valburg 1654-1759 - 'opdracht" - "Willem van Wichen en Willem van Trijst erf-

        pachteren des ampts Overbetuwe certificeren dat op den 15 febr: deses jaers 1718 voor haer gecompareert en erschenen is de

        heer Peter Weissenburgh den jonge in qualiteit als volmachtigde van de heer Francois Sebastiaen de Rouilje capiteijn ten dienste

        dese Nederlanden, alsmede van den heere Simon Michael Petit en vrouwe Maria Octavia de Rouilje echtelieden kinderen van wijlen

        den heere overste Philip de Roulje en erfgenamen ex testamento van wijlen vrouwe Maria Cunera Drijssens Opheijden in leven ehe-

        vrouwe van gemelde heer overste de Rouilje vermogens acte van volmaght voor Wilhelm van der Holt en Johan Banckhoven beijde

        schepenen van den gerichte van Maesniel Leuwen en Asenraet in de vrijheerlijckheijt Dolenbroeck ten desen eijnde mede specia-

        lijck gepasseert, met een opdracht segel in groen wasch en een witte papiere ruijt overdeckt en signaturen van gemelde schepenen

        neffens G. Geelen secretaris bekrachtight haer in originali gebleecken en voorgelesen, en bekende voor eene betaelde somme van

        vier duisent een hondert vijftigh guldens vercoft, gecedeert en opgedragen te hebben aen Jan Jansen de Haert den coren: wint en

        ros: meulen met huijs, hoff en bijgehorigh lant groot ongeveer eenen mergen met sijn gerechtigheden van dien althans bij den coper

        in pacht gebruijckt wordende en dannogh twee morgen weijlant beijde onder Hervelt gelegen, sijnde alles vrij erff en goedt uytgeno-

        men gemeijne dijcken en weteringen van outs en met recht daer toe gehorende, bekennende daer van ontgoedet te sijn, met belofte

        van vrijinge en waringh als erfkoop recht is, registen: den 8. martij 1718.        


5.    Lutgardis Driessen Opheyden - geb. ??? - † na 23-9-1721 [was toen doop getuige te Megen [Nb] zie gen. Va] - is zij getrouwd met

       Wissenberg? die eerder was getrouwd met zuster Agnes Maria? zie voetnoot 41

 

voetnoot:

[41] Valburg - protocol van bezwaar van het schoutambt Valburg 1654-1759 nr. 65 - "besaet" - "Jacobus Driessen opHeijden, desselfs

        suster Gerarda Catharina Driessen Opheijden weduwe van Wighman Martini en swager Wissenbergh getrout aen juffrou Lutgardis

        Driessen Opheijden doen op heden dato de klocke elf uren ten allen rechten besaet op alle sodane gerede goederen, actien,

        obligatien, pachten en vruchten en erediten, en bij insuffisance op alle sodane ongerede goederen als vrouwe Maria Cunera

        Driessen Opheijden in den ampte van Overbetuwe mette doot ontruijmt heeften. breder bij het gerichtelijck signaet van Elst, quo

        relatio, registen den 11. april 1710. de klocke 12. uren.

        [in marge:] M. C. Weissenberg weduwe van Jacob Driessen bekent van dit besaet te renuntieren. reg: 26. april 1718 

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


IIIb   Peter/Petrus Canisius Driessen Opheyden

         geb ??? -  ingeschreven 7 mei 1648 als student universiteit van Keulen (D) - burger 1656 van Nijmegen [23] -

         eigenaar van de bouwhoeve de "Roode Beek" onder Well [23] - † voor 11-8-1704 [29] -

         tr. Nijmegen 6 febr. 1653 (voor schepenen) met Henrica ook Hendrina Elisabeth van der Heijden - geb. ??? - † na 25-5-1709 -

         dr. van Johan Verheyden en Anna van Haeps


        inv. nr. 896  [10]


voetnoten:

[-] ORA Nijmegen - inv. nr. 4247 - 14 juli 1654 Johan Bors en Johan Verheyden, erfmagescheidslieden, bepalen

        in een magescheid tussen Anna Petronella van Camerlandt, dochter van Anna van Haeps en Willem Jansen

        van Camerlandt (uit 1e huwelijk) en Petrus Canisius als man en voogd van Henrica Verheyden, als erfgena-

        men van Neuleken van Zeller, weduwe van Derrick van Haeps, dat Petronella van Camerlandt o.a. heeft

        verkregen een rente van 36 gulden op de stad Nijmegen, en dat Petrus Canisius Driessens dat heeft verkre-

        gen t.b.v. Henrica Verheyden twee erfrenten van elk 30 gulden.  

[10] ORA Nijmegen - inv. nr. 896 - zegel van Peter Driessen op Heijden anno 1658.

[-] RHCL Maastricht 16.1112A-1 - lijst kasteel en heerlijkheid Well - inv. nr. 563 - Well 28 sept. 1673

        waarin Peter Driessen op Heyden een kapitaal van 2000 gulden overdraagt aan gravin van Limburg Stirum.

[-] Valburg protocollen tot 1701 - waarin op 27 nov. 1673 Peter Driessen op Heijde en Roelof van der Heijden als erfpachters worden genoemd.

        Idem op 10 dec. 1674 Peter Driessen Opheijde.

[-] Nijmegen protocol van overdrachten - waarin op 29 jan. 1681 voor schepenen Fagel en Beeck, Petrus Canisius

        Driessen en Henrica van der Heyden echtelieden, bekennen 5500 guldens te hebben ontvangen van en over-

        dragen aan Johan Vermeer wijnkoper en Helene Wijnen, echtelieden, een "seecker huijs en hofstadt" gelegen

        aan de "grotestraet" belast met een jaarlijkse tijns van "eenen obel" die jaarlijks betaalt moet worden met

        "eenen deut aen de reeckenkamer in Gelderland".

[-] 1087 ambt en dijkstoel van de Overbetuwe, 1427-1838 (1855) nr. 3134 - anno 1688 verzoekt de rijks vrijheer van Quandt tot Wijckrath

        heer van Loenen aan ambtman en jonkeren van Overbetuwe [Gaspar Antoni van Lynden] dat zij Peter Driessen op Heyde te Nijmegen

        bevelen de krib - aangelegd tegen zijn eigendom - boven dat van rekestrant gelegen, op te maken of rekestrant te vergunnen deze

        krib op te maken tegen het genot van de aanwas tot behoud van de door hem met subsidie van het ambt aangelegd krib- en waterwerken.

        [het buurtschap en landgoed Loenen lag pal naast Slijck-Ewijck] 

[-] Valburg protocol 184 fol. 58 - waarin op 25 mei 1709 "Simon Jansen en sijne huijsvrouw door de weduwe

        van d'heer Peter Driessen Opheijden ten allen rechten wordt gepeijnt aen sodane gerede en ongerede goe-

        deren, als deselve onder Slijck-Ewijck en Osterholt sijn hebbende, voor eene somme van seshondert gulden,

        herkomende wegens achterstedige pachtpenningen. ter goeder reeckeningh.

        registratie den 31e meij 1709. # geschreven op een segel van 30 stuijvers #

        # mij vertoont quatantie van Ignatius Driessen Opheijden, soon van Peter Driessen.

        de dato den 28e september 1714, waarbij hij mij versoeckt dese peijndingh alhier te willen rojeren.

        hetgeen geschiet mits desen op den 6e december 1728".

[23] Maasgouw (1898) p. 29.

[29] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 749 - 1704 akte van huwelijksvoorwaarden tussen

        Balthazar W. van Kessel en Agnes M. Driessens Opheyde - authentieke kopie van 1713.


Uit dit huwelijk: [volgorde onzeker]

 

1.    Wilhelmus Driessen Opheijden  -  volgt IVb


2.    Ignatius Driessen Opheijden - geb. ca. 1650 ws. Nijmegen -

        licentiaat in beide rechten 1678 (Leuven universiteit) - ingeschreven 10 mei 1678 als student universiteit van Keulen (D) -

        werd 12 nov. 1689 benoemd in Roermond tot officiaal [officiaal = priester die in naam van de bisschop aan het hoofd

        stond van het officiliaat en verantwoordelijk was voor de kerkelijke rechtspraak] - hoofdschool meester, kanunnik en

        scholaster te Xanten (D) - eigenaar van de bouwhoeve de "Roode Beek" onder Well [23] -

        testament 10 aug. 1721 [21] - † Xanten (D) 6 sept. 1721 [17] 


voetnoten:

[-] RHCL Maastricht - De Maasgouw 1886 p.77 - foto DOP1886-76 - Ignatius kanunnik te Xanten kreeg bij deling

        de hofstede Roo(de)beek wat tussen Well en Bergen lag. Later kwam deze bij erfregeling aan de griffier van

        Roermond Peter de Winkel via zijn moeder Anna Petronella Driessen op Heijden.

[-] GA Roermond - familie archieven afd. V toegang 5020 varia nr. 142 - foto DOP142 - Leuven 4 febr. 1678 waarin

        Ignatius Driessen uit Nijmegen van Universiteit van Leuven, licentiaat kreeg in beide rechten.

[-] Navorscher 1945 - gedenkwaardige Limburgers (benoeming 1689) - blz. 19.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief - nr. V738 - foto DOP738-9/11 - Roermond 2 okt. 1693

         waarin bisschop Reginaldo van bisdom Roermond de sollicitatie naar Xanten behandelt van Ignatius Driessens uit

         Nijmegen, Ignatius moest daarvoor bewijs van geboorte en doop overleggen. Die had hij toen ook nodig bij zijn

         kruinschering (tonsuur) - een ritueel waarbij men in het priesterambt werd bevestigd. Kennelijk heeft de bisschop

         dat bewijs destijds achtergehouden en daarom is een nieuwe nodig uit Nijmegen.

[- sub a]) ORA Nijmegen - stadsgerichten Nijmegen 1410-1811 – rubriek: 2.3.2.3 bijlagen bij het protocol schepengericht - 1141-1793 -

         inventarisnummer 1329 – 1707 appèl [protest door Jacobus DoH] op Aken – erfhuis geschil tussen Ian Palmers, Benjamin Palmers,

         Metjen Maessen [als weduwe van Claes Wolters] en Anna Heijkoop [als weduwe van Gabriel Palmers] als naaste neven en nichten

         van Andries Palmers wegens zijn vader Floris Palmers en Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus

         Driessen op Heijden, Fransciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden voor 5/10 deel als naaste neven nichten van

         Andries Palmers wegens zijn moeder Elisabeth Driessen aan de ene zijde, tegen Jacobus Driessen op Heijden testamentair universeel

         erfgenaam van Ian Palmers.

         - Elisabeth Palmers [dochter van Andries Palmers en Christina Borne] trouwde Gerard Voets en uit hun Andries Voets, die overleed

          zonder wettige erfgenamen. De erfenis van Gerard Voets en Elisabeth Palmers werd op 11 aug. 1680 in vertrouwen toegedaan aan

          Andries Palmers, omdat hun kind Andries Voets nog onmondig was.

        - volgens "fidei commissaire dispositie" d.d. 11 augustus 1680 had Andries Palmers 16.000 guldens nagelaten aan [zijn zoon] Jan

          Palmers en [onmondig kleinzoon] Andries Voets. [hieruit maak je op dat Elisabeth Palmers en Andries Palmers al waren overleden.

        - op 25 sept. 1687 was er een magescheid voor schepenen Nijmegen ten gevolge van uitspraak 24 sept. 1686.

        - Jan Palmers [zoon van Andries Palmers en Christina Borne] overleed zonder wettige erfgenamen en had op 27 dec. 1700 Jacobus

           Driessen op Heijden benoemd tot testamentair en universeel erfgenaam zijnde zijn neef.

        - Johan Palmers had eerder ge-erfd van Maria Bonen weduwe van Jan Driessen 1) meubelen 2) som van 1291 guldens en 3) een obligatie

            van 700 guldens ten laste van Gerard Grootsman.

        - Johan Palmers erfde ook van zijn oud-oom Derrick Driessen.

        - volgens uitspraak 16 febr. 1707 schepengericht van Nijmegen moet Jacobus Driessen op Heijden de helft van de erfenis uitkeren aan

           erfgenamen van vadersijde [d.i. Ian Palmers, Benjamin Palmers, Metjen Maessen en Anna Heijkoop] en 5/10 deel van de andere helft

           aan de erfgenamen van moederzijde [d.i. Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus Driessen op Heijden, Fran-

           ciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden] inclusief renten die Jacobus had genoten sinds [1702] overlijden van Jan Palmers.

[- sub b] In 1712 maakt Jacobus DoH een staat en komt hem toe: 1) obligatie van 800 ducatons d.d. 19-7-1693 t.w.v. f 2520 - 2) rente 4% op

         "het bosch van Jan Palmers" sinds 19 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 totaal f 1027.12 - 3) kapitaal obligatie 8/18 sept. 1690 t.w.v. f 3000 met

         rente 18 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 f 1376.50 en 4) nog een ander bedrag van f 25 – totaal komt hem toe f 7948.17. Ook heeft Jacobus

         DoH f 2147-15-7 uitbetaalt aan Ignatius DoH zijnde zijn aandeel op de erfenis ex Andries Palmers.

[-] Valburg - protocol 278 - fol. 84 - "d'heer Ignatius Driessen Opheijden wort den 2e martij 1712 ten allen rechten

          besaet gedaen door d'erfgenamen van wijlen Hermen Driessen Opheijden, als breder bij 't gerichtelijck signaet

          van Bemmel quo relatio, registratie den 21e april 1712".

[-] Valburg - protocol 184 fol. 58 - Simon Jansen en sijne huijsvrouw worden op den 25e deses (25-5-1709) door de

          weduwe van d'heer Peter Driessen Opheijden ten allen rechten gepeijnt aen sodane gerede en ongerede goederen,

          als deselve onder Slijck-Ewijck en Osterholt sijn hebbende, voor eene somme van seshondert gulden, herkomende

          wegens achterstedige pachtpenningen.    ter goeder reeckeningh. Registratie den 31e meij 1709.

          #Geschreven op een segel van 30 stuijvers # # Mij vertoont quatantie van Ignasius Driessen Opheijden, soon van

          Peter Driessen. de dato den 28e september 1714, waarbij hij mij versoeckt dese peijndingh alhier te willen rojeren.

          hetgeene geschiet mits desen op den 6e december 1728.

[21] RHCL Maastricht - toegangsnr. 14.A002A - archieftitel: bisschoppen van Roermond 1559-1801 - inventaris 2.3.1.1.5

         portefeuille 56 nr. 8A - foto DOP14-1/10 - Xanten (D) 10 aug. 1721 voor notaris Theod. Storp, waarin Ignatius

         Driessen Opheijden zijn bezit in Kleefse en Gelderse vermaakt aan "noch lebenden bruderen undt schwesteren,

         benentlich Wilhelmo et Agneti Driessens op Heijden, item nepotibus meis Gerhardo Driessens, meines in Gott

         verstorbenen bruders Gerhardi sohn, undt Petro Josepho de Winckel, meiner in Gott ruhenden schwester Annae

         Petronella sohn" maar ook legaten aan de kerk, noemt later ook "mein liebe schwester Maria Driessens op Heijden".

         Benoemt de rentmeester Johan Reiner Stepraht van Nijmegen tot executeur en als er strijd mog zijn om zijn

         na-latenschap dan gaat alles naar de kerk, door 7 getuigen getekend: Ludovicus van Cleve, Franciscus Casparus

         Pontinus plebaan van Xanten (D), Joannes Schilkens vicarius, Werner Grondt pastoor en vicarius, Gerardus Loiff

         vicarius, Bernardus Horst vicarius en rector van Xanten (D) en Fridericus Horst vicarius. 

[17] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief nr. V738 - foto DOP738-31/35 - Xanten (D) 21 nov. 1767

         verklaring van Arnold Lambert Diepram Dechand, Johan Henrick van Berckel "scholasten" en Joan Carl Joseph

         Corman Portarius, alle 3 kanunnik van aartsbisdom te Xanten, op verzoek van J.E. Sanders van Well procureur

         van stad Nijmegen, bevestigen dat "wijlen onse Heer confratis Ignatii Driessen op Heijden scholastici et canonici

         Xantensis" is overleden in Xanten 6 september 1721. Attest afgegeven door secretaris August Ernest Muller.

[23] Maasgouw (1898) p. 29.  

 

3.    Gerard Driessens op Heyde  -  volgt IVc


4.    Maria Driessens Opheijden - geb. ??? - vermeld 1721 [21] - woont 1738-1749 op de Colck onder Broekhuizenvorst -

         zij was reeds in 1738 geestelijke dochter van de 3e regel van den heilige Augustinus [25] - maakt testament 1748 [24] -

         † Broekhuizenvorst 25 juni 1749 "obijt domina Maria Drissens op Heiden virgo deo devota ex regula s. Augustini". 

 

voetnoten:

[- sub a]) ORA Nijmegen - stadsgerichten Nijmegen 1410-1811 – rubriek: 2.3.2.3 bijlagen bij het protocol schepengericht - 1141-1793 -

        inventarisnummer 1329 – 1707 appèl [protest door Jacobus DoH] op Aken – erfhuis geschil tussen Ian Palmers, Benjamin Palmers,

        Metjen Maessen [als weduwe van Claes Wolters] en Anna Heijkoop [als weduwe van Gabriel Palmers] als naaste neven en nichten

        van Andries Palmers wegens zijn vader Floris Palmers en Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus

        Driessen op Heijden, Fransciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden voor 5/10 deel als naaste neven nichten van

        Andries Palmers wegens zijn moeder Elisabeth Driessen aan de ene zijde, tegen Jacobus Driessen op Heijden testamentair universeel

        erfgenaam van Ian Palmers.

        - Elisabeth Palmers [dochter van Andries Palmers en Christina Borne] trouwde Gerard Voets en uit hun Andries Voets, die overleed

          zonder wettige erfgenamen. De erfenis van Gerard Voets en Elisabeth Palmers werd op 11 aug. 1680 in vertrouwen toegedaan aan

          Andries Palmers, omdat hun kind Andries Voets nog onmondig was.

        - volgens "fidei commissaire dispositie" d.d. 11 augustus 1680 had Andries Palmers 16.000 guldens nagelaten aan [zijn zoon] Jan

          Palmers en [onmondig kleinzoon] Andries Voets. [hieruit maak je op dat Elisabeth Palmers en Andries Palmers al waren overleden.

        - op 25 sept. 1687 was er een magescheid voor schepenen Nijmegen ten gevolge van uitspraak 24 sept. 1686.

        - Jan Palmers [zoon van Andries Palmers en Christina Borne] overleed zonder wettige erfgenamen en had op 27 dec. 1700 Jacobus

           Driessen op Heijden benoemd tot testamentair en universeel erfgenaam zijnde zijn neef.

        - Johan Palmers had eerder ge-erfd van Maria Bonen weduwe van Jan Driessen 1) meubelen 2) som van 1291 guldens en 3) een obligatie

            van 700 guldens ten laste van Gerard Grootsman.

        - Johan Palmers erfde ook van zijn oud-oom Derrick Driessen.

        - volgens uitspraak 16 febr. 1707 schepengericht van Nijmegen moet Jacobus Driessen op Heijden de helft van de erfenis uitkeren aan

           erfgenamen van vadersijde [d.i. Ian Palmers, Benjamin Palmers, Metjen Maessen en Anna Heijkoop] en 5/10 deel van de andere helft

           aan de erfgenamen van moederzijde [d.i. Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus Driessen op Heijden, Fran-

           ciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden] inclusief renten die Jacobus had genoten sinds [1702] overlijden van Jan Palmers.

[- sub b] In 1712 maakt Jacobus DoH een staat en komt hem toe: 1) obligatie van 800 ducatons d.d. 19-7-1693 t.w.v. f 2520 - 2) rente 4% op

         "het bosch van Jan Palmers" sinds 19 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 totaal f 1027.12 - 3) kapitaal obligatie 8/18 sept. 1690 t.w.v. f 3000 met

         rente 18 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 f 1376.50 en 4) nog een ander bedrag van f 25 – totaal komt hem toe f 7948.17. Ook heeft Jacobus

         DoH f 2147-15-7 uitbetaalt aan Ignatius DoH zijnde zijn aandeel op de erfenis ex Andries Palmers. 

[21] RHCL Maastricht - toegangsnr. 14.A002A - archieftitel: bisschoppen van Roermond 1559-1801 - inventaris 2.3.1.1.5

         portefeuille 56 nr. 8A - foto DOP14-1/10 - Xanten (D) 10 aug. 1721 voor notaris Theod. Storp, waarin Ignatius

         Driessen Opheijden zijn bezit in Kleefse en Gelderse vermaakt aan "noch lebenden bruderen undt schwesteren,

         benentlich Wilhelmo et Agneti Driessens op Heijden, item nepotibus meis Gerhardo Driessens, meines in Gott

         verstorbenen bruders Gerhardi sohn, undt Petro Josepho de Winckel, meiner in Gott ruhenden schwester Annae

         Petronella sohn" maar ook legaten aan de kerk, noemt later ook "mein liebe schwester Maria Driessens op Heijden".

         Benoemt de rentmeester Johan Reiner Stepraht van Nijmegen tot executeur en als er strijd mog zijn om zijn

         na-latenschap dan gaat alles naar de kerk, door 7 getuigen getekend: Ludovicus van Cleve, Franciscus Casparus

         Pontinus plebaan van Xanten (D), Joannes Schilkens vicarius, Werner Grondt pastoor en vicarius, Gerardus Loiff

         vicarius, Bernardus Horst vicarius en rector van Xanten (D) en Fridericus Horst vicarius.

[24] Maasgouw (1898) p. 25-27 - opgemaakt op het huis Colck onder Broekhuizenvorst 10 jan. 1748 en bekrachtigd door

         schepenen 15 jan. 1748 waarin zij disponeert dat haar roerende en onroerende goederen worden verdeeld in 5 delen

         tussen: Hendrina van Kessel, Lucretia van Kessel tegenwoordige huisvrouw van haar neef Petrus Hendricus de Winckel

         (zoon van P.J. de Winckel en Maria Barbara de Haen), Ignatius van Kessel, kinderen van de Winckel/van Kessel en

         Maria Agnes de Winckel (zuster van Petrus Hendrikus de Winckel). Tevens legateert zij dat haar broer Wilhelmus

         Driessens op Heyden levenslang zal mogen wonen op Groodt Linden en jaarlijks 150 guldens zal ontvangen.

         Aan de kinderen van Hendrina Driessens op Heyde, dochter van haar broer Wilhelmus Driessens op Heyde,

         eenmalig de som van 50 guldens. Ook legateert zij 50 guldens aan Joannes Hoffman, jager van haar neef de Winckel

         (Petrus Hendrikus de Winckel) "ter oorsaecke van de diensten die hy my gedaen heeft". Zij geeft nog aan dat als haar

         broer bezwaren mocht hebben, dan zal hij die jaarlijkse 150 gulden niet ontvangen want zoals ze schrijft "mynen broeder,

         ende syne kinderen hebben in myn leven genoeg gehadt hetwelck my groote quellinge genoegh is geweest te meer dat

         de selve sigh noydt naer myn genoegen en hebben willen schicken". Tot executeur van haar uiterste wil is benoemd

         haar neef Petrus Hendricus de Winckel.

[25] Maasgouw (1898) p. 30 schema.

[39] Valburg - protocol van bezwaar van schoutambt Valburg 1654-1759 deel 1 - kopie folio 292 e.v. - op 27 mei 1750 compareert Henrick Reijnen

        als gevolmachtigde van Petrus en Ignatius Driesen op Heijden alsmede Jan Broeren gehuwd met Hendrina Driessens op Heijden die recht hebben

         van de erfgenamen van wijlen Maria Driessens op Heijden. De 1e volmacht uit Haarlem d.d. 2 sept. 1749, de 2e uit Echt d.d. 28 juli 1749 en de 3e

         uit Cuyck d.d. 21 jan. 1750. De comparant heeft namens gevolmachtigden voor f 320 verkocht aan Fredrick Claesen en Christina Hendrixs echte-

         lieden een perceel bouwland groot 5 morgen genaamd "Verkens neker" gelegen in kerspel Oosterholt "kort bij den Eijnd-dijck".  

[40] Valburg - protocol van bezwaar van schoutambt Valburg 1654-1759 deel 2 - kopie folio 1 e.v. - op 28 juli 1750 compareert Henrick Reijnen als ge-

        volmachtigde van Petrus en Ignatius Driesen op Heijden alsmede Jan Broeren gehuwd met Hendrina Driessens op Heijden die recht hebben van

         van de erfgenamen van wijlen Maria Driessens op Heijden. De 1e volmacht uit Haarlem d.d. 2 sept. 1749, de 2e uit Echt d.d. 28 juli 1749 en de 3e

         uit Cuyck d.d. 21 jan. 1750 die tesamen voor de helft eigenaren zijn van een perceel. Comparant vertegenwoordigt ook Maria Agnes de Wickel met

         Petrus Hendricus de Winckel heer van Swolgen gehuwd met Lucretia van Kessel conform volmacht van resp. Venlo d.d. 13 mei 1750 en Roermond

         d.d. 30 juni 1750 die eigenaren zijn van de andere helft. Comparant heeft namens alle gevolmachtigden voor f 2540 verkocht aan de brouwer

         Hermen Roelofs en Gerritje Arisen echtelieden, een huis en brouwerij genaamd "den Spicker" met berg, hof, 2 kleine boomgaarden met bijbehorende

         bouw- en weilanden groot 15 morgen gelegen in kerspel Slijk-Ewijk.


5.    Anna Petronella Driessen - geb. ??? - [mogelijk? lid nr. 11 van broederschap van broeders en zusters gesticht 1691 Nijmegen -

         † Roermond 6 dec. 1695 [25] - aangehaald 1721 [21] -

         tr. ??? met Tilman de Winckel - geb. ??? - † Roermond 15 jan. 1725 - griffier van hof van Roermond -

         werd op 12 jan. 1688 door de koning van Spanje in de adelstand verheven 

         hieruit:

         1) ridder Petrus Josephus de Winckel - geb. Roermond 16 mei 1691 - † Roermond 22 nov. 1746 - griffier van hof

             van Roermond - heer van Swolgen op 14 juli 1739 - tr. Roermond 12 mrt. 1719 met Maria Barbara de Haen -

             † Roermond 23 mei 1749 - erfdochter van kasteel Ingeraidt te Wanckum  

 

voetnoten:

[21] RHCL Maastricht - toegangsnr. 14.A002A - archieftitel: bisschoppen van Roermond 1559-1801 - inventaris 2.3.1.1.5

         portefeuille 56 nr. 8A - foto DOP14-1/10 - Xanten (D) 10 aug. 1721 voor notaris Theod. Storp, waarin Ignatius

         Driessen Opheijden zijn bezit in Kleefse en Gelderse vermaakt aan "noch lebenden bruderen undt schwesteren,

         benentlich Wilhelmo et Agneti Driessens op Heijden, item nepotibus meis Gerhardo Driessens, meines in Gott

         verstorbenen bruders Gerhardi sohn, undt Petro Josepho de Winckel, meiner in Gott ruhenden schwester Annae

         Petronella sohn" maar ook legaten aan de kerk, noemt later ook "mein liebe schwester Maria Driessens op Heijden".

         Benoemt de rentmeester Johan Reiner Stepraht van Nijmegen tot executeur en als er strijd mog zijn om zijn

         na-latenschap dan gaat alles naar de kerk, door 7 getuigen getekend: Ludovicus van Cleve, Franciscus Casparus

         Pontinus plebaan van Xanten (D), Joannes Schilkens vicarius, Werner Grondt pastoor en vicarius, Gerardus Loiff

         vicarius, Bernardus Horst vicarius en rector van Xanten (D) en Fridericus Horst vicarius.

[-] RHCL Maastricht - De Maasgouw 1886 p.77 - foto DOP1886-76 - Ignatius kanunnik te Xanten kreeg bij deling

         de hofstede Roo(de)beek wat tussen Well en Bergen lag. Later kwam deze bij erfregeling aan de griffier van

         Roermond Peter de Winkel via zijn moeder Anna Petronella Driessen op Heijden.

[25] Maasgouw (1898) p. 30 schema.

 

6.    Agnes Maria Driessen op Heyde/Opheyden - geb. ??? - vermeld 1721 [21] -

         testament 17 juli 1746 [31] - begr. 's-Hertogenbosch (sint Jan) 1746 -

         ondertr. Nijmegen 21 sept. 1704 (NG) (afkondiging ook in Den Bosch) (get. beide moeders) -

         tr. Nijmegen 6 okt. 1704 (RK minderbroeders) (get. broers en zusters en vader Antonius van

         Kessel) met Balthazar Guilielmus van Kessel - geb. 's-Hertogenbosch - beide rechten doctor [29] -

         † voor 1727 - zn. van Johan van Kessel en Maria Henricx [29]

         hieruit:

        1) Maria van Kessel - ged. 's-Hertogenbosch 1 nov. 1705 (RK) (get. Arnoldus Vuchts voor Ignatius Driessens op

             Heijden en Maria Henrincx) - † voor 22-11-1746 [32]

        2) Joanna Adriana Maria Agnes van Kessel - ged. 's-Hertogenbosch 8 dec. 1706 (RK) (get. Joannes van Kessel

             plebaan en Maria Henrincx voor Henrica van der Heijden weduwe) - † voor 1747 [12] (ongehuwd)

        3) Henrica Maria Theresia van Kessel - ged. 's-Hertogenbosch 11 sept. 1708 (RK) (get. Joannes van Kessel

             plebaan en Maria Driessens op Heijden) - vermeld 1748 [24] - † na 1782 [13]

        4) Adriana Maria Josepha van Kessel - ged. 's-Hertogenbosch 7 mei 1710 (RK) (get. Joannes van Kessel

             plebaan en Adriana Maria le Fevre) - † voor 22-11-1746 [32]

        5) Balthasar Marinus van Kessel - ged. 's-Hertogenbosch 17 sept. 1712 (RK) (get. Joannes van Kessel voor

             Marinus van der Heijden en Adriana le Frevre voor Henrica van Heusden) -

             werd "innocente" genoemd 22-11-1746 [32]

        6) Lucreta Petronella van Kessel - ged. 's-Hertogenbosch 26 aug. 1716 (RK) (get. Joannes van Kessel plebaan

             en Adriana Maria le Frevre) - tr. met Petrus Hendricus de Winckel heer van Swolgen

        7) Ignatius Petrus van Kessel - ged. 's-Hertogenbosch 1 febr. 1721 (RK) (get. Maurus Balthasar van Kessel

             voor Ignatius Driessens Opheijden hoofdschoolmeester in Xanten en Maria van Kessel voor Maria Driessens

             Opheijden) - licentiaat in beide rechten [14] - vermeld 1748 [24]


voetnoten:

[29] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 749 - 1704 akte van huwelijksvoorwaarden tussen

        Balthazar W. van Kessel en Agnes M. Driessens Opheyde - authentieke kopie van 1713.

[- sub a]) ORA Nijmegen - stadsgerichten Nijmegen 1410-1811 – rubriek: 2.3.2.3 bijlagen bij het protocol schepengericht - 1141-1793 -

        inventarisnummer 1329 – 1707 appèl [protest door Jacobus DoH] op Aken – erfhuis geschil tussen Ian Palmers, Benjamin Palmers,

        Metjen Maessen [als weduwe van Claes Wolters] en Anna Heijkoop [als weduwe van Gabriel Palmers] als naaste neven en nichten

        van Andries Palmers wegens zijn vader Floris Palmers en Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus

        Driessen op Heijden, Fransciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden voor 5/10 deel als naaste neven nichten van

        Andries Palmers wegens zijn moeder Elisabeth Driessen aan de ene zijde, tegen Jacobus Driessen op Heijden testamentair universeel

        erfgenaam van Ian Palmers.

        - Elisabeth Palmers [dochter van Andries Palmers en Christina Borne] trouwde Gerard Voets en uit hun Andries Voets, die overleed

          zonder wettige erfgenamen. De erfenis van Gerard Voets en Elisabeth Palmers werd op 11 aug. 1680 in vertrouwen toegedaan aan

          Andries Palmers, omdat hun kind Andries Voets nog onmondig was.

        - volgens "fidei commissaire dispositie" d.d. 11 augustus 1680 had Andries Palmers 16.000 guldens nagelaten aan [zijn zoon] Jan

          Palmers en [onmondig kleinzoon] Andries Voets. [hieruit maak je op dat Elisabeth Palmers en Andries Palmers al waren overleden.

        - op 25 sept. 1687 was er een magescheid voor schepenen Nijmegen ten gevolge van uitspraak 24 sept. 1686.

        - Jan Palmers [zoon van Andries Palmers en Christina Borne] overleed zonder wettige erfgenamen en had op 27 dec. 1700 Jacobus

           Driessen op Heijden benoemd tot testamentair en universeel erfgenaam zijnde zijn neef.

        - Johan Palmers had eerder ge-erfd van Maria Bonen weduwe van Jan Driessen 1) meubelen 2) som van 1291 guldens en 3) een obligatie

            van 700 guldens ten laste van Gerard Grootsman.

        - Johan Palmers erfde ook van zijn oud-oom Derrick Driessen.

        - volgens uitspraak 16 febr. 1707 schepengericht van Nijmegen moet Jacobus Driessen op Heijden de helft van de erfenis uitkeren aan

           erfgenamen van vadersijde [d.i. Ian Palmers, Benjamin Palmers, Metjen Maessen en Anna Heijkoop] en 5/10 deel van de andere helft

           aan de erfgenamen van moederzijde [d.i. Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus Driessen op Heijden, Fran-

           ciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden] inclusief renten die Jacobus had genoten sinds [1702] overlijden van Jan Palmers.

[- sub b] In 1712 maakt Jacobus DoH een staat en komt hem toe: 1) obligatie van 800 ducatons d.d. 19-7-1693 t.w.v. f 2520 - 2) rente 4% op

        "het bosch van Jan Palmers" sinds 19 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 totaal f 1027.12 - 3) kapitaal obligatie 8/18 sept. 1690 t.w.v. f 3000 met

        rente 18 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 f 1376.50 en 4) nog een ander bedrag van f 25 – totaal komt hem toe f 7948.17. Ook heeft Jacobus

        DoH f 2147-15-7 uitbetaalt aan Ignatius DoH zijnde zijn aandeel op de erfenis ex Andries Palmers.

[30] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 748 - 1712 akte van akkoord tussen Jacob Driessen

        op Heijden, als universeel erfgenaam van wijlen Jean Palmers vanwege 2 kapitalen en renten, vanwege zijn

        oom Peter Driessen, en anderzijds Ignatius Driessen op Heijden als erfgenaam van wijlen zijn broer Franciscus

        Driessen en cessie van zijn andere broer Wilhelmus en zusters Maria en Agnes (x van Kessel) als mede erf-

        genamen van wijlen Andries Palmers, kopie Nijmegen 1 december 1712.

[-] RHCL Maastricht 16.1112A-2 - magazijnlijst inv. nr. 5034 - 9 mei 1714 - schepenbrief Nijmegen en de rentmeester

        Stepraedt voor Balthasar Guillelmo van Kessel en vrouw Agnes Maria Driessen op Heyde, echtelieden, verklaren dat

        hij voor 250 guldens heeft verkocht 2 morgen bouwland in het Heesche Veld te Well aan Odilia Ludovica Stepraet.

[21] RHCL Maastricht - toegangsnr. 14.A002A - archieftitel: bisschoppen van Roermond 1559-1801 - inventaris 2.3.1.1.5

         portefeuille 56 nr. 8A - foto DOP14-1/10 - Xanten (D) 10 aug. 1721 voor notaris Theod. Storp, waarin Ignatius

         Driessen Opheijden zijn bezit in Kleefse en Gelderse vermaakt aan "noch lebenden bruderen undt schwesteren,

         benentlich Wilhelmo et Agneti Driessens op Heijden, item nepotibus meis Gerhardo Driessens, meines in Gott

         verstorbenen bruders Gerhardi sohn, undt Petro Josepho de Winckel, meiner in Gott ruhenden schwester Annae

         Petronella sohn" maar ook legaten aan de kerk, noemt later ook "mein liebe schwester Maria Driessens op Heijden".

         Benoemt de rentmeester Johan Reiner Stepraht van Nijmegen tot executeur en als er strijd mog zijn om zijn

         na-latenschap dan gaat alles naar de kerk, door 7 getuigen getekend: Ludovicus van Cleve, Franciscus Casparus

         Pontinus plebaan van Xanten (D), Joannes Schilkens vicarius, Werner Grondt pastoor en vicarius, Gerardus Loiff

         vicarius, Bernardus Horst vicarius en rector van Xanten (D) en Fridericus Horst vicarius.

[-] BHIC Den Bosch 126 - tienden in NB 1642-1948 nr. 25 en 26 - 1726 - waarin Johan Christophorus baron Bertholt

        de Belver, heer van Ruyff, Balen en Asten een klamp tiende op Theede onder Sint-Michielsgestel en een klamp tiende

        onder Gemonde, overdraagt aan Agnes Driessens Opheyden, weduwe mr. Balthazar van Kessel.

[-] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 741 - 1730 waarin voor schepenen van 's-Hertogenbosch

        Johan van Kessel, tot toeziend voogd wordt benoemd over de kinderen van Agnes M. Driessens Opheyde, weduwe

        van Balthazar W. van Kessel.

[-] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 1730 - 1730 verleden voor schepenen van Helvoirt, waarin

        de familie van Abeelen via openbare verkoop een perceel land in Haaren, met bijlage, verkoopt aan Agnes M. van

        Kessel-Driessens Opheyde.

[-] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 752 - 1730 verleden voor schepenen van 's-Hertogenbosch,

        waarin een rente-akte door erfgenamen Johan B. de Broekhoven, werd overgedragen aan Agnes M. Driessens Opheyde

        met oudere bewijsstukken van 1562, 1595, 1597, 1600 en 1601.

[-] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 753 - 1730 waarin rente op Staten van Brabant door erfge-

        namen Johan B. van Broekhoven, werd overgedragen aan Agnes M. Driessens Opheyde.

[-] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 754 - 1730 waarin Agnes M. Driessens Opheyde toestemming

        kreeg van Raad van Brabant om te beschikken over haar leengoederen.

[-] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 755 - 1731 ontvangstbewijs voor Agnes M. Driessens

        Opheyde, voor retourneren DTB boeken aan St. Jan en St. Catharina parochie in 's-Hertogenbosch.

[-] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 1767 - 1740-1809 verhuurkontrakten door Agnes M.

        Driessens Opheyde, Hendrina M. van Kessel en Maria A. Vercamp, van huis en erf op St. Janskerkhof in Den Bosch.

[-] BHIC Den Bosch 126 - tienden in NB 1642-1948 nr. 54 - 1741 waarin Johan C. baron Bertholt de Belver tienden ver-

        koopt onder St. Michielsgestel en Gemonde aan Agnes D. Opheyden, weduwe Balthazar van Kessel, met 2 volmachten

        van koopster tot belening van 1726 en 1741 en met kwitanties van verkoper, leengriffier en ontvanger 40e penning voor

        verkoopster.

[-] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 1706 - 1744 kwitantie voor Agnes M. van Kessel Opheyde,

        voor voldoening 40e penning, wegens verkoop door Reinier Coolen van een perceel land in Haaren.

[31] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 756 - 1746 testament van Agnes M. Driessens Opheyde.

[32] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 757 - 1746 afwikkeling nalatenschap Agnes M. Driessens

        Opheyde.

[-] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 758 - 1746 begraafakte van Agnes M. Driessens Opheyde.

        Authentiek 1752.

[-] BHIC Den Bosch 126 - tienden in NB 1642-1948 nr. 27 - 1778 belening van deel tienden onder St. Michielsgestel en

        Gemonde na dood van Agnes Driessens Opheyden, weduwe mr. Balthazar van Kessel, aan haar dochter Hendrina

        Maria van Kessel en bij haar verkoop aan Johannes van Bommel.

[-] BHIC Den Bosch 126 - tienden in NB 1642-1948 nr. 28 - 1778 belening van deel tienden onder St. Michielsgestel en

        Gemonde na dood van Agnes Driessens Opheyden, weduwe mr. Balthazar van Kessel, aan haar zoon Ignatius Petrus

        van Kessel en bij diens overlijden aan zijn broer Maurits van Kessel.

[12] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 760 - 1747 verdeling nalatenschap van Johanna van Kessel,

        tussen haar broers en zusters.

[13] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 761 - 1783 akte van lastgeving door Hendrina M. Th. van

        Kessel, aan haar nichten Maria A. Vercamp en Maria J. Vercamp, van beheer van haar goederen.

[14] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 764 - 1745 Universiteit Leuven - Bul van promotie voor

        Ignatius P. van Kessel tot licentiaat in beide rechten - hij is ws. vader van Maurits en Hendrina M. Th. van Kessel.

[-] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 778 - 1746 condoleantie brief van J. van Kessel uit Antwerpen,

        aan zijn neven en nichten in 's-Hertogenbosch.

[24] Maasgouw (1898) p. 25-27 - opgemaakt op het huis Colck onder Broekhuizenvorst 10 jan. 1748 en bekrachtigd door

        schepenen 15 jan. 1748 waarin zij disponeert dat haar roerende en onroerende goederen worden verdeeld in 5 delen

        tussen: Hendrina van Kessel, Lucretia van Kessel tegenwoordige huisvrouw van haar neef Petrus Hendricus de Winckel

        (zoon van P.J. de Winckel en Maria Barbara de Haen), Ignatius van Kessel, kinderen van de Winckel/van Kessel en

        Maria Agnes de Winckel (zuster van Petrus Hendrikus de Winckel). Tevens legateert zij dat haar broer Wilhelmus

        Driessens op Heyden levenslang zal mogen wonen op Groodt Linden en jaarlijks 150 guldens zal ontvangen.

        Aan de kinderen van Hendrina Driessens op Heyde, dochter van haar broer Wilhelmus Driessens op Heyde,

        eenmalig de som van 50 guldens. Ook legateert zij 50 guldens aan Joannes Hoffman, jager van haar neef de Winckel

        (Petrus Hendrikus de Winckel) "ter oorsaecke van de diensten die hy my gedaen heeft". Zij geeft nog aan dat als haar

        broer bezwaren mocht hebben, dan zal hij die jaarlijkse 150 gulden niet ontvangen want zoals ze schrijft "mynen broeder,

        ende syne kinderen hebben in myn leven genoeg gehadt hetwelck my groote quellinge genoegh is geweest te meer dat

        de selve sigh noydt naer myn genoegen en hebben willen schicken". Tot executeur van haar uiterste wil is benoemd

        haar neef Petrus Hendricus de Winckel.

[40] Valburg - protocol van bezwaar van schoutambt Valburg 1654-1759 deel 2 - kopie folio 1 e.v. - op 28 juli 1750 compareert Henrick Reijnen als ge-

        volmachtigde van Petrus en Ignatius Driesen op Heijden alsmede Jan Broeren gehuwd met Hendrina Driessens op Heijden die recht hebben van

         van de erfgenamen van wijlen Maria Driessens op Heijden. De 1e volmacht uit Haarlem d.d. 2 sept. 1749, de 2e uit Echt d.d. 28 juli 1749 en de 3e

         uit Cuyck d.d. 21 jan. 1750 die tesamen voor de helft eigenaren zijn van een perceel. Comparant vertegenwoordigt ook Maria Agnes de Wickel met

         Petrus Hendricus de Winckel heer van Swolgen gehuwd met Lucretia van Kessel conform volmacht van resp. Venlo d.d. 13 mei 1750 en Roermond

         d.d. 30 juni 1750 die eigenaren zijn van de andere helft. Comparant heeft namens alle gevolmachtigden voor f 2540 verkocht aan de brouwer

         Hermen Roelofs en Gerritje Arisen echtelieden, een huis en brouwerij genaamd "den Spicker" met berg, hof, 2 kleine boomgaarden met bijbehorende

         bouw- en weilanden groot 15 morgen gelegen in kerspel Slijk-Ewijk. 

 

7.    Joanna Teresia Canisius - ged. Nijmegen (RK st. Stevens) 19 jan. 1673 (getuigen: Jacobus van Seller en Agnes van

         Amstel) (vader: Petrus Canisius, moeder Henrica van der Heijden)

 

8.    Franciscus Driessens Opheijden -  ingeschreven 30 apr. 1700 als student universiteit van Keulen (D) - ondertekent 1704

         huwelijksvoorwaarden van zijn zus Agnes [29] - † voor 1-12-1712 [30]

 

voetnoten:

[29] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 749 - 1704 akte van huwelijksvoorwaarden tussen

        Balthazar W. van Kessel en Agnes M. Driessens Opheyde - authentieke kopie van 1713.

[- sub a]) ORA Nijmegen - stadsgerichten Nijmegen 1410-1811 – rubriek: 2.3.2.3 bijlagen bij het protocol schepengericht - 1141-1793 -

        inventarisnummer 1329 – 1707 appèl [protest door Jacobus DoH] op Aken – erfhuis geschil tussen Ian Palmers, Benjamin Palmers,

        Metjen Maessen [als weduwe van Claes Wolters] en Anna Heijkoop [als weduwe van Gabriel Palmers] als naaste neven en nichten

        van Andries Palmers wegens zijn vader Floris Palmers en Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus

        Driessen op Heijden, Fransciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden voor 5/10 deel als naaste neven nichten van

        Andries Palmers wegens zijn moeder Elisabeth Driessen aan de ene zijde, tegen Jacobus Driessen op Heijden testamentair universeel

        erfgenaam van Ian Palmers.

        - Elisabeth Palmers [dochter van Andries Palmers en Christina Borne] trouwde Gerard Voets en uit hun Andries Voets, die overleed

          zonder wettige erfgenamen. De erfenis van Gerard Voets en Elisabeth Palmers werd op 11 aug. 1680 in vertrouwen toegedaan aan

          Andries Palmers, omdat hun kind Andries Voets nog onmondig was.

       - volgens "fidei commissaire dispositie" d.d. 11 augustus 1680 had Andries Palmers 16.000 guldens nagelaten aan [zijn zoon] Jan

          Palmers en [onmondig kleinzoon] Andries Voets. [hieruit maak je op dat Elisabeth Palmers en Andries Palmers al waren overleden.

       - op 25 sept. 1687 was er een magescheid voor schepenen Nijmegen ten gevolge van uitspraak 24 sept. 1686.

       - Jan Palmers [zoon van Andries Palmers en Christina Borne] overleed zonder wettige erfgenamen en had op 27 dec. 1700 Jacobus

           Driessen op Heijden benoemd tot testamentair en universeel erfgenaam zijnde zijn neef.

       - Johan Palmers had eerder ge-erfd van Maria Bonen weduwe van Jan Driessen 1) meubelen 2) som van 1291 guldens en 3) een obligatie

            van 700 guldens ten laste van Gerard Grootsman.

       - Johan Palmers erfde ook van zijn oud-oom Derrick Driessen.

       - volgens uitspraak 16 febr. 1707 schepengericht van Nijmegen moet Jacobus Driessen op Heijden de helft van de erfenis uitkeren aan

           erfgenamen van vadersijde [d.i. Ian Palmers, Benjamin Palmers, Metjen Maessen en Anna Heijkoop] en 5/10 deel van de andere helft

           aan de erfgenamen van moederzijde [d.i. Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus Driessen op Heijden, Fran-

           ciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden] inclusief renten die Jacobus had genoten sinds [1702] overlijden van Jan Palmers.

[- sub b] In 1712 maakt Jacobus DoH een staat en komt hem toe: 1) obligatie van 800 ducatons d.d. 19-7-1693 t.w.v. f 2520 - 2) rente 4% op

           "het bosch van Jan Palmers" sinds 19 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 totaal f 1027.12 - 3) kapitaal obligatie 8/18 sept. 1690 t.w.v. f 3000 met

           rente 18 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 f 1376.50 en 4) nog een ander bedrag van f 25 – totaal komt hem toe f 7948.17. Ook heeft Jacobus

           DoH f 2147-15-7 uitbetaalt aan Ignatius DoH zijnde zijn aandeel op de erfenis ex Andries Palmers.

[30] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 748 - 1712 akte van akkoord tussen Jacob Driessen

           op Heijden, als universeel erfgenaam van wijlen Jean Palmers vanwege 2 kapitalen en renten, vanwege zijn

           oom Peter Driessen, en anderzijds Ignatius Driessen op Heijden als erfgenaam van wijlen zijn broer Franciscus

           Driessen en cessie van zijn andere broer Wilhelmus en zusters Maria en Agnes (x van Kessel) als mede erf-

           genamen van wijlen Andries Palmers, kopie Nijmegen 1 december 1712.

 

≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


IVa   Jacobus Albertus Driessen Opheijden

           geb. ??? - handelaar 1688 te Nijmegen [5] - lid nr. 257 van broederschap van broeders en zusters gesticht 1691 Nijmegen -

           erft 1707 geld en goederen van Palmers/Driessen - † voor 27-5-1717 -

          ondertr. Nijmegen (NH) 21 mei 1693 met afkondigingen in Arnhem als "Jacobus Albertus Driessen Opheijden" -

           met Gerarda Everharda van Steenler - tr. Ubbergen 6 juni 1693 - geb. ??? -  lid nr. 162 van broederschap van broeders en

           zusters gesticht 1691 Nijmegen - † Nijmegen 21 mrt. 1701 - dr. van Cornelis van Steenler - beide rechten doctor en raadsheer hof van

           Gelderland te Arnhem - en Geertruijdt Zoer -

           hij 2e ondertr. Nijmegen (NH) 15 mei 1707 en tr. Kaldenkirchen (D) (NH) 13 juni 1707 met Margaretha Clara Weissenburg -

           geb. Aken (D) 9 apr. 1678 - † na 26-4-1718 [41] - dr. van Peter Weissenburg en Anna Klara Müsterus ook Munsterens


voetnoten:

[-] Zoeklicht zonder grenzen Nijmegen 1990 - Jacobus is neef van pastoor Petrus Canisius Verhoeven (overl. 5-3-1692)

         die zn. is van Steven Verhoeven en Margaretha van Amstel. Margaretha is dr. van Herman van Amstel en Fenneke

         Kanis (zie eerdere generatie).

[-] Lenen van Gelre - kamer Nijmegen 28-12-1692 - waarin Jacob Driessen Opheyden als erfgenaem sijns vaders

         Hermen Driessen Opheyden, werd beleend met 3 morgen land.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief nr. V738 - foto nr. DOP738-1/8 - huwelijksvoorwaarden

        12 mei 1693 tussen Jacobus en Gerharda waarin hij inbrengt alle goederen die hem nu en toekomstig zullen

         toekomen van zijn ouders en vrienden alsmede zijn aangebrachte "factorie" [factorie = handelskantoor, meestal in

         het buitenland] en zij inbrengt haar erfdeel in het "olde Erft ende Bouwhoff" aldaar, aan haar vererft van haar zaliger

         moeder, deszelfs zuster, van haar grootvader en grootmoeder van Ratingen, ook "int ander Erft ofte Hoffstede

         aldaar gelegen staende houwelijck van haer olderen van doctor Steenhouwer ende doctor Lidt aengekocht, alsmede

         int aengekochte Erft Hovestein, item inde Hoftstede onder Eertbeeck inden ampte van Brummen, alsvooren van

         grootvader ende grootmoeder van Ratingen aengeerft, ende inder resterende Capitalen ende Landerijen onder

         Rheden van Capitain Coutes, hergekomen van juffrouw Valckenburgh saliger neffens de andere Erftgenaemen aen-

         geerft ende nogh voorhanden sijnde" - "ten tweden Overbetuwe haer moederlijck kijntsgedeelte inde Hoftstede tot

         Rheet inden groten Camp tot Elden ende inde bij leggende weijde opt groote Griet, alsmede int Capitaal van duijsent

         guldens gevestight in Ceupen Landt aende Clapstraat, mette Heer Hellendoorn gemeijn"

         Tevens haar kindsgedeelte in de vordering van 20.100 guldens met onbetaalde rente sinds 1670 ten laste van de

         Heeren en Vrouwe van Meijnertswijck. Ook haar kindsgedeelte in "den thiendt tot Harvelt ende uijtter weerdt tot

         Driel". "ten derden in nederbetuwe haer kijntgedeelte in de Valcken burghse uijtterweerden ende Bomgaert tot

         Heusden voor thienduijsent guld: aengedeijlt door ende vande andere Erftgenaemen Valckenburghs"

         "ten vierden omtrent Doesburgh haer kijndtsgedeelte int Erft oft Hoftstede tot Angeler, ende inde weijden genaemt

         Zoeren veltslach, leenroerigh respective aenden Huijsen Dieren ende Engelenborgh"

         Ook in een vordering van 12135 guldens gevestigd "inden Meerbrincker, Middelclooster, Punderincksen, ende

         Veltthiendt tot Steenderen toegehoort hebbende sijn Hooch Graef Ec(xellen)tie van Bronckhorst met de andere ses

         erftgenaemen Valckenburgh" Ook een vordering van 4000 guldens op de "Hooghluijrschen thient" met Heer

         Hellendoorn en juffrouw Creijvanger wede Temmingh. Insgelijks 3300 guldens tot laste van "Prince van Nassou tot

         ter Burgh" Ook een vordering van 8000 guldens in het land van Kleef, gevestigd in "den Mijlendoncksche Pleij met

         consent van den Cheurfurst, ende opgedragen door Michiel Wijnants, met de andere ses Erftgenaemen Valckenborgh

         gemeijn, ende daarvoor alrede immissie inde twedarde parten van de Mijlendoncksche Pleij geschiet is".

         Hierna gebruikelijke formuleringen. Handtekeningen: Jacobus Driessen opheijden, Will. Reindere, Gerrarda Everarda

         van Steenler, Corn: van Steenleren en H: Herbertszn.

[-] Nijmeegse schepenprotocollen, M.P.M. Daniels verschenen in zoeklicht kwartier van Nijmegen en zoeklicht zonder

         grenzen - folio 55 - 7 juni 1694 Johan Palmers verkoopt aan Jacob Driessen op Heyden x Gerarda Everarda van

         Steenler diverse landerijen als door hem comparant ge-erfd van zijn oudoom Derrick Driessen tegen een lijfrente. 

[-] register leen akten boeken vorstendom Gelre en graafschap Zutphen - kwartier Zutphen - het goed ten Lansinck in

         kerspel Hengel - op 6 juli 1696 werd Jacob Driessen Opheyden beleend met dat goed komende van Richarda

         Lutgerdis Tilemans. Die daarmee was beleend op 13 juli 1693 als oudste zuster en leenvolger van haar broer

         Nicasius Henricus Tilman, door hulder Jacob Boom, kinderen van Bernhart Tilman. Op 28 mei 1717 werd Gerard

         Driessen Opheyden ermee beleend voor 3/8 deel, erfgenaam van zijn vader Jacob. Op 16 aug. 1722 dispositie door

         Gerhardus Driessen Opheyden opgericht met zijn vrouw Maria Clara van Rijsingen. Op 9 sept. 1722 magescheid

         door Lutgardis Driessen Opheyden en Gerbranda Barbara Weissenburg, dochter van Agnes Maria Driessen

         Opheyden tussen kinderen en erfgenamen van Jacob Driessen Opheyden, haar vader, ieder voor een derde deel.

         Hulder daarvan was Pieter Weissenburg ook op 9 sept. 1722. Gerbrand Barbara Weissenburg draagt op 7 maart

         1732 de helft van deze 3/8 deel aan Derk Ignatius Martini die ermee werd beleend en de andere helft voor zichzelf.

         Idem op 23 okt. 1732. Op 17 aug. 1756 werd Gerrit Frans Martini beleend met 3/8 deel van deze leen, als erfgenaam

         van zijn broer Derk Ignatius Martini.

[-] boek "Stichtsche, Gaasdbeeksche en Overijsselsche leenen, gelegen in Gelderland" - kwartier Nijmegen - deel 5. Ewijk - Jacobus Driessen

         Opheyden werd op 22 aug. 1704 door opdracht van jonker Nicolaas van Gent beleend met de grote en kleine d'Alinge tienden in kerspel

         Ewijk. Op 27 mei 1717 werd Gerard Driessen Opheyden ermee beleend, na dode van zijn vader Jacobus Driessen Opheyden.

[- sub a]) ORA Nijmegen - stadsgerichten Nijmegen 1410-1811 – rubriek: 2.3.2.3 bijlagen bij het protocol schepengericht - 1141-1793 -

        inventarisnummer 1329 – 1707 appèl [protest door Jacobus DoH] op Aken – erfhuis geschil tussen Ian Palmers, Benjamin Palmers,

        Metjen Maessen [als weduwe van Claes Wolters] en Anna Heijkoop [als weduwe van Gabriel Palmers] als naaste neven en nichten

        van Andries Palmers wegens zijn vader Floris Palmers en Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus

        Driessen op Heijden, Fransciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden voor 5/10 deel als naaste neven nichten van

        Andries Palmers wegens zijn moeder Elisabeth Driessen aan de ene zijde, tegen Jacobus Driessen op Heijden testamentair universeel

        erfgenaam van Ian Palmers.

        - Elisabeth Palmers [dochter van Andries Palmers en Christina Borne] trouwde Gerard Voets en uit hun Andries Voets, die overleed

          zonder wettige erfgenamen. De erfenis van Gerard Voets en Elisabeth Palmers werd op 11 aug. 1680 in vertrouwen toegedaan aan

          Andries Palmers, omdat hun kind Andries Voets nog onmondig was.

       - volgens "fidei commissaire dispositie" d.d. 11 augustus 1680 had Andries Palmers 16.000 guldens nagelaten aan [zijn zoon] Jan

          Palmers en [onmondig kleinzoon] Andries Voets. [hieruit maak je op dat Elisabeth Palmers en Andries Palmers al waren overleden.

       - op 25 sept. 1687 was er een magescheid voor schepenen Nijmegen ten gevolge van uitspraak 24 sept. 1686.

       - Jan Palmers [zoon van Andries Palmers en Christina Borne] overleed zonder wettige erfgenamen en had op 27 dec. 1700 Jacobus

           Driessen op Heijden benoemd tot testamentair en universeel erfgenaam zijnde zijn neef.

       - Johan Palmers had eerder ge-erfd van Maria Bonen weduwe van Jan Driessen 1) meubelen 2) som van 1291 guldens en 3) een obligatie

            van 700 guldens ten laste van Gerard Grootsman.

       - Johan Palmers erfde ook van zijn oud-oom Derrick Driessen.

       - volgens uitspraak 16 febr. 1707 schepengericht van Nijmegen moet Jacobus Driessen op Heijden de helft van de erfenis uitkeren aan

           erfgenamen van vadersijde [d.i. Ian Palmers, Benjamin Palmers, Metjen Maessen en Anna Heijkoop] en 5/10 deel van de andere helft

           aan de erfgenamen van moederzijde [d.i. Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus Driessen op Heijden, Fran-

           ciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden] inclusief renten die Jacobus had genoten sinds [1702] overlijden van Jan Palmers.

[- sub b] In 1712 maakt Jacobus DoH een staat en komt hem toe: 1) obligatie van 800 ducatons d.d. 19-7-1693 t.w.v. f 2520 - 2) rente 4% op

           "het bosch van Jan Palmers" sinds 19 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 totaal f 1027.12 - 3) kapitaal obligatie 8/18 sept. 1690 t.w.v. f 3000 met

           rente 18 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 f 1376.50 en 4) nog een ander bedrag van f 25 – totaal komt hem toe f 7948.17. Ook heeft Jacobus

           DoH f 2147-15-7 uitbetaalt aan Ignatius DoH zijnde zijn aandeel op de erfenis ex Andries Palmers.

[41] Valburg - protocol van bezwaar van het schoutambt Valburg 1654-1759 nr. 65 - "besaet" - "Jacobus Driessen opHeijden, desselfs

       suster Gerarda Catharina Driessen Opheijden weduwe van Wighman Martini en swager Wissenbergh getrout aen juffrou Lutgardis

       Driessen Opheijden doen op heden dato de klocke elf uren ten allen rechten besaet op alle sodane gerede goederen, actien,

       obligatien, pachten en vruchten en erediten, en bij insuffisance op alle sodane ongerede goederen als vrouwe Maria Cunera

       Driessen Opheijden in den ampte van Overbetuwe mette doot ontruijmt heeften. breder bij het gerichtelijck signaet van Elst, quo

        relatio, registen den 11. april 1710. de klocke 12. uren.

        [in marge:] M. C. Weissenberg weduwe van Jacob Driessen bekent van dit besaet te renuntieren. reg: 26. april 1718 

[-] bron? - Elst 23 juli 1712 - echtpaar lenen 8000 guldens van Teunis Hendrix en Neeltje Peters tegen 5% met onderpand

         12 morgen land in Zetten (Betuwe). Dat 12 morgen bouwland genaamd den Hoornkamp werd op 3-12-1728 voor

         8400 guldens verkocht aan Derk van Baal en Helena de Leeuw, echtelieden in Zetten.

[30] BHIC Den Bosch 305 - fam. van de Mortel-de la Court nr. 748 - 1712 akte van akkoord tussen Jacob Driessen

         op Heijden, als universeel erfgenaam van wijlen Jean Palmers vanwege 2 kapitalen en renten, vanwege zijn

         oom Peter Driessen, en anderzijds Ignatius Driessen op Heijden als erfgenaam van wijlen zijn broer Franciscus

         Driessen en cessie van zijn andere broer Wilhelmus en zusters Maria en Agnes (x van Kessel) als mede erf-

         genamen van wijlen Andries Palmers, kopie Nijmegen 1 december 1712.

[42] Valburg - protocol van bezwaar van het schoutambt Valburg 1654-1759 - "besaet" - "de heer overste Philip de Rouilje wort op heden

        door Jacob Driessen Opheijden pro se et qq: besaet gedaen, als breder bij 't gerichtelijck signaet van Elst, quo relatio registen den

        23. febr: 1713. [in marge eronder:] Margareta Clara Weissenburgh weduwe Driessen bekent op den 29 feb: 1718 van dit besaet te

        renuntieren sign: den 8. mert 1718.

[44] Valburg - protocol van bezwaar van het schoutambt Valburg 1654-1759 - "besaet" - "de heer Petit getrout aen Octava de Rouilje,

        Charlotte de Rouilje, Philip de Rouilje en de heer capiteijn de Rouilje samentlijcke kinderen en erfgenamen van de heere overste

        Philip de Rouilje worden op heden dato door Jacob Driessen Opheijden cum suis besaet gedaen, als breder bij het gerichtelijck

        signaet van Elst, quo realtio, registen: den 2. augustus 1715".   

 [-] boek "Stichtsche, Gaasdbeeksche en Overijsselsche leenen, gelegen in Gelderland" - kwartier Nijmegen - deel

         5. Ewijk - Gerard Driessen Opheyden werd op 27 mei 1717 beleend met de grote en kleine d'Alinge tienden in

         kerspel Ewijk, na dode van Jacobus Driessen Opheyden zijn vader. 

[15] protocol Valburg III 303 folio 77v - Margarita Clara Wissenburg, weduwe van Jacob Driessen Opheyden, ook namens

         Peter Wissenburg en zijn weduwe Agnes Driessen Opheyden, volgens testament van 6-2-1714, verkoopt op 5-2-1729

         aan Geurt Otten en Aaltje van den Bergh 1½ morgen land in Slijk-Ewijk voor 250 guldens.

[-] boek "Stichtsche, Gaasbeeksche en Overijsselsche lenen, gelegen in Gelderland" - kwartier Nijmegen - deel

         6. Bennekom - Harsseloose tienden tot Hem gelegen in kerspel Bennekom - opdracht op 9 mei 1640 door jonker

         Hendrik van Ek tot Medler aan Goosen van Steenier. Op 6 aug. 1674 aan mr. Cornelis van Steenier. Op 26 okt. 1699

         aan Renier van Steenler, na overlijden van zijn vader mr. Cornelis van Steenier. OP 5 mrt. 1710 aan dr. Gosuin van

         Steenier na overlijden van zijn broer Renier van Stenier. Registratie op 28 aug. 1715 door Jacob Driessen Opheyden.

         Op 14 nov. 1717 aan Willem van Steenier als erfgenaam van zijn broer dr. Gosuin van Steenier. Later opgedragen

         door dr. Willem van Steenier aan Johan Carel van Ek de jonge. 

[-] ORA Nijmegen inv. nr. 2648 fol. 24v - beslaglegging op 7-3-1732 door Catarina van Zeller op alle goederen van Louis

         Driessen van Opheyden tot Cleve, als erfgenaam voor ⅓ deel van wijlen zijn vader Jacob Driessen Opheyden,

         en op alle goederen van Jacobus Driessen Opheyden onmondige zoon van Gerard Driessen Opheyden, als erfgenaam

         voor ⅓ deel van zijn grootvader Jacob Driessen Opheyden. Om hierop te verhalen 2 kapitalen van 500 en 2000

         guldens en rente tegen 5%, die Jacob Driessen op Heijden en Margaretha Clara Weisseburg in leven echtelieden op

         29-2-1708 hadden geleend.

[-] Berigt en nodige defensie, die edele mogende Heeren staeten des Furstendoms Gelre en Graeschap Zutphen [Nijmegen 1735] met als

        transcriptie nr. 72: de juffrouwen Johanna en Adelheyt Singendonck doen 15-3-1732 t'allen Regten Besat [= in beslag neming] op alle

         sodaene gerede en ongerede Goederen, Actien en Credieten op juffrouw Weyssenburgh, weduwe van Jacob Driessen op Heyden en

         haar zoon Cornelis Driessen op Heyden. In transcriptie nr. 73 van 3-4-1733 wordt die Cornelis als "haer soon" genoemd.    


Uit 1e huwelijk:


1.    NN (mogelijk Gerarda) Driessen Opheyden


2.    Gerardus Franciscus Driessen Opheyden  -  volgt Va


3.    Hermannus Wilhelmus Driessen Opheyden - ged. Nijmegen 18 juli 1692 (RK Jesuiten) (get. Henricus Pels voor

        Nicasius Henricus Tilmans en Maria Cunera Driessen opHeijden genaamd van den Bergh)


4.    Bartholomeus Antonius Driessen Opheyden - geb. Nijmegen 26 juli 1694 (14.00 uur) - ged. Nijmegen 27 juli 1694

        (RK Jesuiten) (get. Gosuinus van Steenlere voor Cornelius Driessen en Lutgardis Driessen voor Riccardis Elisabeth

        Tilmans) 


5.    Hermannus Henricus Driessen Opheyden - geb. Nijmegen 24 mei 1696 (05.30 uur) - ged. Nijmegen 24 mei 1696

        (RK Jesuiten) (get. Jacobus van Munster en Agnes Driessens voor Arnolda Mealiaert genaamd van Steenler)


6.    Cornelius Ignatius Driessen Opheyden - geb. Nijmegen 19 aug. 1697 - ged. Nijmegen 20 aug. 1697 (RK Jesuiten)

        (get. Gosuinis van Steenlere en Lutgardis Driessen op Heyden voor Maria Cunera Driessen op Heijden genaamd

        van den Bergh) - begr. Nijmegen 9 okt. 1764 (st. Stevenskerk - 3x geluid) - grafstede nr. 148 (register 528) [die

        zijn vader Jacob was aangekomen als testamentair erfgenaam van Jean Palmers te Nijmegen] 


voetnoten:

[16] ORA Nijmegen inv. nr. 2648 fol. 26r - beslaglegging op 31-3-1732 door juffr. de weduwe Isaac Bock en haar

         zoon op goederen van Cornelis Driessen Opheyden als erfgenaam van wijlen zijn broer de kanunnik Louis

         Driessen Opheyden.

[-] ORA Overbetuwe inv. 193 en 304 - protocol Valburg fol. 180 - waarin op 20-7-1733 Cornelis Driessen

         Opheyden voor zichzelf en als testamentair erfgenaam van wijlen zijn broer kanunnik Ludovicus Driessen

         Opheyden, en Laurens Poe(in?) gevolmachtigde van Willem van Rijsingen als voogd van Jacobus Driessen

         Opheyden zoon van wijlen Gerardt Driessen Opheyden en Maria Claera van Rijsingen, volgens volmacht

         voor schepenen van Nijmegen d.d. 4-3-1729 een stuk bouwland verkopen voor 293 gulden, groot 1¼

         morgen onder Herveld palende "ut jucta literos" aan juffr. Johanna Eijlbrecht weduwe van de predikant

         Jacob Bernard van Altenae.

[-] boek "Stichtsche, Gaasdbeeksche en Overijsselsche leenen, gelegen in Gelderland" - kwartier Nijmegen - deel

         5. Ewijk - Gerard Ignatius Driessen Opheyden, als naaste mansoir [= mannelijk nakomeling] van Cornelis

         Driessen Opheyden, met versuym bij gemelte Cornelis Opheyden vermits 't over dertig jaren uitblijven en

         vermissen van Jacob Driessen Opheyden, begaan, 18 april 1765 beleend met de grote en kleine d'Alinge

         tienden in kerspel Ewijk. 

[-] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief nr. V738 - foto DOP738-27/30 - Valburg 21

         dec. 1765 verzoek van Gerard Ignatius Driessen op Heijden, secretaris der stad en hoofdgerecht Echt,

         "als neeven naaste mansoir" [mansoir = mannelijke nakomeling] van Cornelis Driessen op Heijden,

         die in leven geweest is eigen oom en leenopvolger van Jacobus Driessen op Heijden,

         als eigenaar van "sekere grote en smal thienden in kerspel Slijck-Ewijck ambt van Overbetuwe,

         die 30 jaar absent is en nu voor overleden gehouden moet worden".

         Hij wordt verzocht om naar Valburg te gaan om betalingen te ontvangen.


7.    Ludovicus (Louis) Hermannus Driessen Opheyden - geb. Nijmegen 19 okt. 1699 - ged. Nijmegen 24 okt. 1699

        (RK Jesuiten) (get. Gosuinis van Steenlere voor Wilhelmus van Steenlere en Maria Cunera Driessen op Heijden

        weduwe Henricus) - † voor 31-3-1732 ws. Kleef (D) [16] - kanunnik te Kleef (D)


8.    Adrianus Driessen Opheyden - geb. ? (minderjarig 1723) - † voor 1732


Uit 2e huwelijk:

 

9.    Cornelis Driessen op Heyden? - geb. 1708/1709 Kaldenkirchen?

 

voetnoot:

[-] Berigt en nodige defensie, die edele mogende Heeren staeten des Furstendoms Gelre en Graeschap Zutphen [Nijmegen 1735] met als

         transcriptie nr. 72: de juffrouwen Johanna en Adelheyt Singendonck doen 15-3-1732 t'allen Regten Besat [= in beslag neming] op alle

         sodaene gerede en ongerede Goederen, Actien en Credieten op juffrouw Weyssenburgh, weduwe van Jacob Driessen op Heyden en

         haar zoon Cornelis Driessen op Heyden. In transcriptie nr. 73 van 3-4-1733 wordt die Cornelis opnieuw als "haer soon" genoemd.


≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


IVb   Wilhelmus Driessen op Heide

          geb. ??? -  ingeschreven 22 mei 1699 als student universiteit van Keulen (D) - vermeld 1721 [21] -

          woont op de Grootlijnden bij Cuijck - † Groot-Linden 7 mrt. 1748 -

          ondertr. Nijmegen 5 apr. 1705 (NG) - tr. Ubbergen 7 jan. 1706 (getuige: Joh. Veltcamp)

          met Anna Barbara Lamsdorf jonge dochter van Nijmegen - geb. ??? - † tussen 29-8-1719 en 24-12-1720 - dr. van ???


voetnoten:

[-] ORA Nijmegen - inv. nr. 1900 fol. 142 - op 16 jan. 1704 stelt Willem Driessen samen met Metje Masen weduwe Claes Wolters al zijn goederen

        borg in het in 1703 aangevangen proces dat zij voeren samen met Jan Palmerts, Benjamin Palmers, Anna Heycoop weduwe Gabriel Palmerts,

        en Ignatius, Maria, Franciscus en Agnes Driessen op Heijden, tegen Jacob Driessen op Heijden.

[- sub a]) ORA Nijmegen - stadsgerichten Nijmegen 1410-1811 – rubriek: 2.3.2.3 bijlagen bij het protocol schepengericht - 1141-1793 -

        inventarisnummer 1329 – 1707 appèl [protest door Jacobus DoH] op Aken – erfhuis geschil tussen Ian Palmers, Benjamin Palmers,

        Metjen Maessen [als weduwe van Claes Wolters] en Anna Heijkoop [als weduwe van Gabriel Palmers] als naaste neven en nichten

        van Andries Palmers wegens zijn vader Floris Palmers en Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus

        Driessen op Heijden, Fransciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden voor 5/10 deel als naaste neven nichten van

        Andries Palmers wegens zijn moeder Elisabeth Driessen aan de ene zijde, tegen Jacobus Driessen op Heijden testamentair universeel

        erfgenaam van Ian Palmers.

        - Elisabeth Palmers [dochter van Andries Palmers en Christina Borne] trouwde Gerard Voets en uit hun Andries Voets, die overleed

          zonder wettige erfgenamen. De erfenis van Gerard Voets en Elisabeth Palmers werd op 11 aug. 1680 in vertrouwen toegedaan aan

          Andries Palmers, omdat hun kind Andries Voets nog onmondig was.

       - volgens "fidei commissaire dispositie" d.d. 11 augustus 1680 had Andries Palmers 16.000 guldens nagelaten aan [zijn zoon] Jan

          Palmers en [onmondig kleinzoon] Andries Voets. [hieruit maak je op dat Elisabeth Palmers en Andries Palmers al waren overleden.

       - op 25 sept. 1687 was er een magescheid voor schepenen Nijmegen ten gevolge van uitspraak 24 sept. 1686.

       - Jan Palmers [zoon van Andries Palmers en Christina Borne] overleed zonder wettige erfgenamen en had op 27 dec. 1700 Jacobus

           Driessen op Heijden benoemd tot testamentair en universeel erfgenaam zijnde zijn neef.

       - Johan Palmers had eerder ge-erfd van Maria Bonen weduwe van Jan Driessen 1) meubelen 2) som van 1291 guldens en 3) een obligatie

           van 700 guldens ten laste van Gerard Grootsman.

       - Johan Palmers erfde ook van zijn oud-oom Derrick Driessen.

       - volgens uitspraak 16 febr. 1707 schepengericht van Nijmegen moet Jacobus Driessen op Heijden de helft van de erfenis uitkeren aan

          erfgenamen van vadersijde [d.i. Ian Palmers, Benjamin Palmers, Metjen Maessen en Anna Heijkoop] en 5/10 deel van de andere helft

          aan de erfgenamen van moederzijde [d.i. Ignatius Driessen op Heijden, Maria Driessen op Heijden, Wilhelmus Driessen op Heijden, Fran-

          ciscus Driessen op Heijden en Agnes Driessen op Heijden] inclusief renten die Jacobus had genoten sinds [1702] overlijden van Jan Palmers.

[- sub b] In 1712 maakt Jacobus DoH een staat en komt hem toe: 1) obligatie van 800 ducatons d.d. 19-7-1693 t.w.v. f 2520 - 2) rente 4% op

         "het bosch van Jan Palmers" sinds 19 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 totaal f 1027.12 - 3) kapitaal obligatie 8/18 sept. 1690 t.w.v. f 3000 met

         rente 18 sept. 1702 tot 1 dec. 1712 f 1376.50 en 4) nog een ander bedrag van f 25 – totaal komt hem toe f 7948.17. Ook heeft Jacobus

         DoH f 2147-15-7 uitbetaalt aan Ignatius DoH zijnde zijn aandeel op de erfenis ex Andries Palmers.

[-] Ewijk RvN 0190-171-040 - op 24 december 1720 erkent Wilhelmus Driessen op Heyden voor zichzelf en voor zijn onmondige kinderen 1200

         carolus gulden te hebben ontvangen volgens verkoopakte van 29 aug. 1719 opgemaakt samen met zijn vrouw Anna Barbara Lamsdorff

         die nu inmiddels is overleden, van Hendrick van Beusekom en Hendrina de Haardt echtelieden en aan hun te hebben getransporteert. 

[21] RHCL Maastricht - toegangsnr. 14.A002A - archieftitel: bisschoppen van Roermond 1559-1801 - inventaris 2.3.1.1.5

         portefeuille 56 nr. 8A - foto DOP14-1/10 - Xanten (D) 10 aug. 1721 voor notaris Theod. Storp, waarin Ignatius

         Driessen Opheijden zijn bezit in Kleefse en Gelderse vermaakt aan "noch lebenden bruderen undt schwesteren,

         benentlich Wilhelmo et Agneti Driessens op Heijden, item nepotibus meis Gerhardo Driessens, meines in Gott

         verstorbenen bruders Gerhardi sohn, undt Petro Josepho de Winckel, meiner in Gott ruhenden schwester Annae

         Petronella sohn" maar ook legaten aan de kerk, noemt later ook "mein liebe schwester Maria Driessens op Heijden".

         Benoemt de rentmeester Johan Reiner Stepraht van Nijmegen tot executeur en als er strijd mog zijn om zijn

         na-latenschap dan gaat alles naar de kerk, door 7 getuigen getekend: Ludovicus van Cleve, Franciscus Casparus

         Pontinus plebaan van Xanten (D), Joannes Schilkens vicarius, Werner Grondt pastoor en vicarius, Gerardus Loiff

         vicarius, Bernardus Horst vicarius en rector van Xanten (D) en Fridericus Horst vicarius.


Uit dit huwelijk:

 

1)    Hendrina Driessens op Heyde - geb. Groot Linden [vlgs. trouw akte] ca. 1707 -

        zij was doopgetuige 1726 Groot Linden bij kind van Peter Derrix en Idjen Gerritz - vermeld 1748 [24] -

        zij hadden landerijen te Linden 25-3-1752 [28] -  † ws. Groot Linden/Cuyk na 26-8-1767 -

        tr. Groot Linden 8 mei 1740 (protestants door ds. N. Buys, getuigen Theunis Broeren en Agnes Thoonen)

        met Jan Broeren - geb. Groot Linden [vlgs. trouw akte] - † Cuyk??? - zn. van ???

        hieruit: 

       1) Anna Barbara - ged. Groot Linden 23 okt. 1741 (RK) (get. dominus Wilhelmus Driessens op Heijden en

             domicella Maria Drissens op Heijden, in de plaats daarvan waren getuigen Wilhelmus Kuijpers koster en

             Maria Driessens van den Heuvel)

        2) Antonetta - ged. Groot Linden 9 juni 1743 (RK) (get. Anthonius Broeren per volmacht aan Wilhelmus Kuijpers

             en Anthonia Derickx) 

        3) Petrus - ged. Groot Linden 24 mei 1745 (RK) (get. Ignatius Drissens op Heijden en Wilhelmina Visschers

             per volmacht aan Wilhelmus Kuijpers en Anthonia Derickx)

        4) Maria - ged. Groot Linden 5 dec. 1746 (RK) (get. Petrus Driessens en Joanna Broeren per volmacht aan

             Wilhelmus Kuijpers en Anthonia Derickx)

        5) Jacoba - ged. Groot Linden 28 dec. 1747 (RK) (get. Jacobus Broeren per volmacht aan W: Kuijpers en

             Mechtildis Derickx) 

        6) Wilhelmus - ged. Groot Linden 29 juli 1750 (RK) (get. Petrus Driessens op Heijde en Segera Jans per vol-

             macht aan Theodorus van Roij koster en Catharina Jans)

        7) Theodoricus - ged. Groot Linden 11 mrt. 1752 (RK) (get. Theodoricus Broeren en Joanna Broeren, in de

             plaats daarvan waren getuigen Theodorus van Roij koster en Huberta Willems) 

 

voetnoten:

[24] Maasgouw (1898) p. 25-27 - opgemaakt op het huis Colck onder Broekhuizenvorst 10 jan. 1748 en bekrachtigd door

         schepenen 15 jan. 1748 waarin zij disponeert dat haar roerende en onroerende goederen worden verdeeld in 5 delen

         tussen: Hendrina van Kessel, Lucretia van Kessel tegenwoordige huisvrouw van haar neef Petrus Hendricus de Winckel

         (zoon van P.J. de Winckel en Maria Barbara de Haen), Ignatius van Kessel, kinderen van de Winckel/van Kessel en

         Maria Agnes de Winckel (zuster van Petrus Hendrikus de Winckel). Tevens legateert zij dat haar broer Wilhelmus

         Driessens op Heyden levenslang zal mogen wonen op Groodt Linden en jaarlijks 150 guldens zal ontvangen.

         Aan de kinderen van Hendrina Driessens op Heyde, dochter van haar broer Wilhelmus Driessens op Heyde,

         eenmalig de som van 50 guldens. Ook legateert zij 50 guldens aan Joannes Hoffman, jager van haar neef de Winckel

         (Petrus Hendrikus de Winckel) "ter oorsaecke van de diensten die hy my gedaen heeft". Zij geeft nog aan dat als haar

         broer bezwaren mocht hebben, dan zal hij die jaarlijkse 150 gulden niet ontvangen want zoals ze schrijft "mynen broeder,

         ende syne kinderen hebben in myn leven genoeg gehadt hetwelck my groote quellinge genoegh is geweest te meer dat

         de selve sigh noydt naer myn genoegen en hebben willen schicken". Tot executeur van haar uiterste wil is benoemd

         haar neef Petrus Hendricus de Winckel.

[39] Valburg - protocol van bezwaar van schoutambt Valburg 1654-1759 deel 1 - kopie folio 292 e.v. - op 27 mei 1750 compareert Henrick Reijnen

        als gevolmachtigde van Petrus en Ignatius Driesen op Heijden alsmede Jan Broeren gehuwd met Hendrina Driessens op Heijden die recht hebben

         van de erfgenamen van wijlen Maria Driessens op Heijden. De 1e volmacht uit Haarlem d.d. 2 sept. 1749, de 2e uit Echt d.d. 28 juli 1749 en de 3e

         uit Cuyck d.d. 21 jan. 1750. De comparant heeft namens gevolmachtigden voor f 320 verkocht aan Fredrick Claesen en Christina Hendrixs echte-

         lieden een perceel bouwland groot 5 morgen genaamd "Verkens neker" gelegen in kerspel Oosterholt "kort bij den Eijnd-dijck".  

[40] Valburg - protocol van bezwaar van schoutambt Valburg 1654-1759 deel 2 - kopie folio 1 e.v. - op 28 juli 1750 compareert Henrick Reijnen als ge-

        volmachtigde van Petrus en Ignatius Driesen op Heijden alsmede Jan Broeren gehuwd met Hendrina Driessens op Heijden die recht hebben van

         van de erfgenamen van wijlen Maria Driessens op Heijden. De 1e volmacht uit Haarlem d.d. 2 sept. 1749, de 2e uit Echt d.d. 28 juli 1749 en de 3e

         uit Cuyck d.d. 21 jan. 1750 die tesamen voor de helft eigenaren zijn van een perceel. Comparant vertegenwoordigt ook Maria Agnes de Wickel met

         Petrus Hendricus de Winckel heer van Swolgen gehuwd met Lucretia van Kessel conform volmacht van resp. Venlo d.d. 13 mei 1750 en Roermond

         d.d. 30 juni 1750 die eigenaren zijn van de andere helft. Comparant heeft namens alle gevolmachtigden voor f 2540 verkocht aan de brouwer

         Hermen Roelofs en Gerritje Arisen echtelieden, een huis en brouwerij genaamd "den Spicker" met berg, hof, 2 kleine boomgaarden met bijbehorende

         bouw- en weilanden groot 15 morgen gelegen in kerspel Slijk-Ewijk.

[28] BHIC schepenprotocol Cuijk (7040.440) Linden toegangsnr. 7040 inventaris nr. 440 - 25 maart 1752 - Jan Broeren en

         Hendrina Driessen op Heijde e.l. verkopen voor f 475 aan Jan Schamp en Maria Jans e.l. landerijen te Linden, namelijk

         1) een hooi of weikamp genaamd het Heemelrijk groot 1½ morgen, ten oosten van kleine Heemelrijk, ten westen van

         mw. de Haan, ten zuiden van juffer Braber, ten noorden van Jacobus de Haeg en

         2) een kamp in de Lindense mars genaamd de Rijsbossen groot 1½ morgen, ten oosten en zuiden juffer van den Broek,

         ten westen van de kleine Rijsbos en ten noorden de gemeene straat.

         Belast met een hypotheek van f 625 ten gunste van de kontrolleur Verhorst.

 

2.    Peter Driessen op Heijden - geb. Goch [D] ??? - woont 1749 in Haarlem.

 

voetnoten:

[39] Valburg - protocol van bezwaar van schoutambt Valburg 1654-1759 deel 1 - kopie folio 292 e.v. - op 27 mei 1750 compareert Henrick Reijnen

         als gevolmachtigde van Petrus en Ignatius Driesen op Heijden alsmede Jan Broeren gehuwd met Hendrina Driessens op Heijden die recht hebben

         van de erfgenamen van wijlen Maria Driessens op Heijden. De 1e volmacht uit Haarlem d.d. 2 sept. 1749, de 2e uit Echt d.d. 28 juli 1749 en de 3e

         uit Cuyck d.d. 21 jan. 1750. De comparant heeft namens gevolmachtigden voor f 320 verkocht aan Fredrick Claesen en Christina Hendrixs echte-

         lieden een perceel bouwland groot 5 morgen genaamd "Verkens neker" gelegen in kerspel Oosterholt "kort bij den Eijnd-dijck".  

[40] Valburg - protocol van bezwaar van schoutambt Valburg 1654-1759 deel 2 - kopie folio 1 e.v. - op 28 juli 1750 compareert Henrick Reijnen als ge-

         volmachtigde van Petrus en Ignatius Driesen op Heijden alsmede Jan Broeren gehuwd met Hendrina Driessens op Heijden die recht hebben van

         van de erfgenamen van wijlen Maria Driessens op Heijden. De 1e volmacht uit Haarlem d.d. 2 sept. 1749, de 2e uit Echt d.d. 28 juli 1749 en de 3e

         uit Cuyck d.d. 21 jan. 1750 die tesamen voor de helft eigenaren zijn van een perceel. Comparant vertegenwoordigt ook Maria Agnes de Wickel met

         Petrus Hendricus de Winckel heer van Swolgen gehuwd met Lucretia van Kessel conform volmacht van resp. Venlo d.d. 13 mei 1750 en Roermond

         d.d. 30 juni 1750 die eigenaren zijn van de andere helft. Comparant heeft namens alle gevolmachtigden voor f 2540 verkocht aan de brouwer

         Hermen Roelofs en Gerritje Arisen echtelieden, een huis en brouwerij genaamd "den Spicker" met berg, hof, 2 kleine boomgaarden met bijbehorende

         bouw- en weilanden groot 15 morgen gelegen in kerspel Slijk-Ewijk. 

 

3.    Ignatius Driessen op Heijden  -  volgt Vb   


4.    Maria Elisabeth Drijssens op Heide - ged. Borken (D) 18 okt. 1713 (vader: Wilhelmus Drijssens op Heide, moeder: Anna Barbara Lamsdorp von den

        Vengen, getuigen: Maria Elisabet Lambsdorp en Gerhardus Ignatius Drijsens ob Heiden) 


≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


IVc   Gerard (Ignatius) Driessens op Heyde

          geb. ca. 1650? - licentiaat in beide rechten - hij was doopgetuige 5 dec. 1680 Roermond bij kind van Henricus Cox en

          Mechtildis van den Heijden als "clariss: d: lic: Gerardus Driessen" - griffier officiliaat 1685-1686 [37a] - priester 1689-1690 [37b] -

          † ca. 1690 [37b] - tr. na 17-10-1678 ws. Roermond met Aldegondis Brandijn - geb. Roermond 7 okt. 1654 [33] -

          zij erfde het Diestershof te Merum? - † ca. 1683/1684 - dr. van Cornelis Brandijn en Alitgen Paulus

 

voetnoten:

[33] Gothaisches genealogisches taschebuch der Adeligen hauser - teil B - 1933 - p. 131-132. 

[-] Er werd op 17 oktober 1678 dispensatie verleend door Reginaldus bisschop van Roermond, aan Joannes Gerards

         Brantz, pastoor en kanunnik van kathedraal Roermond, in verband met voorgenomen huwelijk tussen:

         rechtsgeleerde Gerardus Driessens en Aldegondis Brandijn. 

[-] Het paar Driessen-Brandijn lenen in 1682 met zijn schoonouders 300 rijksdaalders van de Ursulinnen te Roermond,

         met onderpand goederen te Merum. In april 1684 was er een scheiding van goederen, waarin Gerard Driessens

         optrad als voogd van zijn zoontje. Aanwijzing door [26] naar RHCL 14.D054 archief Ursulinnen Roermond - inv. nr. 3

         en Utrechts archief 34-4 archief notarissen- inv. nr. U097a004.

[37a] Inventaris officiliaat Roermond door dr. G.H.A. Venner - inv. 367 - stukken betreffende een proces voor het hof van

         Gelder tegen het kathedrale kapittel inzake het begraven van de echtgenote van G. Driessens, griffier van het

         officiliaat. 1685-1686 1 omslag.

[37b] Inventaris officiliaat Roermond door dr. G.H.A. Venner - p.18.


Uit dit huwelijk: 1 kind.


1.    Gerard Ignatius Driessen d'Opheyden  -  volgt Vc


≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


Va   Gerardus Franciscus Driessen van Opheijden

          ged. Nijmegen 25 aug. 1690 (RK Jesuiten) (get. Hermannus Driessens en Adriana Uwens) - † voor 3-7-1723 -

         ondertrouw voor schepenen Eindhoven 1 dec. 1714 (get. Jacob Driessen van Opheijden vader bruidegom, Adriaen van Rijsinge en

          Alegonda de Haes als vader en moeder van de bruid) -

         tr. Eindhoven 23 dec. 1714 (ambtshalve inschrijving Nijmegen 23 dec. 1714 Nederduits Gereformeerde gemeente) -

          met Maria Clara van Rijsingen - geb. ??? - jongedochter te Eindhoven - † voor 20 juli 1733 [18] ws. Nijmegen -

          dr. van Adriaen van Rijsinge - brouwer en koopman - en Alegondis de Haes


voetnoten:

[-] register leen akten boeken vorstendom Gelre en graafschap Zutphen - kwartier Zutphen - het goed ten Lansinck in

         kerspel Hengel - op 6 juli 1696 werd Jacob Driessen Opheyden beleend met dat goed komende van Richarda

         Lutgerdis Tilemans. Die daarmee was beleend op 13 juli 1693 als oudste zuster en leenvolger van haar broer

         Nicasius Henricus Tilman, door hulder Jacob Boom, kinderen van Bernhart Tilman. Op 28 mei 1717 werd Gerard

         Driessen Opheyden ermee beleend voor 3/8 deel, erfgenaam van zijn vader Jacob. Op 16 aug. 1722 dispositie door

        Gerhardus Driessen Opheyden opgericht met zijn vrouw Maria Clara van Rijsingen. Op 9 sept. 1722 magescheid

         door Lutgardis Driessen Opheyden en Gerbranda Barbara Weissenburg, dochter van Agnes Maria Driessen

         Opheyden tussen kinderen en erfgenamen van Jacob Driessen Opheyden, haar vader, ieder voor een derde deel.

         Hulder daarvan was Pieter Weissenburg ook op 9 sept. 1722. Gerbrand Barbara Weissenburg draagt op 7 maart

        1732 de helft van deze 3/8 deel aan Derk Ignatius Martini die ermee werd beleend en de andere helft voor zichzelf.

        Idem op 23 okt. 1732. Op 17 aug. 1756 werd Gerrit Frans Martini beleend met 3/8 deel van deze leen, als erfgenaam

        van zijn broer Derk Ignatius Martini.

[-] ondertrouw 1714 Eindhoven toegangsnummer 10225 inv. nr. 14.9 folio 62 en 63 en trouw idem inv. 14.13 folio 5.

[-] boek "Stichtsche, Gaasdbeeksche en Overijsselsche leenen, gelegen in Gelderland" - kwartier Nijmegen - deel 5. Ewijk - op 27 mei 1717

          werd Gerard Driessen Opheyden beleend met de grote en kleine d'Alinge tienden in kerspel Ewijk, na dode van zijn vader Jacobus

          Driessen Opheyden.

[-] bron? - werd op 28-5-1717 beleend met tienden "de Hoeweerden" onder Herveld.

[7] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief nr. V738 - [foto DOP738-12/14] Nijmegen 24 mei 1720 -

         akkoord tussen Peter Weissenbourg, juffrouw Lutgardi Driessen Opheijden en Theod. Ign. Martini "met haeren

         neeft" Gerardt Driessen Opheijden in bijweesen van Willem van Trijst, "herkoemende van haeren respective vaeder

         en grootvaeder Herman Driessen opheijden zal(iger)" dat "haeren neeft Gerard Driessen voorn. als leenheffer van

         den voorn. Hermen Driessen opheijden naegelaeten leenen" aan hr. Weissenbourg, juffrouw Lutgardi Driessen

         opheijden en de hr. Theod. Ign. Martini zal verkopen en afstaan in 3 parten: ten 1e - in ampt Overbetuwe in kerspel

         Driel waarde 700 guldens; en ten 2e - in den Saeijbredigen gelegen onder Bingeren omtrent Doesburg, afgedeeld

         met hr. Pabst waarde 500 guldens.

[-] boek "Stichtsche, Gaasdbeeksche en Overijsselsche leenen, gelegen in Gelderland" - kwartier Nijmegen - deel

         5. Ewijk - Jacob Driessen Opheyden, minderjarig, werd op 3 juli 1723 beleend met de grote en kleine d'Alinge

         tienden in kerspel Ewijk, na dode van Gerard Driessen Opheyden zijn vader. 

[18] ORA Overbetuwe inv. 193 en 304 - protocol Valburg fol. 180 - waarin op 20-7-1733 Cornelis Driessen

         Opheyden voor zichzelf en als testamentair erfgenaam van wijlen zijn broer kanunnik Ludovicus Driessen

         Opheyden, en Laurens Poe(in?) gevolmachtigde van Willem van Rijsingen als voogd van Jacobus Driessen

         Opheyden zoon van wijlen Gerardt Driessen Opheyden en Maria Claera van Rijsingen, volgens volmacht

         voor schepenen van Nijmegen d.d. 4-3-1729 een stuk bouwland verkopen voor 293 gulden, groot 1¼

         morgen onder Herveld palende "ut jucta literos" aan juffr. Johanna Eijlbrecht weduwe van de predikant

         Jacob Bernard van Altenae.

[22] RHCL Maastricht - toegangsnr. 14.A002A - archieftitel: bisschoppen van Roermond 1559-1801 - inventaris 2.3.1.1.5

         portefeuille 56 nr. 8A - foto DOP14-11/19 - Eindhoven 14 nov. 1727 volgens protocol van "Alderley actens der stadt

         Eijndhoven" verscheen en doet Maria van Rijsingen weduwe van Geraert Driesens op Heijden haar testament, zij laat

         alle goederen in Gelderland en elders na aan haar minderjarige zoontje Jacobus Driessens op Heijden. Aan haar

         broer Willem van Rijsingen 600 guldens. Aan Maria oudste dochter van zuster Elisabeth van Rijsingen stoffen en

         wollen klederen. Als haar zoontje komt te overlijden, dan zal haar broer Willem de zilveren servies ontvangen. Haar

         nicht Maria zal de "zilveren toilet en besten diamanten ringh" krijgen. De 2e dochter van haar zuster Elizabeth met

         naam Allegonda zal ontvangen "diamenten cruijs" en de 3e dochter met naam Johanna zal krijgen de "diamanten

         gespe gordel". Haar zoontje Jacobus is enig en universeel erfgenaam, en bij substitie haar broers en zusters met

        name: Willem van Rijsingen, Simon van Rijsingen, Elisabeth van Rijsingen huisvrouw van Gerart van de Renne en

        Johanna van Rijsinge weduwe van Gerart Schaets en gelijk mede 2 wettige kinderen van haar overleden zuster

        Chatrina van Rijsinge in huwelijk verwekt bij Johan Dirkinck. De momboiren en voogden over haar onmondige

        zoontje, Willem van Steenler haar man's oom wonende te Arnhem en Willem van Rijsinge haar broer wonende te

         Eindhoven die ook curator is. Uitgesloten zijn haar man 2 broers en neef de heer Theodorus Martinij vanwege de

         onenigheid die zij eerder hadden. 


Uit dit huwelijk:


1.    Hermannus Gerardus Driessen Opheyden - ged. Nijmegen 18 nov. 1715 (RK minderbroeders) (get. Jacobus Driessen

        op Heijden en Alegundis Rijsingen voor Joanna van Rijsingen weduwe Scats) - † voor 14-11-1727 [22] 


2.    Jacobus Gerardus Driessen Opheyden - ged. Nijmegen 23 mrt. 1717 (RK minderbroeders) (get. Ludovicus Driessen

        op Heijden voor Adrianus van Rijsingen en Margaretha Weijssenbergh weduwe van Jacobus Driessen op Heijden) -

        † vermist ca. 1734 (op een schip naar ws. Indie?)


voetnoten:

[-] boek "Stichtsche, Gaasdbeeksche en Overijsselsche leenen, gelegen in Gelderland" - kwartier Nijmegen - deel 5. Ewijk - op 3 juli 1723

          werd Jacob Driessen Opheyden minderjarig beleend met de grote en kleine d'Alinge tienden in kerspel Ewijk, na dode van zijn vader

          Gerard Driessen Opheyden. 

[-] Hof van Gelre landdagrecessen - waarbij op 25 apr. 1730 Willem van Rijsingen als voogd van Jacob Driessen

         Opheijden, opheffing fidei commisse en verkoop onroerend goede Betuwe.

[-] ORA Nijmegen inv. nr. 2648 fol. 24v - beslaglegging op 7-3-1732 door Catarina van Zeller op alle goederen van

         Louis Driessen van Opheyden tot Cleve, als erfgenaam voor ⅓ deel van wijlen zijn vader Jacob Driessen Opheyden,

         en op alle goederen van Jacobus Driessen Opheyden onmondige zoon van Gerard Driessen Opheyden,

         als erfgenaam voor ⅓ deel van zijn grootvader Jacob Driessen Opheyden. Om hierop te verhalen 2 kapitalen van

         500 en 2000 guldens en rente tegen 5%, die Jacob Driessen op Heijden en Margaretha Clara Weisseburg in leven

         echtelieden op 29-2-1708 hadden geleend.

[18] ORA Overbetuwe inv. 193 en 304 - protocol Valburg fol. 180 - waarin op 20-7-1733 Cornelis Driessen

         Opheyden voor zichzelf en als testamentair erfgenaam van wijlen zijn broer kanunnik Ludovicus Driessen

         Opheyden, en Laurens Poe(in?) gevolmachtigde van Willem van Rijsingen als voogd van Jacobus Driessen

         Opheyden zoon van wijlen Gerardt Driessen Opheyden en Maria Claera van Rijsingen, volgens volmacht

         voor schepenen van Nijmegen d.d. 4-3-1729 een stuk bouwland verkopen voor 293 gulden, groot 1¼

         morgen onder Herveld palende "ut jucta literos" aan juffr. Johanna Eijlbrecht weduwe van de predikant

         Jacob Bernard van Altenae.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief nr. V738 - foto DOP738-15/17 - Nijmegen 7 mei 1734

         verzoek van Gerard van der Rennen gehuwd met Elijsabet van Rijsingen "bloetmoije" van Jacobus Driessen op

         Heijde minderjarigen soon van Gerardus Driessen op Heijden en Maria Clara van Rijsingen. Bij testament van

         Maria Clara van Rijsingen weduwe van Gerardus Driessen op Heijden, werd zijn zwager Willem van Rijsingen

         aangesteld als voogd over de "onmundige" Jacobus Driessen op Heijden, maar dat hij "voor eenige

         dagen deser werelt was overleden" en verklaarde dat vader en grootvader van de onmondige, burgers waren

         van dezen stad en dat voor een groot gedeelte de zaken "onder opsigt van den raadsvriend Jan Swaan" zijn,

         en verzoekt dat den "voorn: onmundigen wederom met eenen momboir of voogd wierde voorsien".

         Gerard van der Rennen werd aangestelt tot voogd en "curateur" van de goederen.

[-] boek "Stichtsche, Gaasdbeeksche en Overijsselsche leenen, gelegen in Gelderland" - kwartier Nijmegen - deel 5. Ewijk - Gerard

         van der Rennen als gestelde voogd over de persoon en curateur over de goederen van Jacobus Opheyden. plegte van 3000

         gld. ten behoeve van d'heeren boekhouder en provisoiren van 't armenkinderhuys der stad Nijmegen d.d. 8 nov. 1734.

         Deze gelden kwamen uit de grote en kleine d'Alinge tienden in kerspel Ewijk.  

[-] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief nr. V738 - foto DOP738-18/26 - Slijck-Ewijck 15 juli

         1744 - procureur Jacobus Poelman als gevolmachtigde van Elisabeth van Rijsingen wed: en boedelhouder van

         wijlen Gerrard van der Renne, en die door Raad van stad Nijmegen d.d. 7 mei 1734 was aangesteld als voogd

         over de persoon en curateur over de goederen van Jacobus Driessen op Heijden wordt publiekelijk verkocht

         3 blokken "Coorngewasch oft den Thiend onder Slijck-Ewijck in den ampte van overbetuwe gelegen" en "den

         krijtenden Thiend aldaer over desen Jaeren 1744"

        1e "het Hoogh Brugse Block" werd koper Jan Jurriens voor 159 guldens.

        2e "t Hoogh Essense Block" werd koper Toon Gerretse voor 164 guldens.

        3e "Het Mejusse Block" werd koper Hendrick van Beem voor 81 guldens.

        Den krijtenden Thiend werd koper Hendrick Henes voor 12 guldens.

[-] boek "Stichtsche, Gaasdbeeksche en Overijsselsche leenen, gelegen in Gelderland" - kwartier Nijmegen - deel 5. Ewijk - Gerard

         Ignatius Driessen Opheyden, als naaste mansoir [= mannelijk nakomeling] van Cornelis Driessen Opheyden, met versuym bij

         gemelte Cornelis Opheyden vermits 't over dertig jaren uitblijven en vermissen van Jacob Driessen Opheyden, begaan, werd

         op 18 april 1765 beleend met de grote en kleine d'Alinge tienden in kerspel Ewijk. 

[-] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief nr. V738 - foto DOP738-27/30 - Valburg 21

         dec. 1765 verzoek van Gerard Ignatius Driessen op Heijden, secretaris der stad en hoofdgerecht Echt,

         "als neeven naaste mansoir" [mansoir = mannelijke nakomeling] van Cornelis Driessen op Heijden,

         die in leven geweest is eigen oom en leenopvolger van Jacobus Driessen op Heijden,

         als eigenaar van "sekere grote en smal thienden in kerspel Slijck-Ewijck ambt van Overbetuwe,

         die 30 jaar absent is en nu voor overleden gehouden moet worden".

         Hij wordt verzocht om naar Valburg te gaan om betalingen te ontvangen.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief nr. V738 - foto DOP738-36/37 - Nijmegen 17

         nov. 1770 - compareerde voor leenmannen van de leenkamer van Kleef en Huis Heumen, J. Vermehr tijdelijk 

         boekhouder van de arme kinderen weeshuis in Nijmegen namens de provisoren, te constitueren en machtig te

         maken Wouter van Klinkenberg wonende te Utrecht, die aldaar bekent dat baron van Balveren, heer tot Weurt,

         ambtman des ambt van tussen Maas en Waal, voldaan en betaalt te zijn 3000 guldens met rente volgens

        "plechtebrieff" van 8 november 1734 door voogd en curator over den persoon en goederen van Jacobus

         Driessen op Heijden.


3.    Gertrudis Maria Driessen Opheyden - ged. Nijmegen 17 nov. 1718 (RK minderbroeders) (get. Thomas Martini

        voor Guilielmus van Steenlere en Johanna van Rijsingen weduwe Gerardus Scats voor Ida de Haas weduwe

        Scats) - † voor 14-11-1727 [22]


4.    Adriana Maria Driessen Opheyden - ged. Nijmegen 20 apr. 1720 (RK minderbroeders) (get. Cornelius Driessen

        op Heijden en Elisabeth van Rijsinghe vrouw van N. van der Ennen) - † voor 14-11-1727 [22]

 

5.    Adrianus Hermanus Driessen op Heijden - ged. Megen [NB] 23 sept. 1721 (RK) (get. Guillielmus van Rijsingen en

        Lutgardis Driessens op Heijden)


≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


Vb  Gerardus Ignatius [33] Driessen op Heijden

        ged. ca. 1715 [Goch 25-3-1708?] - secretaris van Wessem 1748-1750 - secretaris van stad en hoofdgerecht Echt 1749-1782 -

        hij was een van de ondertekenaars op 8 juni 1769 bij de verkoop van kasteel Montfort, door de koning der Pruissen

        aan de prins van Oranje-Nassau - † na 19-6-1794 ws. Echt [gekontroleerd Echt 1794-1797 niet in die periode] -

        tr. 1e Roermond 13 mei 1743 [19] met Maria Agnes Scrivers ook Schrijvers (get. Andreas Peters en Maria Peters) -

        geb. Maasniel - † Maasniel 14 maart 1744 - begraven 16 maart 1744 - dr. van ??? -

        tr. 2e Roermond 1 mei 1748 met Joanna Constantia de Cock (get. Gerardus Vossen en Antonetta de Cock) -

        geb. Roermond/Maasbracht? - † Roermond 1 januari 1750 - begraven 4 januari 1750 "d(omic)ella Constantia de Cocq,

        uxor dum viveret, d(omi)ni Driessens op Heijden, secretarij Wessemiensis et Echtensis, domi matris, in platea inferiori

        sitae, rite praemunita sacramentis, animam dei reddidit et sepelitur 4ta eiusdem mensis in nostra eccelsia ante altare

        s: Catharina" [in marge:] "ex puerperij relictis" - dr. van ??? -

        tr. 3e Echt 22 okt. 1752 met Joanna Maria Cathrina Margareta Clermonts - ged. Echt 12 mrt. 1731 [35] (get. Petrus

        Rutgerus Oeijtman en Anna Cathrina Vrencken) - † Echt 21 mrt. 1808 - dr. van Nicolas Clermont[s] en Agatha G[h]ijsen


voetnoten:

[33] Gothaisches genealogisches taschebuch der Adeligen hauser - teil B - 1933 - p. 131-132.

[-] doop van Ignatius Driessen op Heijden onbekend, een doop inschrijving van 1794 schrijft dat hij gedoopt zou zijn in Nijmegen,

         een andere doop van 1797 schrijft geboren en gedoopt in Escharen (NB bij Grave) aldaar niet gevonden. 

[19] RHCL Maastricht - dispensatie aanvraag bekend Roermond 26 apr. 1743 waarin Ignatius Driessens

         parochiaan van Roermond en Maria parochiane van Maasniel werden genoemd.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnr. 01-016 schepenbank Echt nr. 349 - foto DOP349-1 - Roermond 13 mrt. 1749 waarin I. Driessen op Heijden secre-

         taris der stad en hoofdgerecht Echt, door Bernard van Boeningen werd benoemd tot stadhouder van "leen ten Kopppelen onder Dieteren,

         Roosteren en elders geleghen". Dit volgde na overlijden van de vorige stadhouder Smackers tot Susteren.

[39] Valburg - protocol van bezwaar van schoutambt Valburg 1654-1759 deel 1 - kopie folio 292 e.v. - op 27 mei 1750 compareert Henrick Reijnen

        als gevolmachtigde van Petrus en Ignatius Driesen op Heijden alsmede Jan Broeren gehuwd met Hendrina Driessens op Heijden die recht hebben

         van de erfgenamen van wijlen Maria Driessens op Heijden. De 1e volmacht uit Haarlem d.d. 2 sept. 1749, de 2e uit Echt d.d. 28 juli 1749 en de 3e

         uit Cuyck d.d. 21 jan. 1750. De comparant heeft namens gevolmachtigden voor f 320 verkocht aan Fredrick Claesen en Christina Hendrixs echte-

         lieden een perceel bouwland groot 5 morgen genaamd "Verkens neker" gelegen in kerspel Oosterholt "kort bij den Eijnd-dijck".  

[40] Valburg - protocol van bezwaar van schoutambt Valburg 1654-1759 deel 2 - kopie folio 1 e.v. - op 28 juli 1750 compareert Henrick Reijnen als ge-

        volmachtigde van Petrus en Ignatius Driesen op Heijden alsmede Jan Broeren gehuwd met Hendrina Driessens op Heijden die recht hebben van

         van de erfgenamen van wijlen Maria Driessens op Heijden. De 1e volmacht uit Haarlem d.d. 2 sept. 1749, de 2e uit Echt d.d. 28 juli 1749 en de 3e

         uit Cuyck d.d. 21 jan. 1750 die tesamen voor de helft eigenaren zijn van een perceel. Comparant vertegenwoordigt ook Maria Agnes de Wickel met

         Petrus Hendricus de Winckel heer van Swolgen gehuwd met Lucretia van Kessel conform volmacht van resp. Venlo d.d. 13 mei 1750 en Roermond

         d.d. 30 juni 1750 die eigenaren zijn van de andere helft. Comparant heeft namens alle gevolmachtigden voor f 2540 verkocht aan de brouwer

         Hermen Roelofs en Gerritje Arisen echtelieden, een huis en brouwerij genaamd "den Spicker" met berg, hof, 2 kleine boomgaarden met bijbehorende

         bouw- en weilanden groot 15 morgen gelegen in kerspel Slijk-Ewijk.

[-] boek "Stichtsche, Gaasdbeeksche en Overijsselsche leenen, gelegen in Gelderland" - kwartier Nijmegen - deel 5. Ewijk - Gerard

         Ignatius Driessen Opheyden, als naaste mansoir [= mannelijk nakomeling] van Cornelis Driessen Opheyden, met versuym bij

         gemelte Cornelis Opheyden vermits 't over dertig jaren uitblijven en vermissen van Jacob Driessen Opheyden, begaan, werd

         op 18 april 1765 beleend met de grote en kleine d'Alinge tienden in kerspel Ewijk. 

[-] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief nr. V738 - foto DOP738-27/30 - Valburg 21

         dec. 1765 verzoek van Gerard Ignatius Driessen op Heijden, secretaris der stad en hoofdgerecht Echt,

         "als neeven naaste mansoir" [mansoir = mannelijke nakomeling] van Cornelis Driessen op Heijden,

         die in leven geweest is eigen oom en leenopvolger van Jacobus Driessen op Heijden,

         als eigenaar van "sekere grote en smal thienden in kerspel Slijck-Ewijck ambt van Overbetuwe,

         die 30 jaar absent is en nu voor overleden gehouden moet worden".

         Hij wordt verzocht om naar Valburg te gaan om betalingen te ontvangen.

[48] Protocol van bezwaar van het kerspel Slijk-Ewijk 1759-1811 deel 1 - Nijmegen 27 sept. 1768 - Jan Engelbart Sanders van Well notaris en

         procureur tot Nijmegen als gemachtigde van Gerard Ignatius Driessen op Heijden secretaris van stad en hoofdgericht Echt in land van

         Montfort, waarin Gerard Ignatius erkent 6000 gld. te hebben opgenomen tegen 4% rente van Bernard Henderik Swarts en Margaretha van

         den Sande echtelieden wonende te Nijmegen met onderpand de grote en kleine d'Alinge tienden in kerspel Slijk-Ewijk ambt Overbetuwe

         waarmee hij werd beleend op 18 april 1765.

[49] Protocol van bezwaar van het kerspel Slijk-Ewijk 1759-1811 deel 1 - Nijmegen 26 sept. 1769 - Bernard Henderik Swarts en Margaretha van

         den Sande echtelieden wonende te Nijmegen transporteren de obligatie van f 6000 t.l.v. Gerard Ignatius Driessen Opheyden aan Mathijs

         Bosman en Helena Cornelia Palm echtelieden.

[50] Protocol van bezwaar van het kerspel Slijk-Ewijk 1759-1811 deel 1 - Utrecht 11 november 1769 - hypotheek en opdracht werd bevestigd in

         leenhof Utrecht met bemoeienis Willem van Oranje.  

[-] boek "Stichtsche, Gaasdbeeksche en Overijsselsche leenen, gelegen in Gelderland" - kwartier Nijmegen - deel 5. Ewijk - op 16 juni

         1770 werd Walraven baron van Balveren beleend met de grote en kleine d'Alinge tienden in kerspel Ewijk, door opdracht van Gerard

         Ignatius Driessen Opheyden. 

[-] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0674 - Michiels archief nr. 674 - foto DOP674-4/9 - Echt 1777 aantal brieven van I. Driessen op Heijden

         aan Michiels Raedt, rentmeester van prins van Oranje-Nassau te Roermond.         

[-] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.1115 - familie Magnee te Horn nr. 69 - foto DOP69-27/74 - Echt jan. 1785 - secretaris Driessen op Heijden

         was "executeur testamentair" van wijlen de heer scholtis Ramaeckers en zijn vrouw M. Dencken - groot aantal stukken.

[35] Echt doop inschrijving 1731.


Uit 1e huwelijk:

 

1.    Gerardus Driessens op Heijden - ged. Maasniel 5 febr. 1744 (get. Joannes Schrijvers en Maria Driessens op Heijden cuius

         vices supplevit Maria van Straelen patrini) - overlijdensboek Maasniel vermeldt alleen volwassenen, gezien overlijden van

         de moeder ruim een maand na de bevalling, waarschijnlijk ook dit kind jong overleden 


Uit 2e huwelijk:


2.    Joannes Nepomucanus Driessens - ged. Echt 27 okt. 1749 (get. Ambrosius Bernardt en Anna Maria de Roes) - overlijdens-

         boek Echt vermeldt alleen volwassenen, gezien overlijden van de moeder 2 maanden na de bevalling in Roermond,

         waarschijnlijk ook dit kind jong overleden 


Uit 3e huwelijk:


3.    Joannes Michael Driessen op Heiden - ged. Echt 4 aug. 1753 (get. r.d. Joannes Michael de Cock en domicella

         Maria Agatha Gijsen)


4.    Joanna Maria Catharina Driessens op Heijden - ged. Echt 4 dec. 1755 (get. Nicolaus Clermont en Felicitas

         Theodora van der Veckene)


5.    Antonetta Maria Agata Drijssens op Heijden - ged. Echt 18 mrt. 1757 (get. r.d. J.H. Clermonts en Antonetta de

         Cock) - † na 12-5-1812 ws. Montfort


6.    Anna Catharina Constantia op Heijden - ged. Echt 23 dec. 1759 (get. Josephus Clermont en Anna Catharina

         de Cock) - † st. Odilienberg 30 apr. 1816 [27] - tr. Echt 3 nov. 1787 met Petrus Franciscus Heijligers (get.

         Wilhelmus Josephus Driessen op Heijden en Antonetta Maria Agatha Driessen op Heijden) -

         grondeigenaar en burgemeester van st. Odilienberg - in 1816 akkerman [27] - ged. st. Odilienberg 9 mrt. 1758

         [36] (get. Petrus Thunissen loco Gerardi Ryckskens en Francisca Cremers) - † st. Odilienberg 2 febr. 1836 [34] -

         zn. van Theodorus Heijligers en Agne[ti]s Stams [34]

         hieruit:

         1) Joseph Ignatius Heijligers - ged. st. Odilienberg 19 juni 1794 (get. Joannes Joseph Heijligers geboren gedoopt

              en inwoner van st. Odilienberg namens "praenobilis d[omi]ni Ignatius Driessen op Heijden" gedoopt in Nijmegen

              inwoner van Echt en Agnes Stams geboren gedoopt in Linne inwoner van st. Odilienberg] -

              secretaris 1836 in st. Odilienberg [34]  

 

voetnoten

[-] voor het huwelijk Echt 3-11-1787 werd een dispensatie aangevraagd 31-10-1787 waarvoor zij 2 gulden betaalden.

[27] st. Odilienberg overlijdens akte 1816.

[34] st. Odilienberg overlijdens akte 1836.

[36] st. Odilienberg doop schrijving 1758.


7.    Wilhelmus Josephus Nicolaus Driessen op Heijden  -  volgt VI


≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


Vc   ridder Gerard Ignatius Driessen d'Opheyden ook op Heyde

         ged. Roermond 4 aug. 1680 (get. clariss: d: Petrus Driessen, per d:l: Franciscum Brandijn en domicella Aldegundis Pauwels) -

         advocaat in keizerlijke raad en ontvanger-generaal der Limburgse domeinen [23] [33] - was op 8 jan. 1712 te Frankfurt a/Main

         ingeschreven bij de Duitse rijks adel [33] - werd in 1712 tot ridder geslagen door keizer Karel VI - bij die verheffing werd de

         wapen aangepast van 3 vijf-bladige rozen naar 4 vijf-bladige rozen en de wassende maan naar rechts - 

         † Sittard 27 jan. 1757 "improvisa obijt morte" - begr. aldaar 26 jan. 1757 als "Gerardus Ignatius Driessen de Opheijden baro,

         maritus Maria Josepha de Noujon" - 

        tr. 1e Roermond 19-4-1702? [33] - met Anna Catharina de Gouverneur - geb. ws. Luik ??? - † ??? -

         dr. van Tilman de Gouverneur en Anne Catherine de Speck -

        tr. 2e wanneer/waar? - met Maria Josepha de Noujon - † na 26-1-1757 - dr. van ???

 

familie wapen Driessen d'Opheijden anno 1712:

 

         Driessen op Heijden

 

voetnoten:

[23] Maasgouw (1898) p. 29.

[33] Gothaisches genealogisches taschebuch der Adeligen hauser - teil B - 1933 - p. 131-132.

[-] Herckenrode, J. de, Nobiliaire des Pays Bas et du Comte de Bourgogne, Gent 1862 blz. 686-687 -

         Gérard 'Driessens-d'Opheyden, conseiller et receveur-général des domaines de la province de Limbourg, fut

         créé chevalier, et obtint des support et une couronne au lieu de bourlet, par lettres du 25 octobre 1712.

         Ses armes étaient: d'azur au croissant tourné a deztre d'argent, au chef d'or chargé d'un sautoir de gueules,

         cantonné de quatre roses de meme. // Gerard Driessens d'Opheyden, raadslid en algemeen openbare

         belastingsinnner van de landgoederen der provincie Limburg, werd in 1712 tot ridder geslagen door keizer

         Karel VI.  Bevestigd door een schrijven van 25 oktober 1712. Titel is erfelijk.

[-] Annuaire de la Noblesse de Belgique 1857 blz. 298 en 299 Drissens d’Opheyden Chevalerie pur Gerard Drissens

         d’Opheyden - Barcelone, 25 octobre 1712 Charles, etc. Pour le bon rapport qui fait nous a ete de la personne

         de notre cher et bien-aime Gerard Drissens d’Opheyden, conseiller et receveur general de nos domaines dans

         notre de Limbourg, tant en consideration des bont et loyaux services que ses aucetres et toute l’ancienne

         famille de Drissens, originaire de Ruremonde en notre duche de Gueldre, ont rendus a notre auguste maison,

         que des merites personnels dudit Gerard Drissens d’Opheyden, et de l’application singuliere qu’il a pour

         l’avantage de nos interets dans l’exercice et maniement de ses charges ….  - ledit Gerard Drissens d’Opheyden

         Est eleve, ensemble ses enfants et posterite male et femelle, a l’etat de chevalier.

         Les armes sont : Coupe : en chef d’or a un sautoir de gueules, accompagne de quatre Quintefeuilles du meme

         percees d’or, et en pointe, d’azur a un croissant d’argent pose en pal et tourne a dextre ; ledit ecu surmonte d’un

         heaume de tournoi ouvert, treille, grille et lisere d’or, aux hachements et bourrelet d’or et de gueules, et pour

         cimier d’un croissant  d’argent pose en pal entre un vol d’azur.

[-] aanwijzing [26] naar GAR archief heerlijkheid Dalenbroek - inv. nr. 265: In mei 1716 verkoopt hij bij openbare verkoop

         voor 1030 pattacons aan P.H. Petit, de bouwhof te Merum met landerijen en bemden aldaar. 

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69  - foto nr. DOP69-7/9 -

         Luik 3 febr. 1717 - akte voor Bartolome Donnea, notaris van de prins-bisschop van Luik, aangenomen in de kanselarij

         van Brabant, compareerden de weduwe [Anne-Catherine de Specx] van wijlen Tilman de Gouverneur en Anne de

         Gouverneur, echtgenote van ridder Driessens d'Opheyden, waarbij zij hun zoon en broer Walther de Gouverneur,

         schepen van oppergerecht van Luik, machtigen om in hun naam te handelen om alle afstanden, transporten en schuld-

         brieven aan te nemen, die ridder Driessens d'Opheyden hen beweert te doen voor verzekering of betaling van sommen

         die hij hen is verschuldigd. Zij geven [Walther] ook macht om met schuldeisers van Driessens dading aan te gaan, hem

         te onterven en andere personen in zijn naam aan te stellen als eigenaars.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69 - foto nr. DOP69-1/3 -

         Roermond 14 februari 1717 - voor Georgius Schrijvers openbaar notaris te Roermond, verscheen Walter de Gouverneur,

         schepen van Luik, die volgens volmacht van 13-2-1717 verleden voor notaris Bartolome Donnea, namens de weduwe

         van wijlen Tilman de Gourverneur en Anna de Gouverneur echtgenote van ridder Driessens d'Opheijden, hebben

         ge-annuleerd voor hoofdgericht van Roermond als voor die van gericht Ooll,  een transport ter concurrentie van 2650

         rijksdaalders of 6360 guldens zwaar brabants - onlangs gepasseert - en recht aan Henrietta Christina geboren hertogin

         van Bronswijk en Lunenborgh, die de ridder Driessens, volgens obligatie van 1 april 1716, had beloofd dit terug te betalen

         binnen 1 jaar. Kreeg uitstel tot 1 juli 1717 op betaling van rente.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69  - foto nr. DOP69-4/6 -

         Roermond 15 februari 1717 - akte voor scholtis Christophe Jacob Diricx, Johan Baptista Cruijsancker en Petrus van Lom,

         beijde dero rechten en schepenen en hoofdgerecht van Roermond, waarbij verscheen advocaat Petrus Hendricus Petit

         uit kracht van een volmacht van 13-2-1717 uit Luik gepasseert voor notaris Bartholomaeus Donnea, door weduwe van

         wijlen Tilman de Gouverneur en Anna de Gouverneur echtgenote van ridder Driessens d'Opheijden, en vanwege een 

         verzekering van 14-2-1717 gepasseert voor notaris Georghius Schrijvers, door Walter de Gouverneur, schepen van stad

         Luik tegen ridder ridder Driessens d'Opheijden, van een som van 2650 pattacons oftewel 6360 guldens, die hij verschul-

         digd is te betalen aan Henriette Christine geboren hertogin van Brounswijck en Lunenburg op 1 april 1717 of per 1 juli

         1717 maar dan met betaling van rente. Aan de dames werden getransporteert op 11-2-1717 een kapitaal van 2400

         pattacons ten laste van overkwartier van Gelderland, staande aan erfgenamen van wijlen de raad de Haen benevens

         het huis op de Swaemaeckers tegenover de Carthuijsers, waarin Driessens werd onterft en ontgoed.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69  - foto nr. DOP69-10/11 -

         Ooll 17 februari 1717 – copie akte (de originelen heeft P.H. Petit op 27-2-1717 aan schepenen van Roermond over-

         handigd) waarbij voor stadthouder, scholtis en schepenen van gericht Herten, Merum en Ooll in heerlijkheid Daelen-

         broeck, werd gepasseert t.l.v. ridder Driessen d'Opheijden op den hoff en landerijen tot Merum gelegen behorende

         aan ridder Driessen, die hij op 11-2-1717 heeft verhypothiseerd voor 7000 guldens brabants Luijcken, t.b.v. Jan Martels

         koopman tot Luik. Ook hierin werd hij onterft en ontgoed.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69  - foto nr. DOP69-12/13 - Roermond 18 fe-

         bruari 1717 – copie akte (de originele heeft P.H. Petit op 27-2-1717 aan schepenen van Roermond overhandigd)

         waarbij de ouderlijk huis van ridder Driessen, recht tegen over de poorte van 't Carthuijs op de Swaemaeckers straat te

         Roermond werd getransporteert op 11-2-1717 t.b.v. erfgenamen van wijlen heere Raedt de Haen enz. enz.

[-] bron: RHCL Maastricht – 01.010 schepenbank Swalmen Asselt inv. nr. 21 – foto folio 98vs-1 - Swalmen 23 februari 1717.

         kopie ordonnantie van hof van Roermond inzake verzoek van M.J. de Gaudy schepen tot Luik tegen ridder Driessen en

         vrouwe weduwe Gouverneur waarin zij de arresten bekrachtigen op alle goederen van de ge-arresteerden.

         Tegen advocaat Linne wordt binnen 2 dagen aangezegd om geen vervreemding of transporten eruit te doen. 

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69  - foto nr. DOP69-14 - Roermond 24 fe-

         bruari 1717 – onkosten nota van Petit, die verschillende keren naar Luik was gegaan voor ridder Driessens.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69  - foto nr. DOP69-15/16 -

         Roermond 11-24 februari 1717 – onkosten nota van Petit, verschuldigd door Gerardt Ignace Driessens d'Opheijden

         aan hoofdgericht Roermond, voor onder andere 3 transporten van d.d. 11-2-1717, totaal 33 guldens en 4 stuivers,

         van Laer heeft dit bedrag op 1-3-1717 ontvangen.

[-] RHCL Maastricht – 01.010 schepenbank Swalmen Asselt inv. nr. 21 – foto folio 98vs-2 + folio 99 + folio 99vs -

         Luik, 13 april 1717. Vóór Lambert Rochart, notaris door de prinsbisschop van Luik en de Opperraad van Brabant

         aangenomen, compareerden ridder Driessens d'Opheijden en dame Anne Catherine de Gouverneur, zijn echtgenote,

         enerzijds, en eerwaarde Barthelemij Bauvin, kanunnik van Molhain voor edele heer Gérard Assues, baron van Horion,

         heer van Colonster, Heerle, enz. handelend, anderzijds. De eerste comparanten hebben weer de afstand horen lezen

         die ze ten bate van de voornoemde baron vóór Benoist François la Ruelle, notaris, op 5 dezer maand deden, en ze

         bekrachtigen die afstand in alle opzichten. Dit afschrift geeft ook de tekst van de afstand die alle landerijen en goederen

         behorend tot de eerste comparanten betreft in de jurisdicties van Halen, Buggenum en de Latboechen in de jurisdictie

         van Swame. De heren Jean Mathieu Diricx en Adri... van Thiernesse waren getuigen van de akte van afstand. De heren

         Jean Matthieu Diricx en Jean Salpelier waren getuigen van de bekrachtiging die in het huis van de eerste comparanten,

         bij de kloosters van Saint-Paulus kathedraal, te Luik, plaats vond. Melding van de legalisatie van dit afschrift door de

         opperjustitie van stad en land van Luik op 22 april 1717.

[-] RHCL Maastricht – 01.010 schepenbank Swalmen Asselt inv. nr. 21 – foto folio 98vs-2 - Swalmen 27 april 1717.

         compareren voor Petrus Buijckman scholtis, Gootsen Gerarts en Wijn Peggen schepenen van heerlijkheid Swalmen

         en Asselt, bijgestaan door gerichtsbode Jacob Meuter, die namens ridder Driessens d’Opheijden en zijn vrouw Anna

         Catharina de Gouverneur volgens volmacht van 13 april 1717 voor notaris Lambert Rochart in Luik, overdraagt aan

         advocaat J.J. Charles namens baron de Horion heere van Clouster, volgens volmacht van 5 maart 1717, recht van

         pandschap waar Driessens op had op “seecker tourf ende latbroecheken, hercommende van d’erffegenaemen van

         den scholtis Dijck, ende onder dese jurisdictie op de bochoul gelegen”. 

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69  - foto nr. DOP69-17/20 - Mouland (B)

         10 maart 1718 handgetekende brief van G.I. Driessens d'Opheijden aan een niet met name genoemde neef over

         zuiveringen van zijn rekeningen, hij wacht daarmee totdat hij gelden van zijn ambt had gekregen, wacht op bevel om

         naar Brussel te reizen via een beroep op een vriend die door markies de Prie de zaak zou kunnen beeindigen.   

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.197  - foto nr. DOP197-1/8 -

         ws. Herten 17-10-1718 – bewijs van betaling 8 guldens 10 stuivers door Driessens d'Opheijden aan P.H. Petit,

         voor de rechten van een simpel transport d.d. 7-9-1718 te Herten van een zeker huis, hof, camp en landerijen te

         Merum en Linne toehorende aan Driessens d'Opheijden aan genoemde advocaat Petit. Waarvoor Petit 1030

         pattacons betaalde. Met daarbij rekeningen van werken aan die hoeve te Merum. Plus Roermond 12-5-1727 dat

         Petronella Wellems 100 pattacons heeft ontvangen van advocaat Petit voor 3 morgen land onder Merum.

[-] ORA Rijk van Nijmegen - inventaris nr. 0190 - deel 144 "vierde prothocoll van bezwaar van Oy Rijks 1 aug. 1709 tot

         24-1-1722 - blz. 668/669 - 23 mei 1720 - Gerard Ignatius Driessens op Heijden en Anna Catharina de Gouverneur,

         echtelieden, vererven na overlijden van grootvader Peter Driessens op Heijden, een zes deel in 2½ morgen bouwland

         met een huis te Ewijk beneden Swaneborgh met no. 49 bezwaard met 1 roeij en 3 voet dijck en 3 percelen land in Oij

         Rijcx. Deze zijn vervolgens verkocht voor 420 guldens aan Ignatius Driessen op Heijden, scholaster te Xanten (D).

[-] DTB Roermond: Ignatius Driessen op Heiden was huwelijks getuige Roermond 22-2-1738 bij bruidspaar: Arnoldus Medsen

         en Joanna Janssen van Schaijck. 

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 14.D004 abdij Kloosterrade (Rolduc) nr.405 - DOP405-1/9 - Sittard sept./okt. 1743 - 

         drie brieven d.d. 30-10-1743, 9-11-1743 en 12-11-1743 van ridder Driessen op Heijden aan de abt van Kloosterrade

         (Rolduc) waarin hij om een lening vraagt van 4 pistolen, later 2 om rond te komen. Hij klaagt dat hij onteigend was van

         enig grondbezit en ambt, door toedoen van zijn vroegere vriend, maar nu vijand baron de Villers. Geen antwoord.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69  - foto nr. DOP69-22a/22b -

         Luik 22 mei 1750 - brief van ridder Driessens d' Opheijde - met lakzegel van Driessens d'Opheijde met naar rechts

         gedraaide wassende maan, waarin hij vermeldt dat zijn neef Pierre Henry Petit - kanunnik officiaal van het bisdom

         Roermond - hem heeft geholpen op 22-3-1750 door hem 842 franken te lenen. Hij verpandt daarvoor zijn persoon

         en bezittingen en vorderingen in het bizonder de vordering die ridder Driessens d'Opheijde heeft ten laste van Hare

         Majesteit de Keizerin in het hertogdom Limburg en omgeving.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69  - foto nr. DOP69-21 - onbekend waar

         1750 of later - staat van hetgeen ridder Driessens d'Opheijden, raad en ontvanger generaal van de domeinen van

         het hertogdom Limburg, opeist van keizerin Maria-Theresia (zij volgde in 1740 haar vader keizer Karel VI op) over de

         jaren 1715-1750 totaal ruim fr. 188.307 incl. rente van een kapitaal van 34.980 Duitse florijnen, die hij samen met

         baron van Villers en J.B. Foulon in 1715 aan de keizer hadden geleend.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69  - foto nr. DOP69-23a/23b -

         Roermond 21 mei 1751 – brief en lakzegel van ridder chevalier Driessens d' Opheijde, waarin hij erkent aan zijn

         neef Pierre Henry Petit - kanunnik officiaal van bisdom Roermond - totaal 1100 franken schuldig te zijn, die hij

         belooft terug te betalen met 4% rente. Hij verpandt zijn persoon, zijn bezittingen en vorderingen, namelijk degene

         die hij heeft ten laste van Haar Keizerlijke en Katholieke majesteit in hertogdom Limburg en omgeving.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69  - foto nr. DOP69-25 -

         Roermond 27 mei 1751 – Brief van P.H. Petit kanunnik van cathedraal Roermond en officiaal bisdom Roermond,

         verklarende dat de notariele akte door zijn neef ridder chevalier Driessens d'Opheyden vertrouwelijk is gepasseerd,

         en dat hij hem 1000 florijnen had geleend alsmede 100 ducaten voor bewezen diensten. Die verklaring werd later

         afgeschaft en terug gegeven. 

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69  - foto nr. DOP69-24 -

         Roermond 22 mei 1751 – akte voor notaris Smabers waarin ridder Gerard Ignace Driessens d'Opheyden cedeert

         en geeft aan P.H. Petit, kanunnik van de cathedraal Roermond en officiaal van bisdom Roermond, en zijn erfge-

         namen de som van 188.307 franken 12 stuivers en 6 penningen brabants, die de ridder heeft ten laste van Zijne

         Keizerlijke en Katholieke Majesteit.

[-] RHCL Maastricht - toegangsnummer 16.1115 - Familie Magnee te Horn - nr.69  - foto nr. DOP69-26 - onbekende

         plaats Voll? 12 september 1751 – ridder Driessens d' Opheijde erkent behalve een obligatie van 1100 florijnen

         ook 100 brabantse florijnen schuldig te zijn aan zijn neef Pierre Henri Petit, kanunnik van Roermond.

[-] volgens grafregisters Stevenskerk Nijmegen verkocht op 25 sept. 1769 de erfgenamen van de Heer Gerhart Ignatius Drisen

         op Heyden grafstede nr. 148 (register 528) aan Frans Raatgever en zijn zoon Hendrik Lodewijk. Het waren de erfgenamen

         toegekomen via Gerhart Ignatius Drisen op Heyden, die het had bekomen van Cornelis Driessen Opheijden en Cornelis

         had het bekomen van zijn vader Jacob Driessen Opheyden die het als testamentair erfgenaam had bekomen van Jan

         Palmers. 

 

Uit deze huwelijken: ???


≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


VI    Wilhelmus Josephus Nicolaus Driessen op Heijden

         ged. Echt 10 juli 1763 (get. Jacobus Alexander Clermonts en Margaretha Nelissen) - waarnemend landschrijver 1786

         van st. Odilienberg samen met zijn a.s. zwager Petrus Franciscus Heijligers - secretaris van Wessem 1786-1793 [20] -

         secretaris 1797 en 1801-1823 te Echt [25] - griffier 1798 van vredes tribunaal kanton Echt - † Echt 23 juli 1825 -

         tr. Echt 15 jan. 1794 met Maria Cornelia Thier (get. Petrus Joannes in gen Dael en Christina Elisabetha van Niesbeek) -

         geb. ca. 1767 Bruhl (D) - † Echt 8 sept. 1835 - dr. van Franciscus Antonius Thier (chirurgijn te Echt) en ???


voetnoten:

[-] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief V738 - St. Odilienberg 18 november 1786 - borgstelling

          voor W.J.N. Driessen op Heijden en P.F. Heijligers gedurende het waarnemen van het landschrijversambt -

          mede-comparant is T(heodorus) Heijligers als stadhouder bij absentie van de landscholtis Pollaert - Petrus

          Franciscus Heijligers is zijn zoon. 

[20] RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief nr. V738 - foto DOP738-41/43 - Wessem 4 mei 1793

          waarin de schepenen van stad en heerlijkheid Wessem vrijlande van Weert, verklaren dat Wilhelmus Joseph

          Nic. Driessen op Heijden, zoon van I. Driessen op Heijden, de functie van secretaris van stad en hoofdgerecht

          van Wessem heeft gedaan voor 7 achtereenvolgende jaren namens en voor zijn vader.

[-] RA Hasselt - notaris J.H.F. Schoolmeesters te Echt - akte 44 - Maaseik 1 febr. 1815 waarin Wilhelmus Josephus

          Driessen Opheyden, zonder beroep te Echt, 700 franken heeft geleend tegen 5% van Petrus Renier Meuwissen,

          ontvanger der directe belastingen, met onderpand zijn huis en moeshof te Echt in de Joodestraat, palende met

          Wilm Linssen en Peter Slangen.

[25] Maasgouw (1898) p. 30 schema.


Uit dit huwelijk:


1.    Franciscus Antonius Nicolaus Driessen op Heijden - ged. Echt 4 apr. 1795 (get. Franciscus Antonius Thier en

         Joanna Maria Catharina Clermonts) - † Echt 7 sept. 1795 - begraven Echt 8 sept. 1795


2.    Ignatius Joannes Driessen op Heijden - ged. Echt 30 jan. 1797 (get. Jacobus Alexander Clermonts namens

         Ignatius Driessen op Heijden geboren en gedoopt in Escharen en Maria Agnes Leurs) - † ???

 

3.    Peter Antoon Nicolaes Driessen op Heijden - geb. Echt 31 jan. 1801 - † ???


4.    Maria Agathe Driessen op Heijden - geb. Echt 2 juni 1804 - † Antwerpen (B) 3 juni 1879 - tr. ??? met Josephus Corstermans


5.    (Maria) Antoinetta Hubertina Driessen op Heijden - geb. Echt 26 apr. 1807 - † Echt 3 juni 1860 -

         tr. Echt 10 juli 1833 met Jacobus Jennissen - geb. Ratheim (D) - † Echt 4 jan. 1890 - zn. van Theodorus Jennissen en Megteld Evertz


6.    Antonius Marcellus Driessen op Heijden - geb. Echt 15 nov. 1809 - † Echt 6 apr. 1810


7.    Adamus Hubert Driessen op Heijden - geb. Echt 21 juli 1811 - † Vilvoorde (B) 8 dec. 1832


8.    Anna Catharina Driessen op Heijden - geb. Echt 30 okt. 1814 - † Echt 10 mei 1818


≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈ ≈


Dank aan:

Jos Verkroost

Pierre Nillesen (F)

prof. Marcel Wissenburg

Liesbeth Dirks-Jessen

Luc Opheide - Leuven (B)

Annete Boye - Greve (D)


aanvullingen welkom.