GenBronnen

maas

Bezoek 1802 bisschop van Roermond en vormsels


[gevonden bij 1802 dopen van Boxmeer]

 

Vormsels september 1802 in diverse dorpen door de bisschop Joannes Baptista Roberts.

 

[vertaling:]

 

nb op 25 [september 1802] is uit st. Anthonis gekomen de zeer eerwaarde en aanzienlijke heer

Joannes Baptista Roberts uit de baronie van Velde de Melroij etc. [dit was de bisschop van Roermond]

zondag 26 [september] is plechtig gevierd de heilige mis door de eerwaarde

heer Arnoldus Boret, pastor in Egh, met als diaken de eerwaarde pater

Henricus Rijke, minoriet, kapelaan in Wijchen, subdiaken de eerwaarde pater

Joannes Geurts, religieuze van de 3e orde van sint Franciscus van het onderdrukte convent

van Maria aan het water [deze convent was wellicht ook onderdrukt door de Fransen] de zeer eerwaarde was aanwezig en

had als assistenten de eerwaarde heer Joannes Franciscus Rijke, pastoor in st. Anthonis

die optrad als vervanger van de aartsdiaken en de eerwaarde heer Consgen tweede

secretaris                                                         aan het eind

van de zegen, door de zeer aanzienlijke gegeven / door

                                    De 27 [september] heeft hij het vormsel gegeven aan de Boxmeerders

28 [september] aan die van Sambeek, 29 [september] aan [Vierlings]beek en Overloon, donderdag 30 [september]

is er opnieuw, zoals hierboven, een plechtige mis gezongen voor het heil van de kerk

door de eerwaarde pater plaatsvervanger van de parochie met diaken pater Franciscus van Leewen

subdiaken pater Albertus Berens in aanwezigheid, zoals boven van de zeer eerwaarde

heer L. Theunissen plaatsvervangend kanunnik van het onderdrukte kapittel van

Roermond verving de aartsdiaken en de eerwaarde heer van Wevelinghhoven

zanger van dit kapittel assisteerde in de plaats van de eerwaarde heer secretaris Consgen

bij de heilige afsluiting. Hij heeft er veel het vormsel toegediend uit verschillende plaatsen. oktober

is hij op donderdag de zesde vertrokken naar Beugen en heeft daar de Beugenaren en anderen gevormd

na de middag van dezelfde dag is hij rond 5 uur vertrokken naar Cuijk.

in Boxmeer heeft hij 1587 personen gevormd. getuigen zijn geweest

Christianus Rijke en Maria van Ham, weduwe Bedijks

 

 

[transcriptie:]

 

[1]802 in septembri

nb 25 ex s: Antonii advenit reverendiss(imus): ac illustriss(imus): dominus

Jo(ann)es Bap(tis)ta Robertus ex boronibus van Velde de Melroij &c &c &c

26 dominica die celebratum fuit solemne sacrum per r(everen)dum

dominum Arnoldum Boret pastorem in Egh, diacono r: patre

Henrico Rijke, minorita, sacellano in Wighen, subdiacono r: p:

Jo(ann)e Geurts religioso tertii ord: s: Francisci, conventus suppressi

s: mr ad aquas /: Mariæ-water :/. aderat reverendissimus &c as-

sistentes habebat r:d: Jo(ann)em Franciscum Rijke pastorem in s: Antonii,

qui vices supplebat archi-diaconi, et r: dom: Consgen secretarium

duum. o(mn)ia secundum pontificale peracta fixerunt. in fine

benedictione, ab illustrissimo data impertiebatur omnibus /: per

celebrantem no(m)i(n)e en :/ indulgentias 40 dierum. finito sacro. confirmavit

quas obvias habuit filias. 27 confirmavit Boxmeranos.

28 Sambecanos. 29 Becanos et de Overloon. 30 feria quinta

denuo cantatum fuit, ut supra, solemne sacrum pro bono ecclesiæ,

per r: p: parochiæ deservitorem, diacono p: Francisco van Leewen

sub-diacono p: Alberto Berens, præsente, ut supra reverendissimo,

r: a: dom: L: Theunissen, capituli suppressi Ruræmundensis cano-

nicus vices ligebat archi-diaconi et r: a: dom: de Wevelingh hoven

cantor ejus d: capituli assistebat loco r: d: Consgen secretarii.

sacro finito confirmavit plurimos, ex diversis locis. octrobris

Feria 6 discessit in Beugen ibi confirmavit Beugenses et alios,

post prandium eod: die circa horam 5tam discessit in Cuijk.

Boxmeræ conformavit nomines 1587. susceptores fuerunt

Christianus Rijke et Maria van Ham vidua Bedijks

 

[aanvullende informatie:]

 

Jean Baptiste Robert baron van Velde van Melroy (1743-1824) was bisschop van Roermond tijdens de Franse tijd.

Nadat hij gedwongen werd afstand te doen van het op Frans gebied gelegen deel van zijn diocees, bleef hij door

de op Bataafs gebied gelegen dekenaten Nijmegen en Cuijk toch een der belangrijkste vertegenwoordigers van de

rk kerk in de Nederlanden. Dit kwam tevens tot uitdrukking door zijn benoeming door Koning Lodewijk Napoleon

tot eersten almoezenier. Na de inlijving door Frankrijk bracht van Velde nog enige tijd in Franse gevangenschap door.

 

Jean Baptiste Robert baron van Velde de Melroy, geboren te Brussel op 9 juli 1743, licentiaat in de beide rechten,

sinds 1779 geestelijk raadsheer en meester der verzoekschriften bij den hoogen raad van Mechelen,

sinds 1782 proost van st. Rombout aldaar, werd door keizer Frans II benoemd tot bisschop van Roermond,

welke benoeming werd goedgekeurd door Paus Pius VI bij bul van 21 februari 1793.

Bisdom Roermond welk zetel behoorde tot de Oostenrijkse Nederlanden,

strekte zich destijds bovendien uit over het grondgebied van Pruisen, de republiek en de Keurpalts.

Van de souvereinen der vier genoemde landen ontving de bisschop ene jaarlijkse uitkering, die het grootste gedeelte zijner inkomsten uitmaakte.

Van Velde de Melroy, die vermoedelijk tengevolge van den oorlogstoestand, eerst 3 Juli 1794 van zijn bisschoppelijken zetel bezit kon nemen,

moest Roermond reeds 22 juli 1794 verlaten vanwege nadering van invallende Franse troepen, hij liet de kanunnik Sijben achter als zijn vicaris-generaal.

Eerst 17 augustus 1794 ontving hij te Dusseldorp van de kardinaal de Montmorency-Laval de heilige wijding.

Hij zag zich vervolgens, na een kort verblijf te Emmerik, genoodzaakt, drie jaren buiten zijne diocese, hoofdzakelijk te Munster, door te brengen.

Van 18 november 1797 tot 20 augustus 1802 zetelde hij met toestemming van de Pruisische regering te Emmerik, in het Pruisische deel zijner diocese.

Van hieruit oefende hij ook in de Hollandsche missie zijn bisschoppelijke bediening uit,

waartoe hij door bemiddeling van de internuntius Ciamberlani verlof had gekregen.

Hij nam in deze jaren ijverig deel aan het verzet tegen de eed van trouw aan de republiek en haat tegen het koningschap,

die 26 september 1795 door het "directoire" aan de Belgische geestelijkheid was opgelegd.

Paus Pius VII betuigde hem deswegens in een brevet van 10 juli 1800 zijne tevredenheid.

In 1801 werd het bisdom Roermond opgeheven tengevolge van het concordaat tusschen Paus Pius VII en den eersten consul [= Napoleon],

dat voor het gehele Franse gebied ene nieuwe indeling zorgde in bisdommen, in overeenstemming met de departementen.

Op verzoek van den Paus deed van Velde 24 november 1801 afstand van het op Frans gebied gelegen deel zijner diocese.

Daar een klein gedeelte van die diocese niet bij de Fransche republiek ingelijfd was,

namelijk de van ouds tot de republiek der "vereenigde Nederlanden" behoord hebbende dekenaten van Nijmegen en Cuyk,

en in die streken derhalve het concordaat niet van kracht was, bleven na zijn afstand nog omstreeks 50000 zielen,

inwoners der Bataafsche republiek, aan de herderlijke zorg van van Velde toevertrouwd.

Met toestemming van het staatsbewind vestigde hij zich in 1802 te Grave.

Hij was daar weliswaar bisschop over eene kleine diocese met zeer geringe inkomsten, daar hij de hoogste ambtsdrager was van de rk kerk

 in de Bataafsche republiek was, bepaalde zijn arbeid niet alleen tot de grenzen van zijn diocese.

Lodewijk Napoleon versterkte zijn positie door hem, bij koninklijk decreet van 31 juli 1806 no. 29, te benoemen tot zijn 1e aalmoezenier.

Dientengevolge hield hij zich gedurende de regering van deze [Franse] koning [in Holland] doorgaans in diens residentieplaatsen op,

van waar hij in de gelegenheid bleef zijne bisschoppelijke functiën in geheel Holland uit te oefenen.

Ook verbleef hij jaarlijks enigen tijd in Grave.

Ingevolge keizerlijk decreet van 18 augustus 1810 werd het ambt van 1e aalmoezenier op 1 september 1810 opgeheven.

In 1811 werd van Velde door Napoleon naar Parijs ontboden en daar geruime tijd gevangen gehouden.

De keizer had toch, bij besluit van 15 mei 1810, zonder de medewerking van den heilige stoel een nieuw bisdom 's-Hertogenbosch opgericht,

waarvan de grenzen samenvielen met die van het departement "de Monden van den Rijn" en had daar zonder Pauselijke toestemming,

ene van Camp tot bisschop benoemd. Deze wenste nu eerst, dat van Velde dezen onwettige bisschop tot zijn vicaris-generaal zou benoemen

voor het deel zijner diocese, dat in het genoemde departement was gelegen, later, dat hij van zijne bisschoppelijke waardigheid geheel afstand zou doen.

Toen hij eindelijk was overtuigd, de afstand aan den Paus voor te dragen, werd hem vergund, zich naar Brussel te begeven.

Daar werd hij, met zijn secretaris F. A. Consgen die hem steeds had vergezeld, door zijn broeder gehuisvest.

Pius VII stemde niet toe in de afstand, maar verandere orde van zaken door een breve van 12 november 1814, tevredenheid over zijne

gehoorzaamheid aan den heilige stoel en bevestigde hem in de bisschoppelijke waardigheid over het deel der diocese,

waarvan hij in 1801 niet had behoeven afstand te doen, en dat hem derhalve nog steeds rechtmatig toekwam.

Intussen liet van Velde, die oud en ziekelijk was, zich sinds 1813 vertegenwoordigen door den vicaris-generaal Gerardus Hermans,

die ook na zijn dood onder laatsgenoemden titel de belangen der diocese behartigde. Na zich te Brussel nog op verschillende wijzen

voor de rk kerk verdienstelijk te hebben gemaakt, overleed hij aldaar op 22 januari 1824.